zei ik in de telefoon. Aan tafel verstomden alle stemmen. ‘Met Emma. Ja, ik weet dat het laat is. Luister, wil je morgenochtend meteen de beëindiging opstellen van alle lopende overeenkomsten met Breeze Media? Alles. Vormgeving, socialmediabeheer, seizoenscampagnes. Werkelijk alles. Reden: structureel ondermaatse communicatie. Ja, voor alle vijf vestigingen. Ja, ik weet het zeker. Een nieuw bureau zoeken we deze week. Dank je.’
Ik legde mijn telefoon terug op tafel en keek Lars aan.
Hij begreep het nog niet. Nog niet helemaal. Hij staarde naar me alsof ik plotseling een taal sprak die hij nooit had geleerd.
‘Emma,’ zei hij langzaam, ‘wat doe je nou?’
‘Lars,’ antwoordde ik kalm. ‘Banket-Plus is van mij. De Zoete Zaak is mijn keten. Vijf banketbakkerijen. Tweeëndertig mensen in dienst. Al zes jaar draait jouw bureau voor een groot deel op mijn opdrachten. Achtenveertigduizend euro per jaar. Bijna de helft van je omzet. Ik heb het nagekeken.’
Ik zag zijn gezicht veranderen, stap voor stap. Eerst ongeloof. Daarna begon hij te rekenen. Vervolgens viel het kwartje. En toen kwam er iets in zijn ogen wat ik daar nog nooit had gezien: angst.
‘Wacht even.’ Hij zette zijn glas te hard neer; rode wijn sloeg over de rand en vlekte het tafellaken. ‘Banket-Plus ben jij? Sanne is jouw manager?’
‘Zes jaar lang,’ zei ik. ‘Zes jaar heb jij reclame gemaakt voor mijn bedrijf. En zeven jaar lang heb je mij bij elke ontmoeting vernederd. Je hebt me het zwembad in geduwd. Je hebt me belachelijk gemaakt waar mijn zakelijke gasten bij zaten. In mijn eigen huis.’
Kuipers zat als versteend. De Boer keek naar Lars met een uitdrukking die ik maar al te goed herkende: alsof er een insect over haar bord kroop.
‘Emma, kom op, wacht nou even.’ Lars kwam overeind. Zijn handen trilden. Voor het eerst in al die jaren zag ik hem beven. ‘Dit is zakelijk. Dat moet je niet door elkaar halen. Daan en ik zijn vrienden. Ik wist het niet. Ik kon het toch niet weten?’
‘Je wist niet dat Banket-Plus van mij was,’ zei ik en knikte. ‘Maar je wist wél dat ik een mens was. Alleen maakte dat je niets uit.’
Sophie zat roerloos op haar stoel. Haar blik bleef op haar bord gericht. Zoals altijd.
Daan keek naar mij. Hij zei niets. Hij probeerde me niet tegen te houden. Voor het eerst in acht jaar hield hij zich stil.
Lars deed een stap in mijn richting. ‘Emma, laten we even praten. Niet hier. Gewoon onder vier ogen. Ik—’
‘Nee,’ onderbrak ik hem. ‘Jij hebt mij zeven jaar lang in gezelschap klein gemaakt. Dan krijg je nu ook in gezelschap antwoord. De contracten worden beëindigd. Dat is mijn besluit.’
Ik ging weer zitten, pakte een tartelette en nam een hap. De crème was precies zoals ik hem wilde hebben: zacht vanillearoma, frisse framboos, perfecte balans. Voor het eerst die avond voelde ik iets wat op tevredenheid leek.
Lars bleef midden in mijn woonkamer staan, naast de wijnvlek op het tafellaken, met een gezicht dat ik nooit eerder bij hem had gezien. Toen draaide hij zich om en liep weg. Sophie schoof haastig haar stoel naar achteren en volgde hem. Even later sloeg de voordeur dicht.
Aan tafel zei niemand iets. Ik dronk mijn glas water leeg.
Kuipers schraapte zijn keel.
‘Emma,’ zei hij voorzichtig, ‘die franchise van u is trouwens echt interessant.’
Ik glimlachte. Voor het eerst die hele avond oprecht.
Later, toen iedereen vertrokken was, ruimden Daan en ik samen de tafel af. Hij zweeg lang. Pas bij de keuken zei hij:
‘Je beseft dat hij mij nu elke dag gaat bellen?’
‘Dat besef ik.’
‘En wat moet ik dan tegen hem zeggen?’
‘De waarheid. Dat hij mijn huis binnenkwam en de gastvrouw schoffeerde.’
Daan zette een stapel borden in de gootsteen en keek me aan.
‘Ik had hem veel eerder moeten stoppen.’
Ik antwoordde niet. Want ja. Dat had hij gemoeten. Maar hij had het niet gedaan. En ook dat hoorde bij het verhaal.
Twee maanden zijn voorbijgegaan. Lars is mijn opdrachten kwijt. Achtenveertigduizend euro per jaar is geen kleine scheur in een begroting. Hij heeft drie mensen moeten ontslaan en is verhuisd naar een kleiner kantoor. Daan vertelde het me; hij gaat nog steeds eens in de twee weken bij hem langs.
Volgens anderen vertelt Lars nu aan iedereen dat ik wraakzuchtig ben. Dat ik misbruik heb gemaakt van de situatie. Dat ik privé en werk door elkaar heb gehaald. Dat een echte ondernemer zich zo niet gedraagt.
Misschien heeft hij gelijk. Of misschien duwt een echte ondernemer zijn klant niet een zwembad in.
Ik heb inmiddels een ander bureau gevonden. Ze leveren minstens even goed werk. En ze zijn beleefd. Wonderlijk eigenlijk, dat je reclame kunt maken zonder je opdrachtgever te beledigen.
Daan ziet Lars nog steeds alleen. Ik verbied hem niets. Het is zijn vriend. Maar aan onze tafel heeft Lars nooit meer gezeten. En ik ben rustig. Voor het eerst in zeven jaar echt rustig.
Alleen één vraag blijft door mijn hoofd malen.
Ben ik te ver gegaan door de contracten op te zeggen waar zijn zakenrelaties bij waren? Of heeft hij dit zelf over zich afgeroepen, na al die jaren, na zestig ontmoetingen, na “dom dik wijf” en dat zwembad? Wat zouden jullie hebben gedaan?
