Daar trok ze een map tevoorschijn waarin de eigendomspapieren zaten. Tot haar eigen verbazing beefde haar hand niet.
— Wegwezen! — krijste Johanna. — Dit is het huis van mijn zoon, ik heb alle recht om…
— Nee. — Emma legde het contract rustig op de commode. — Hier staat alles zwart op wit. Ik heb deze woning vóór ons huwelijk gekocht. Van mijn eigen geld.
Ze sprak zacht, maar elke zin sneed door de stilte als een mes.
— Dus u bent degene die nu vertrekt. Meteen.
Met trillende vingers griste Johanna de documenten van de commode en liet haar blik gehaast over de regels gaan. De kleur trok uit haar gezicht weg tot ze grauw zag.
— Willem! — gilde ze plots. — Willem, kom onmiddellijk hier!
— Willem is aan het werk. En wanneer hij thuiskomt, bespreken we dit met hem.
— Jij… jij maakt dit gezin kapot! Je zet mijn zoon tegen zijn moeder op!
— Ik bescherm mijn gezin tegen iemand die ons huis al drie jaar behandelt alsof het haar bezit is.
Johanna begon heen en weer te lopen tussen de blauwe muren, tussen de sporen van haar eigen zogenaamde zorgzaamheid.
— Willem zal mij nooit laten vallen! Ik ben zijn moeder!
— En ik ben zijn vrouw. En de moeder van zijn kind. — Emma liep naar het raam. — We zullen zien voor wie hij kiest.
— Wie denk jij wel niet dat je bent?
— Niemand bijzonders. Ik heb alleen eindelijk begrepen dat zwijgen door u wordt opgevat als toestemming.
Emma draaide zich weer naar haar toe.
— Drie jaar lang dacht ik: ik houd het wel vol, op een dag zal ze eraan wennen. Maar u went nergens aan. U neemt over.
— Ik wilde alleen maar helpen!
— U wilde macht. En die hebt u gekregen, zolang ik mijn mond hield.
Een uur later kwam Willem thuis. Zijn moeder zat met rode ogen in de keuken; Emma stond in de woonkamer met de papieren nog altijd in haar hand.
— Wat is hier aan de hand? — vroeg hij, terwijl hij van de een naar de ander keek.
— Je vrouw is gek geworden! — Johanna sprong overeind. — Ze wil me eruit gooien! Ze bedreigt me!
— Emma?
— Ik heb uitgelegd wie hier over dit huis beslist, — zei Emma beheerst. — En ik heb grenzen gesteld.
— Wat voor grenzen?
— Heel gewone. Niet binnenkomen zonder uitnodiging. Niet de baas spelen in andermans woning. Niet de babykamer veranderen zonder toestemming van de ouders.
Willem zweeg. Zijn blik ging van zijn moeder naar zijn vrouw en weer terug.
— Wim, zeg dan iets! — Johanna klampte zich aan hem vast. — Ik ben toch je moeder! Ik heb recht…
— Waarop precies? — Emma reikte Willem het contract aan. — Waar denkt u recht op te hebben in mijn huis?
