— Bram! — riep Maria uit, terwijl ze overeind schoot en haar zoon om de hals viel. — Wat heb ik je gemist, jongen!
— Ik jou ook, mam, — antwoordde hij. Toch zag ik meteen hoe zijn schouders verstijfden. — Maar waar hebben we dit bezoek aan te danken?
— Ach, wat zeg je nou toch, kind? Mag een moeder haar kinderen soms niet meer opzoeken? Ik zit daar maar in mijn eentje, dag in dag uit. Ik verveel me. En jullie zijn jong, gezellig, altijd leven in huis…
Tijdens het eten kwam ze helemaal op dreef. Ze vertelde uitgebreid wat er allemaal in haar buurt was gebeurd, klaagde over de buren en vroeg Bram uit over zijn werk. Op het eerste gezicht niets nieuws: precies zoals altijd. Alleen merkte ik hoe Bram met elke minuut kleiner leek te worden. Hij gleed haast vanzelf terug in zijn oude rol: aandachtig luisteren, braaf knikken, niet tegenspreken en vooral nergens tegenin gaan.
Ik zei nog niets. Ik wachtte op het juiste moment.
— Weet je wat, — begon ik, zodra het gesprek eindelijk op onze geldzorgen kwam, — ik heb misschien een manier bedacht waardoor we de hypotheek veel sneller kunnen aflossen.
— Wat voor manier? — vroeg Bram.
— We kunnen het appartement per dag gaan verhuren. Tegenwoordig levert dat echt behoorlijk wat op. Zeker in de zomer.
Maria verslikte zich bijna in haar thee.
— Verhuren? — herhaalde ze ongelovig. — Hoe bedoel je, verhuren?
— Nou, wat is daar vreemd aan? — Ik haalde luchtig mijn schouders op. — Uw appartement is prachtig en de buurt is gewild. Daar willen mensen best goed voor betalen. Je kunt het aanbieden aan mensen die een paar dagen in de stad zijn, aan zakenreizigers, toeristen… En jongeren huren trouwens ook graag iets voor feestjes. Die betalen meestal nog het ruimst.
— Feestjes? — Maria keek me aan alsof ik had voorgesteld de boel in brand te steken. — In óns appartement?
— Waarom niet? — vroeg ik met een zo onschuldig mogelijk gezicht. — Geld is geld. En wij kunnen elke euro gebruiken. Zeker nu de uitgaven ineens een stuk hoger liggen.
Daarbij liet ik mijn blik heel bewust naar Maria glijden. Haar wangen kleurden rood.
— Bram, — wendde ik me tot mijn man, — ik heb al een beetje rondgekeken naar de prijzen. Als we het de hele zomer actief verhuren, kunnen we niet alleen de maandelijkse hypotheekbetaling verdubbelen, maar ook alvast een potje maken voor een grote opknapbeurt.
— Een opknapbeurt? — Bram fronste. — Waarom zou dat nodig zijn?
— Hoezo, waarom? — zei ik verbaasd. — Na huurders moet je bijna altijd iets herstellen. Ze gaan natuurlijk niet met andermans muren om alsof het hun eigen huis is. En na feestjes of vakantiedagen al helemaal niet. Maar dat is geen ramp, hoor. Zulke kosten rekenen we gewoon mee in de huurprijs.
Bram zweeg even en knikte toen langzaam, alsof het idee zich in zijn hoofd begon te nestelen.
— Weet je, — zei hij uiteindelijk, — daar zit eigenlijk wel wat in. Zo’n appartement moet niet leegstaan. En als mama nu toch bij ons is ingetrokken, zou het zonde zijn om die kans niet te benutten.
— Zijn jullie nu helemaal gek geworden! — riep Maria. — Vreemde mensen in mijn huis? En dan ook nog feestjes?
— Wat is daar zo verschrikkelijk aan? — vroeg ik kalm. — Een woning leeg laten staan terwijl je kinderen schulden afbetalen, dat is pas zonde. We zijn nu met een groter gezin, dus er gaat ook meer geld uit. Dan moeten we juist nadenken over extra inkomsten.
— Maar er kunnen allerlei mensen binnenkomen! — hield mijn schoonmoeder aan. — Hoe weten we nou wie we over de vloer halen?
— Maria, — legde ik geduldig uit, — tegenwoordig wordt alles gecontroleerd. Identiteitsbewijzen, beoordelingen, recensies van vorige verhuurders. Bovendien: wie netjes betaalt, gedraagt zich meestal ook netjes.
— Precies, — viel Bram me bij, nu hij er duidelijk plezier in begon te krijgen. — We kunnen desnoods camera’s plaatsen en toezicht houden op de boel.
— Juist! — zei ik enthousiast. — En natuurlijk vragen we een borg voor meubels en schade. Dat is heel normaal bij verhuur.
Maria staarde ons aan met groeiende ontzetting.
— En waar moet ík dan wonen? — vroeg ze met een dun stemmetje.
— Hoe bedoelt u, waar? — zei ik verbaasd. — Bij ons natuurlijk. U bent toch met een koffer gekomen.
