“Daarom gaat de wasmachine naar mijn moeder” voegde hij er zachter aan toe en duwde de kar weg terwijl zij verbijsterd toekeek

Verhalen
Schandalige goedheid, pijnlijk masker van zelfzucht.

‘Of we zetten dat ding nú weer op de wagen, of je betaalt me voor de verloren rit,’ bulderde hij zo hard dat de halve straat het kon horen.

Bas mompelde iets onverstaanbaars dat beslist niet voor keurige oren bedoeld was en graaide met zichtbare tegenzin in de binnenzak van zijn jas naar zijn portemonnee. Het afscheid van zijn eigen bankbiljetten deed hem bijna lichamelijk pijn. De grote strateeg kocht, tegen een stevig tarief, een kaartje voor zijn eigen afgang.

‘Zal ik even helpen tillen, buurman?’ vroeg Henk met een gezicht dat één en al behulpzaamheid veinsde, zodra de bestelwagen de binnenplaats uit was gereden.

‘Ik red me prima!’ snauwde mijn echtgenoot terug.

Daarna hing hij zich voorover in het steekwagentje en duwde het gevaarte met rood hoofd, piepend en kreunend, over de veel te hoge betonnen drempel. Zijn geplande triomftocht eindigde in een openlijke vernedering.

De rest van de dag bracht Bas door in onze krappe badkamer, waar hij blies, vloekte en telkens opnieuw onder de machine kroop. Al snel bleek dat hij bij zijn haastige, heldhaftige demontage de schroefdraad van de toevoerslang volledig had vernield. Er zat niets anders op dan het werk stil te leggen, naar de bouwmarkt te rennen, nieuwe onderdelen van zijn eigen geld te kopen en vervolgens eindeloos, en met weinig waardigheid, smerige plassen van de tegelvloer te dweilen.

Tegen de avond kwam hij terug van zijn moeder: uitgeput, besmeurd met machineolie en zo kwaad dat zelfs de muren wijselijk zwegen. Henk had tot op de komma gelijk gehad.

Uit de buik van Saskia’s wasmachine waren met bijna plechtige aandacht een parelmoeren knoop, een handje roestige muntjes, een kromgebogen schuifspeld en natuurlijk dat beruchte metalen beugeltje uit een beha tevoorschijn gekomen. Na een eenvoudige schoonmaakbeurt liep het oude apparaat weer zo stil en soepel alsof het een Zwitsers uurwerk was.

Saskia probeerde uiteraard nog verontwaardigd te doen over het feit dat haar zoon niet met een glanzend nieuw wonderapparaat was komen aanzetten. Maar Bas gromde alleen dof, maakte een vermoeid wegwerpgebaar en weigerde nog één woord aan de kwestie vuil te maken.

Zijn nobele reddingsactie had hem uiteindelijk onverwachte kosten, een pijnlijke rug, een volledig verknald weekend en de terechte titel van grootste komiek van ons portiek opgeleverd.

Vanaf dat moment verschoof de machtsverhouding in ons gezin merkbaar. Zodra Saskia weer belde met klachten over een haperend apparaat, een knipperend display of een motor die volgens haar verdacht veel lawaai maakte, en daarbij duidelijk hoopte op onmiddellijke materiële steun, zuchtte mijn man diep. Daarna sprak hij zijn nieuwe levensreddende standaardzin uit:

‘Mam, kijk eerst even het filter na.’

Mijn eigen wasmachine staat sindsdien gewoon waar hij hoort te staan. Schoon, glimmend en onverstoorbaar. Een dagelijks monument voor het belang van privébezit.

En tussen ons gezegd, dames: als een familielid ooit ineens vlam vat van morele verhevenheid en besluit uw spullen te herverdelen in naam van het goede, verspil dan geen zenuwen aan discussie. Ga akkoord. Maar geef bij uw bezit vooral de weldoener zelf als verplichte bijlage mee. De praktijk leert namelijk dat iedereen dol is op andermans eigendom, maar dat er wonderlijk weinig vrijwilligers zijn om volwassen ridders met grote gebaren ook daadwerkelijk te onderhouden.

Bij Wieke Thuis