“Bram, die luilak, ligt zeker nog te slapen?” snauwde schoonmoeder Anna bij de poort terwijl Emma zwetend naar haar bloemen keek

Verhalen
Egoïstische bemoeienis voelt onverdraaglijke vernedering.

…daarom heb ik de monteur al gebeld. Hij zou langskomen om naar mijn koelkast te kijken. Zonder koelkast is het nu niet te doen: het is zomer, het is warm, en dat oude ding heeft het begeven. Misschien moet ik zelfs een nieuwe kopen, — probeerde Anna haar geluk nog eens.

— Meent u dit serieus? Over welk geld hebt u het eigenlijk? Waarom zou ik u iets moeten geven? Ik zou zelf best iemand kunnen gebruiken die me helpt. Ik sta er alleen voor met twee kinderen en we moeten rondkomen van één salaris. Geen idee wanneer Bram alimentatie gaat betalen. Áls hij dat al gaat doen, — beet Emma haar toe. Geërgerd gooide ze het kleine schepje waarmee ze plantenvoeding had verdeeld opzij.

— Alimentatie? Emma, begin daar nou niet weer over. Ik zeg je toch: je man komt terug. Hij komt gewoon naar huis, let maar op. Er komt helemaal geen scheiding. Straks, wanneer jullie je verzoenen, lach je zelf nog om wat je nu allemaal zegt. Maar voor mij is dat geld echt van levensbelang. Jullie hebben ook wel het slechtst denkbare moment uitgekozen om ruzie te maken, dat is met geen pen te beschrijven! Jullie hadden best nog even kunnen wachten met al die toestanden, — barstte Anna uit, die haar kalmte nu volledig begon te verliezen.

— Wat slaat u toch uit? Hadden wij soms volgens uw agenda ruzie moeten maken? Sorry hoor, u hebt me geen rooster gegeven, dus het is gegaan zoals het ging. En eerlijk gezegd ben ik u meer dan zat. Ga weg. En noem dat geld niet nog eens in mijn bijzijn. Daarvoor moet u hier niet zijn, van mij krijgt u geen hulp.

Juist op dat moment begon Anna’s telefoon luid te rinkelen. Ze keek naar het scherm en klaarde meteen op.

— Ah, daar is Bram! Hij belt zelf! Nu zal ik alles van hem horen. Hallo, jongen, waar ben je? Wat is er gebeurd? Ik ben bij jullie langsgekomen en wat krijg ik hier te horen? Emma vertelt me de vreselijkste dingen! — ratelde ze, zonder haar zoon ook maar de kans te geven iets te zeggen.

Toch lukte het Bram na een tijdje om door de woordenstroom van zijn moeder heen te breken. Anna zweeg eindelijk en luisterde, met stijgende verbijstering, naar wat hij haar vertelde.

— Je bent weggegaan? Waarheen dan? Naar wie? Hoe bedoel je? Welke Sophie, jongen? Je steekt me recht in mijn hart! En de kinderen dan? Hoe moeten die zonder jou verder? En het huis? Je hebt hier zoveel geld en zoveel moeite in gestoken! — vuurde Anna, totaal overdonderd, de ene vraag na de andere op hem af.

Nog enkele minuten bleef ze met haar zoon praten. Daarna liet ze langzaam de telefoon zakken.

— Hij zegt dat hij verliefd is geworden op een of andere Sophie… Welke Sophie? Waar komt die ineens vandaan? Maar ik geloof er niets van, Emma. Hij zegt dat alleen om jou te raken. Hij weet dat ik hier bij jou ben, daarom doet hij zo geheimzinnig, zodat jij zijn echte plan niet te snel doorziet. Bram kan niet zomaar alles achterlaten waarvoor hij de afgelopen tien jaar heeft geleefd en gewerkt. En de kinderen al helemaal niet. Dat kán hij niet! Het is pure onzin. Daarin heb je gelijk, Emma. Dit is complete waanzin.

— Bent u nu eindelijk klaar? — vroeg Emma, terwijl ze haar schoonmoeder met een spottend glimlachje aankeek.

— Nee, ik ben nog niet klaar. Begrijp je dan niet wat er kan gebeuren? Als jij nu gelooft dat mijn zoon je echt voorgoed verlaten heeft, kun je in je wanhoop allerlei domme dingen doen. Dingen die je nooit meer kunt terugdraaien.

— Wat?! — Emma keek haar ongelovig aan. — Waar hebt u het in vredesnaam over? Iets ergers dan wat uw zoon heeft gedaan, kan ik me nauwelijks voorstellen.

— Ik weet heel goed waar ik over praat, Emma. Ik heb lang genoeg geleefd en ik heb genoeg gezien. Bram komt over een paar dagen terug, hooguit over een week. Maar dan blijkt straks dat niemand hier nog op hem wacht. Te laat. Zijn plek is ingenomen.

— Werkelijk? — vroeg Emma scherp, die maar al te goed begreep waar Anna op doelde.

— Ja, werkelijk. Dat soort dingen gebeurt. Uit woede op Bram haal jij misschien een of andere kerel van de straat in huis. En die zal natuurlijk maar al te graag blijven: een mooi huis, alles aanwezig, niets om zich druk over te maken. En de vrouw des huizes is jong en aantrekkelijk. Waar moet mijn arme zoon dan nog heen?

— En wat stelt u dan voor? — Emma kon alleen maar met groeiende verbazing naar haar luisteren. Zo’n reactie had ze werkelijk niet verwacht. — Moet ik volgens u dan maar braaf gaan zitten wachten?

Bij Wieke Thuis