‘Nou, meiden, wat ziet dit er prachtig uit!’ riep tante Anna, die als eerste binnenkwam. ‘Het lijkt wel alsof we in een goed restaurant zijn beland.’
‘Dat hebben onze twee gastvrouwen voor elkaar gekregen,’ zei Mark trots. Hij sloeg tegelijk een arm om Emma en om zijn moeder heen.
De avond begon uitstekend. De bezoekers lieten zich de gerechten goed smaken, prezen de salades en de warme hapjes, en Johanna nam de complimenten met zichtbaar genoegen in ontvangst. Emma glimlachte bescheiden en hield zich wat op de achtergrond. Op een gegeven moment werd er zelfs gezamenlijk een oud Nederlands lied aangeheven, en de stemming leek eindelijk ontspannen.
‘Emma, lieverd,’ vroeg buurvrouw Maria later, terwijl ze haar vork neerlegde, ‘zou ik van jou misschien het recept mogen voor die haringsalade?’
‘Dat is eigenlijk niet mijn recept,’ antwoordde Emma rustig. ‘Johanna heeft me geleerd hoe je die maakt.’
Johanna knikte tevreden. Eindelijk, dacht ze, zei haar schoondochter eens iets verstandigs.
Tegen tienen, toen de gasten zich in kleine groepjes door de kamer hadden verspreid en overal geroezemoes klonk, vond Johanna dat het moment was aangebroken om de cadeaus open te maken.
In het kleine kamertje stond een tafel vol dozen, tassen, boeketten en netjes ingepakte pakjes. Johanna pakte alles één voor één uit, bedankte de gevers uitvoerig en liet ieder geschenk aan de aanwezigen zien. Van haar zus kreeg ze een elegante sjaal, van haar nicht een set pannen, en de buren hadden een fles parfum meegebracht.
Helemaal aan het eind bleef er een witte envelop liggen, zonder naam, zonder kaartje, zonder enige aanwijzing van wie hij kwam.
‘Wat hebben we hier nu?’ vroeg de jarige verbaasd, terwijl ze de envelop tegen het licht hield.
Emma stond aan de overkant van de kamer, vlak bij de muur, en sloeg haar schoonmoeder aandachtig gade.
Johanna scheurde de envelop open en haalde er een dubbelgevouwen vel papier uit. Nauwelijks had ze de eerste regels gelezen of alle kleur trok uit haar gezicht weg. Een seconde later werd ze vuurrood, om vervolgens opnieuw lijkbleek te worden.
‘Mam, wat is er?’ vroeg Mark, die meteen dichterbij kwam.
Maar Johanna stoof al dwars door de woonkamer. Ze baande zich een weg tussen de gasten door, duwde bijna een dansend paar opzij en zwaaide met het papier alsof het een aanklacht was.
‘Dit is jouw werk!’ schreeuwde ze. ‘Dit heb jij me aangedaan, jij ellendig mens!’
Iedereen verstijfde. De muziek viel stil. Johanna drukte het vel bijna tegen Emma’s gezicht.
‘Lees maar!’ riep ze met overslaande stem. ‘Lees allemaal wat voor cadeau zij mij heeft gegeven!’
Mark nam het papier uit haar trillende hand en las hardop:
‘Geachte mevrouw Johanna, naar aanleiding van uw vraag over een mogelijke plaatsing nodigen wij u graag uit voor een kennismakingsbezoek aan woonzorgcentrum De Gouden Jaren. Mevrouw Emma heeft telefonisch contact met ons opgenomen om te informeren naar de voorwaarden voor uw verblijf en verzorging. U bent welkom op ieder moment dat u schikt…’
De stilte die daarna viel was zo diep dat het tikken van de wandklok ineens luid leek.
‘Emma,’ zei Mark zacht, ‘klopt dit?’
Emma keek haar schoonmoeder aan met een koele, bijna beleefde glimlach.
‘Waarom niet?’ antwoordde ze. ‘Als Johanna niet meer begrijpt hoe je kleding moet wassen, is het misschien verstandig om ook haar beoordelingsvermogen eens na te laten kijken. Daar werken uitstekende mensen. Die zullen er wel voor zorgen dat ze geen domme dingen meer uithaalt.’
‘Hoe durf je!’ gilde Johanna. ‘Ik zal jou eens laten zien hoe het met mijn verstand gesteld is!’
Ze wilde op Emma afstormen, maar Mark greep haar bij haar arm.
‘Mam, niet waar iedereen bij is. Dit is gênant.’ Daarna draaide hij zich naar zijn vrouw. ‘En jij ook, Emma. Dit soort cadeaus gaat echt te ver.’
‘Te ver?’ herhaalde Emma spottend. ‘Was het dan niet te ver toen zij mijn jurk van honderdtwintig euro verpestte?’
‘Welke jurk?’ vroeg Mark, volkomen overrompeld.
‘Mijn zijden jurk,’ zei Emma scherp. ‘Die jouw lieve moeder op negentig graden heeft gewassen. Per ongeluk natuurlijk. Ze wist zogenaamd niet dat je zijde zo niet behandelt.’
‘Dat wist ik ook echt niet!’ riep Johanna, terwijl ze zich losrukte uit de hand van haar zoon. ‘Helemaal niet!’
