Daar werkte hij dan uren achter elkaar. Hij vroeg mij aanvankelijk nog mee, maar na een paar bezoeken aan dat tuinhuisje had ik er meer dan genoeg van en weigerde ik beslist nog langer mee te gaan. Johanna veranderde daar in een kleine huiselijke despoot: ze commandeerde, mopperde en vond op werkelijk ieder detail iets aan te merken. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat ik thuis meer rust zou hebben. Dus zette ik een punt achter die uitstapjes. Haar zelf uitnodigen deed ik trouwens ook niet met veel enthousiasme.
De laatste tijd bekroop me steeds vaker het gevoel dat ik in Jeroens leven op de tweede plaats stond. De band met zijn moeder was zelfs na ons huwelijk geen greintje losser geworden. En Johanna leek mijn geduld met opzet op de proef te stellen. Ze belde haar zoon bijna ieder weekend en schoof hem dan weer een of ander zogenaamd dringend klusje toe.
‘Ik heb Jeroen nodig,’ kondigde ze dan aan. ‘Hij moet even langskomen en een meloen, tomaten en paprika’s voor me meenemen. Ik ga lecsó maken.’
‘Lecsó met meloen? Dat klinkt als een bijzonder recept,’ kon ik niet laten op te merken.
‘Doe niet zo bijdehand. Lecsó maak je van tomaten en paprika. Die meloen wil ik gewoon eten zolang ze er nog zijn. Of stel jij soms voor dat ik dat zware ding zelf ga sjouwen? Ze zijn tegenwoordig enorm.’
Natuurlijk werd van Jeroen verwacht dat hij alles betaalde. Over terugbetalen werd met geen woord gerept. En dat terwijl Johanna heel goed wist dat wij spaarden voor een auto.
Die auto was een droom van ons allebei. We hadden samen besloten de aankoop van een eigen woning met hypotheek voorlopig uit te stellen. Een auto zou niet alleen Jeroens reistijd naar zijn werk flink verkorten, maar ons ook de kans geven om in de warmere maanden de stad uit te rijden, naar bossen en plassen, om eindelijk weer lucht en ruimte te voelen.
Zonder eigen vervoer was dat allemaal een hele onderneming. Naar afgelegen plekken reizen met taxi’s of het openbaar vervoer kostte veel geld en leverde vooral gedoe op. Met een eigen wagen zouden we vrij zijn. We konden gaan wanneer we wilden, ergens tot rust komen, iets op de grill leggen en weer naar huis rijden zodra we daar zin in hadden.
Bovendien was Jeroen met bus en trein bijna twee uur onderweg naar zijn werk. Hij moest al om vier uur ’s ochtends opstaan, omdat de bussen zich strikt aan hun dienstregeling hielden. Met een auto had hij elke dag twee uur langer kunnen slapen. Voor ons was zo’n wagen dus geen luxe, maar bijna een reddingsboei. Al twaalf maanden legden we iedere maand geld opzij voor die langverwachte aankoop.
‘Jullie hadden beter eerst voor een eigen huis kunnen zorgen!’ mopperde Johanna telkens. ‘Jullie wonen gehuurd en stoppen je geld in de zakken van een ander.’
Dan begon ik opnieuw uit te leggen waarom de auto voor ons nu belangrijker was.
‘Johanna, Jeroen en ik hebben dit al uitvoerig besproken. Eerst de auto, daarna het huis, en pas daarna kunnen we serieus aan kinderen denken. Trouwens, als er later kinderen zijn, hebben we die auto juist des te harder nodig.’
‘Kinderen? Krijg er eerst maar eens één,’ beet ze terug. ‘Jullie zijn twee jaar getrouwd en jullie hebben niet eens een huisdier genomen.’
Mijn vakantie kwam dichterbij, en samen met die vrije dagen was mij ook een royale bonus beloofd voor een jaar lang hard en nauwgezet werken. Natuurlijk verlangde ik naar de zee, naar zand onder mijn voeten en wind in mijn gezicht. Toch zou de aankoop van de auto me nog gelukkiger maken. In september zouden we dan mooi paddenstoelen kunnen gaan zoeken.
Ik zag het al helemaal voor me: wandelen door een goudbruin herfstbos, met een rieten mand aan mijn arm, zwijgend speurend tussen bladeren en mos naar stevige eekhoorntjesbrood, glanzende boleten en honingzwammen die op oude stronken groeiden. Ik droomde erover, maakte plannen en vertelde Jeroen er enthousiast over.
‘En we blijven dan zeker ook een nachtje slapen zolang het nog warm genoeg is, toch?’ vroeg ik hem. ‘We hebben die tent al jaren liggen zonder hem te gebruiken. Nu zou hij eindelijk van pas komen. We roosteren marshmallows boven het vuur, zetten thee met dennennaalden en kijken samen naar de hemel.’
