Anna zette de boormachine langzaam op het nachtkastje en sloeg haar armen over elkaar.
‘Ik probeer je op te voeden, ondankbaar kind,’ zei ze koel. ‘Ik leer je hoe je een fatsoenlijke echtgenote hoort te zijn. En jij verheft je stem tegen iemand die ouder is dan jij. Waar is je respect gebleven?’
‘Respect?’ Emma voelde hoe het laatste restje zelfbeheersing in haar knapte. ‘Voor iemand die met mijn spullen omgaat alsof ze van haar zijn? Voor iemand die in één jaar tijd mijn huis heeft veranderd in een opslagplaats voor haar prullaria?’
Over Anna’s gezicht gleed een schaduw van verbazing. Voor het eerst sinds ze bij hen woonde, hoorde ze Emma niet zachtjes protesteren, maar hardop en zonder terugdeinzen.
‘Jan! Hoor jij hoe je vrouw tegen mij praat?’ riep Anna, terwijl ze zich verontwaardigd tot haar zoon wendde.
Maar Emma kon zichzelf niet langer inhouden. De rode blouse die haar schoonmoeder had weggegooid, was een cadeau van haar beste vriendin geweest. De blauwe jurk was het eerste geschenk dat Jan haar ooit had gegeven. Het waren niet zomaar kleren geweest. In die stukken stof zaten herinneringen, kleine delen van haar leven, van wie zij was.
‘Genoeg!’ Emma draaide zich weer naar Anna toe en keek haar, voor het eerst in een jaar, recht aan. ‘Het is klaar. Ik pik dit niet meer.’
‘Emma, kalmeer nou,’ probeerde Jan ertussen te komen, maar zijn vrouw maakte een afwerend gebaar.
‘Nee, ik kalmeer niet.’ Haar stem was scherp en vast. Ze sprak Anna niet langer met afstandelijke beleefdheid aan, en dat alleen al deed de wenkbrauwen van haar schoonmoeder omhoogschieten. ‘Als jij genoeg kracht hebt om meubels te verslepen, mijn kast uit te mesten, mijn spullen weg te gooien en gaten in mijn muren te boren, dan kun je ook prima de trap op naar je eigen flat.’
‘Hoe durf je!’ Anna richtte zich kaarsrecht op. ‘Ik ben de moeder van je man!’
‘En dan?’ Emma liep naar de voordeur en trok die wijd open. ‘Geeft dat jou het recht om mijn leven over te nemen? Dit appartement is van mij, van vóór mijn huwelijk. Dus eruit. Nu.’ Tot het uiterste gedreven wees ze met strakke arm naar de gang.
Anna bleef staan alsof ze zojuist een klap had gekregen, haar mond halfopen van ongeloof. Jan werd bleek.
‘Emma, wat doe je? Mam…’
‘Jouw moeder redt zich uitstekend,’ onderbrak Emma hem, zonder ook maar een stap bij de deur vandaan te gaan. ‘Wie urenlang mijn kledingkast kan doorzoeken, meubels kan verschuiven en planken kan ophangen, is ook prima in staat om zelfstandig te wonen.’
‘Jantje!’ Anna sloeg dramatisch haar handen in de lucht en keek haar zoon smekend aan. ‘Laat jij haar mij op deze manier behandelen?’
Jan keek van zijn moeder naar zijn vrouw en weer terug. Hij wist zichtbaar niet waar hij moest beginnen. Emma zag zijn verwarring, maar ze was niet langer bereid om zichzelf weg te cijferen om de vrede te bewaren.
‘Kies maar,’ zei ze tegen haar man. ‘Of zij pakt haar spullen en gaat terug naar haar eigen woning, of ik vraag een scheiding aan. En dit huis is van mij. Ik heb volledig het recht om te bepalen wie hier woont.’
Anna probeerde haar oude, neerbuigende toon terug te vinden, alsof ze daarmee de situatie nog kon terugdraaien.
‘Wat ben je toch dom, Emma. In een gezin bestaat er geen “van mij” en “van jou”. Alles is van iedereen.’
‘Nee!’ barstte Emma los. ‘Niet alles is van iedereen. Dit is míjn appartement, betaald met míjn geld, gekocht vóórdat ik trouwde. En als jij dat niet kunt accepteren en mijn grenzen niet kunt respecteren, dan is er hier geen plek voor jou.’
Anna keek onzeker naar haar zoon, alsof hij haar met één zin weer de macht over de kamer kon teruggeven.
‘Jan, zeg dan iets tegen haar…’
Maar Jan zag het bleke, onverzettelijke gezicht van zijn vrouw en begreep eindelijk dat het menens was.
