Een hele tijd later kwam Jan terug, afgeladen met tassen en met een gezicht alsof hij persoonlijk de halve wijk had moeten bevoorraden.
‘Zo. Alles is er. Ga je gang, maak er maar iets van,’ zei hij vermoeid, terwijl hij de boodschappen op het aanrecht liet zakken.
Emma keek hem vanaf de bank kalm aan. ‘Dat gaat niet. Mijn wond trekt en doet pijn. Ik ben bang dat de hechtingen openspringen.’
Ze had ondertussen op haar telefoon al een recept opgezocht voor een kruidige rijstschotel en stuurde het hem zonder enige aarzeling door.
Jan staarde naar het scherm alsof hij zojuist een dreigbrief had ontvangen. ‘Maak je soms een grap? Wat denk je wel niet? Dat ik kok ben? Ik heb nog nooit zoiets gemaakt en ik ben ook niet van plan ermee te beginnen!’
‘Dan doe je het niet,’ antwoordde Emma onverstoorbaar. ‘Je hebt brood meegenomen, toch? En boter? Dan kun je voor jezelf boterhammen smeren. Ik neem aan dat dát nog binnen je mogelijkheden ligt.’ Ze legde haar hand op haar buik. ‘Maar ik moet eten. Mijn maag begint al te protesteren. Wil je luisteren?’
‘Hou op, zeg!’ riep Jan geërgerd. ‘En wat moet ik dan in vredesnaam met die kool van jou aanvangen?’
Ook daarvoor had Emma al een instructie klaarstaan. Binnen een paar seconden kreeg hij een nieuw berichtje. Twee uur later stond er voor haar een schaaltje zachte groentepuree klaar, naast een glas appelsap. Uit de keuken kwam bovendien de verrassend aangename geur van rijst, vlees en kruiden.
Emma nam een hap en keek hem met oprechte verbazing aan. ‘Jan, jij blijkt gewoon talent te hebben in de keuken! Dit is echt goed. Ik weet niet eens of ik het zelf zo lekker had gekregen.’
Jan trok zijn wenkbrauwen op, zogenaamd onverschillig, maar zijn mondhoeken verrieden hem. Hij moest moeite doen om niet trots te kijken. Niet te week worden, dacht hij. Als je nu toegeeft dat je het leuk vindt, schuiven ze straks alles op je bord.
Emma zag zijn verwarring wel, maar besloot hem die avond met rust te laten.
De volgende ochtend niesde ze luid en overdreven.
‘Jan,’ begon ze, terwijl ze voorzichtig rechtop ging zitten, ‘de arts zei trouwens ook dat ik voorlopig niet mag bukken. Zeker een maand niet. En ik voel gewoon dat het hier overal stoffig wordt.’
Hij keek haar wantrouwend aan.
‘Het huis kan eigenlijk wel een flinke beurt gebruiken,’ ging ze verder. ‘De gordijnen moeten eraf en gewassen worden, de vloeren moeten gedweild, en de tapijten zouden ook eens goed uitgeklopt moeten worden.’
‘Aha,’ zei Jan met een scheve glimlach. ‘Ik wist het. Na de supermarkt zou de verbouwing komen.’
‘Goed dan,’ zuchtte Emma dramatisch. ‘Dan doe ik het zelf wel.’
Ze kreunde, schoof haar benen uit bed en liep langzaam naar de badkamer. Daar pakte ze een emmer en zette de kraan open.
‘Au!’ riep ze plotseling, terwijl ze naar haar buik greep.
Jan stond meteen naast haar. ‘Eruit jij,’ bromde hij, terwijl hij haar voorzichtig maar beslist de badkamer uit loodste. ‘Ik heb geen zin om nog een maand langer alleen te zitten hannesen.’
Met een nauwelijks verborgen triomfantelijk lachje verdween Emma naar de keuken om thee te zetten. Jan bleef achter met de emmer, de dweil en een blik alsof hij zojuist tot dwangarbeid was veroordeeld.
Tegen de avond sleepte hij zich door de kamer alsof zijn benen niet meer bij hem hoorden. Maar het appartement blonk. De gordijnen roken fris, de vloer glansde en uit de tapijten was een hoeveelheid stof gekomen waar je bijna een tweede tapijt van had kunnen maken. Jarenlang had niemand Jan zover gekregen om ze uit te kloppen.
‘Wil je thee?’ vroeg Emma vriendelijk.
‘Laat me,’ gromde hij. ‘Ik kan amper nog staan.’
‘Hoezo?’ vroeg ze met gespeelde verbazing. ‘Jij zei toch altijd dat huishoudelijk werk niets voorstelt? Licht als een veertje, volgens jou.’
Jan mompelde iets onverstaanbaars.
Emma keek hem rustig aan. ‘En bedenk dan dat jij vandaag niet eens eerst acht uur op je werk hebt gestaan. Je hebt niet daarna nog vier uur colleges gevolgd. Je hoefde niet vervolgens naar de winkel te rennen en met volle tassen terug te komen, zoals gisteren. Je hebt alleen twee uur gekookt en vandaag schoongemaakt. Maar voor mij was dat jarenlang elke dag zo: werken, boodschappen, wassen, poetsen, koken. Alles klaarzetten, alles opruimen, alles brengen en halen.’
Jan zweeg.
‘Weet je,’ vervolgde ze zachter, ‘de vraag van onze dochter — hoe ik het al die tijd met jou heb uitgehouden — was misschien helemaal niet zo overdreven. Ik hoopte alleen dat je geweten vanzelf een keer wakker zou worden, zonder ruzie, zonder drama. Blijkbaar was ik daarin nogal optimistisch.’
Ze liet een korte stilte vallen en glimlachte toen.
‘Maar ik heb vandaag ook iets anders gezien. Je kunt het prima. Daarom gaan we het vanaf nu anders doen. Als dit gezin je iets waard is, verdelen we de taken eerlijk. En dat bevelende vingertje van je, alsof je in een restaurant zit te wachten tot iemand je bedient, mag je voorgoed vergeten.’
Ze stond voorzichtig op. ‘En nu krijg je thee. Die heb je verdiend.’
Jan keek haar hoopvol aan. ‘Alleen thee?’
Emma lachte en legde een hand op haar buik. ‘Voorlopig wel. Ik durf geen risico te nemen met mijn hechtingen.’
