De lijst had Maria, zoals gewoonlijk, naar haar telefoon gestuurd.
Maar zodra Emma de woning binnenstapte, voelde ze de woede al in haar keel omhoogkomen. Het liefst had ze meteen alles gezegd wat ze dacht, zonder iets in te slikken. Toch hield ze zich in. Ze besloot eerst maar eens af te wachten hoe ver dit toneelstuk zou gaan.
Maria zat doodleuk in de woonkamer, omringd door twee oude vriendinnen. Ze lachten hard en bespraken iets met grote gebaren, alsof er van ziekte geen sprake was.
‘O, daar is onze Emma,’ riep Maria opgewekt. ‘Goed zo, meisje! Wat zit er in die tas? De medicijnen? Heb je alles meegenomen wat op het lijstje stond? Mooi, leg het daar maar op de kast.’
Emma keek haar strak aan.
‘Zo te zien voelt u zich alweer een stuk beter. Dan is die injectie waarschijnlijk ook niet meer nodig, toch?’
Maria trok een verontwaardigd gezicht.
‘Waar heb je het over? Natuurlijk voel ik me niet beter! Ik heb alleen besloten even bij mijn vriendinnen te zitten. Ze hebben zoveel moeite gedaan om hierheen te komen. En mijn ziekte loopt niet weg, hoor. Morgen kan ik me ook nog laten behandelen.’
‘Wat een prachtige levensvisie,’ zei Emma met een scheve glimlach. ‘Dan wens ik u nog een fijne avond. Ik ga weer.’
‘Waarheen?’ riep Maria meteen. ‘Waar denk jij naartoe te gaan? En wie moet dan de tafel dekken? Wie snijdt de salades, de kaas en de worst? Vooruit, naar de keuken met jou. Begin maar. Rooster ook een paar sneetjes brood voor mijn favoriete hapjes. Was de groenten en snijd ze klein. Je ziet toch dat ik bezoek heb? Ik heb daar geen tijd voor, en bovendien ben ik ziek. Sta daar niet als een zoutpilaar, schiet op!’ Haar stem had ineens weer dat bevelende toontje.
‘Pardon?’ Emma hapte bijna naar adem van verontwaardiging. ‘Nee. Absoluut niet. Daar is geen sprake van. En uw bevelen kunt u voor uzelf houden, die werken niet op mij. Ik ben alleen gekomen omdat ik dacht dat u echt ziek was. Maar ik zie dat u niets mankeert en zich precies zo gedraagt als altijd. Dus ik vertrek. Veel plezier verder. Drink alleen niet te veel, anders schiet uw bloeddruk straks weer omhoog.’
Zonder zich iets aan te trekken van Maria’s boze uitroepen draaide Emma zich om. Ze liep de gang door, trok de voordeur open en sloeg die met een harde klap achter zich dicht.
Een korte stilte viel in de woonkamer. Daarna begon een van de vriendinnen te lachen.
‘Nou, Maria, gaan we nu zelf de tafel dekken en alles klaarmaken? Heeft je schoondochter je zomaar laten zitten? Ach, jij bent me er ook eentje. We hadden bijna geloofd dat ze hierheen zou rennen om je op haar achterste benen te bedienen. Maar Emma heeft je netjes op je plaats gezet. En eerlijk gezegd: dat had je wel verdiend. Doe niet zo hooghartig, lieverd.’
Maria snoof gekrenkt.
‘Ze heeft weer eens laten zien wat voor karakter ze heeft. Moeilijk, koppig, onmogelijk. Ik zal later nog wel met haar praten. Ze moet leren hoe ze haar schoonmoeder hoort te respecteren.’
‘Kom op, sta nou maar op,’ zei de andere vriendin vrolijk. ‘Genoeg gedaan alsof je half dood bent. Voor ons hoef je dat toneel echt niet op te voeren. We maken het zelf wel klaar. We zijn toch niet voor niets gekomen?’
De twee vrouwen barstten opnieuw in lachen uit, terwijl Maria met een zuur gezicht overeind kwam.
