Ze liet de woorden even op het scherm staan, veegde ze daarna weg en reed na haar werk niet naar huis, maar naar het zwembad. Een halfuur met haar hoofd onder water deed meer voor haar dan welke familiebijeenkomst ook. Daar vroeg niemand haar om huzarensalade te snijden, daar wilde niemand weten waarom ze niet vriendelijker keek. Pas rond tienen kwam ze thuis. In de flat hing de geur van opgewarmde deegkussentjes, mannelijk ongenoegen en verwachtingen die niet van haar waren.
Twee dagen voor de verjaardag kwam Mark de slaapkamer binnen met het gezicht van iemand die zich alvast gekrenkt voelde omdat het antwoord waarschijnlijk nee zou zijn.
‘Luister, ik moet je iets vragen.’
‘Dat belooft weinig goeds.’
‘Mam viert het nu bij Sophie. Alleen haar oven is waardeloos, de bovenkant verbrandt alles. Maak tenminste jouw vlees en die wraprolletjes. We halen het gewoon op. Jij hoeft niet eens mee.’
‘Wat een gul aanbod.’
‘Eva, doe nou even zonder sarcasme.’
‘Hoe dan? Dankbaar? Ik heb toch al gezegd dat ik het niet doe.’
‘Je doet dit expres. Gewoon om te laten zien dat je dwars kunt liggen.’
‘Nee, Mark. Voor het eerst zeg ik alleen geen ja tegen iets wat me de keel uithangt.’
‘Door jou loopt die hele verjaardag straks in de soep.’
‘Nee. Dat komt doordat jullie gewend zijn een heel feest op de schouders van één persoon te leggen.’
Hij bleef nog even staan en zei toen kort:
‘Je bent hard geworden.’
‘Ik ben moe geworden. Dat is niet hetzelfde.’
Op zaterdag ging Eva om elf uur de deur uit. Ze liet haar haar knippen, liep een boekwinkel binnen en streek daarna neer in een café bij het winkelcentrum. Daar zat ze te lezen terwijl achter het glas winkelwagens voorbijschoven, tassen tegen benen sloegen en kinderen in veel te grote jassen achter hun ouders aan sjokten. Ze voelde zich niet vrolijk, maar ook niet schuldig. Alleen stil. Alsof iemand voor het eerst in jaren de afzuigkap had uitgezet die voortdurend in haar hoofd had staan brommen.
Haar telefoon had ze op stil gezet. Toen ze later op de avond het scherm weer activeerde, zag ze twaalf gemiste oproepen van Mark, acht van Sophie en één kort bericht: ‘Mama ligt in het stadsziekenhuis. Bloeddruk. Kom meteen.’
Op de spoedafdeling rook het naar natte jassen, ontsmettingsmiddel en paniek. Mark zat ineengezakt op een plastic stoel. Sophie, in een feestelijke blouse, huilde met zoveel overtuiging dat het leek alsof zij degene was die het zwaarst getroffen was.
‘Wat is er gebeurd?’ vroeg Eva.
‘Wat er gebeurd is?’ Sophie schoot overeind. ‘Door die chaos is mama bijna flauwgevallen. Het warme eten was te laat, de kinderen stootten een schaal om, ze raakte overstuur en haar bloeddruk schoot omhoog. Als jij gewoon had geholpen, was dit niet gebeurd.’
Eva keek niet eens naar haar.
‘Wat zegt de arts?’
‘Voorlopig een hypertensieve crisis,’ antwoordde Mark dof. ‘We wachten nog.’
‘Heeft ze vanochtend haar medicijnen ingenomen?’
Sophie aarzelde.
‘Geen idee. Ze was al vanaf zeven uur bezig. Snijwerk, hapjes, taart, gasten…’
Langzaam draaide Eva haar hoofd naar haar toe.
‘Dus niemand heeft erop gelet of een vrouw met hoge bloeddruk haar pillen nam, maar iedereen heeft wel gecontroleerd of er genoeg toastjes op tafel stonden.’
‘Ga nu niet de betweter uithangen,’ beet Sophie haar toe. ‘Dit is daar het moment niet voor.’
‘Juist wel. Alleen komt het jullie niet goed uit.’
De deur van een behandelkamer ging open. Een arts stapte naar buiten, vermoeid, zakelijk en zonder een spoortje overbodige zachtheid.
‘Familie van mevrouw De Vries?’
‘Ja.’
‘Haar toestand is stabiel. Het is geen beroerte. De bloeddruk is ontregeld door stress, overbelasting en het overslaan van medicatie. Morgen brengt u een ochtendjas, pantoffels en water mee. En voor een volgende keer: als een vrouw de zestig voorbij is, laat haar dan niet de hele dag rondrennen om een feesttafel draaiende te houden.’
Sophie begon opnieuw te snikken. Mark liet zijn hoofd zakken. Eva merkte dat er geen woede meer in haar opkwam, alleen een taaie, zware vermoeidheid. Allemaal volwassen mensen, en toch deden ze alsof het leven een schoolvoorstelling was waarbij het er vooral om ging dat de tafel er netjes uitzag.
De volgende dag bracht ze spullen naar het ziekenhuis, samen met een thermosfles bouillon. Maria lag ongewoon stil in bed. Geen rechte, bevelende rug, geen priemende blik die alles dirigeerde. Alleen een oudere, uitgeputte vrouw.
‘Je bent gekomen,’ zei ze in plaats van een begroeting.
‘Ik ben gekomen.’
‘Sophie kon niet?’
‘Sophie heeft kinderen, een man, files en een kwetsbaar zenuwgestel. Kortom, ernstige omstandigheden.’
Maria sloot haar ogen.
‘Niet zo scherp. Mijn hoofd barst.’
‘Dan houden we het kort. Ik heb kleren gebracht en bouillon.’
‘Heb je die zelf gemaakt?’
