Willem nam de papieren van haar aan en liet zijn ogen over de regels gaan. Hoe verder hij las, hoe strakker zijn gezicht werd.
— Mam… — zei hij uiteindelijk, veel zachter dan daarvoor. — Emma heeft gelijk.
— Wat zeg je nou?
— Je bent te ver gegaan. — Hij keek zijn moeder recht aan. — Dit is haar huis. Ons gezin. Daar beslissen wij over.
Johanna wankelde alsof iemand haar een klap had gegeven.
— Dus je kiest haar kant?
— Ik kies voor mijn vrouw en voor mijn kind.
— Prachtig. — Haar stem sneed door de kamer. Ze greep haar tas van de stoel en beende naar de hal. — Maar als ze je straks laat zitten, hoef je niet huilend bij mij aan te komen!
— Als u leert onze grenzen te respecteren, bent u altijd welkom, — zei Emma kalm. — En zo niet, dan houdt het hier op.
De voordeur sloeg met een doffe dreun dicht. Daarna viel er een stilte over het appartement.
— Was dat niet een beetje hard? — Willem sloeg zijn armen om Emma heen. — Ze bedoelt het toch alleen maar…
— Ze nam ruimte in. Stap voor stap. — Emma leunde tegen hem aan. — Nog een jaar en ze bepaalt hoe we ons kind moeten voeden. Nog twee jaar en zij kiest naar welke school het gaat.
— En als ze helemaal niet meer terugkomt?
— Ze komt wel. Zodra ze begrijpt hoe het hier werkt.
Een maand later ging Emma’s telefoon. Het was Johanna. Haar stem klonk anders dan anders: ingehouden, bijna voorzichtig.
— Zou ik… misschien langs mogen komen? Ik wil graag zien hoe het met jullie gaat.
— Natuurlijk, — antwoordde Emma. — Komt morgenmiddag uit?
— En… mag ik iets meenemen voor mijn kleinkind?
— Dat mag. Maar wat daarvan blijft, bepaal ik.
Aan de andere kant bleef het even stil.
— Ik begrijp het.
De volgende dag stond Johanna voor de deur met een klein pluchen beestje en een bos bloemen. Ze trok netjes haar schoenen uit en vroeg eerst of ze de babykamer mocht bekijken.
— Jullie hebben opnieuw geschilderd, — merkte ze op terwijl ze naar de gele muren keek.
— Ja, — zei Emma. — In onze kleur.
Johanna zweeg een paar tellen.
— Het is mooi, — zei ze toen. — Warm.
Tijdens de thee werden er weinig woorden gewisseld. Toch voelde de lucht voor het eerst in drie jaar niet gespannen, maar rustig.
Bij het weggaan bleef Johanna nog even in de deuropening staan.
— Zou ik af en toe mogen komen? Als de kleine er straks is?
— Ja, — zei Emma. — Op uitnodiging.
— Op uitnodiging, — herhaalde Johanna, en ze knikte.
Emma sloot de deur achter haar en bleef er met haar rug tegenaan staan. In haar buik trapte de baby stevig, vrolijk bijna, alsof hij de overwinning mee vierde.
Ze legde haar hand op haar buik en fluisterde:
— Nu zijn we echt thuis, kleintje. In ons eigen huis. Een plek waar je moeder kan beschermen wat belangrijk is.
In de gele babykamer bewoog het gordijntje met de konijntjes zachtjes in de tocht — precies dat gordijntje dat ze hadden gekocht op de dag dat ze ontdekten dat jij onderweg was.
