“Daarom gaat de wasmachine naar mijn moeder” voegde hij er zachter aan toe en duwde de kar weg terwijl zij verbijsterd toekeek

Verhalen
Schandalige goedheid, pijnlijk masker van zelfzucht.

De zoete, zalvende klank in haar stem verdampte onmiddellijk en maakte plaats voor de harde nuchterheid van alledag.

‘Welke Bas erbij?’ sputterde Saskia, terwijl haar bril verontwaardigd oplichtte in het scherm. ‘Waar moet ik die man in vredesnaam laten? Mijn flat is piepklein, de bank staat vol met teilen voor de jam! En bovendien: een volwassen kerel moet eten. Heb je de prijzen in de supermarkt de laatste tijd gezien? Ik had alleen dat apparaat van jullie nodig!’

‘Wat vervelend nou,’ zei ik met een meelevende zucht.

‘Maar bij ons geldt vandaag een speciale actie: wie andermans spullen meeneemt, krijgt het zoontje er gratis bij, inclusief kost en inwoning. Losse levering doen we helaas niet.’

Gul zijn met bezit van een ander is de makkelijkste manier om jezelf belangrijk te voelen. Alleen komt er altijd een moment waarop iemand de rekening presenteert.

‘Wacht eens even,’ klonk het vanaf het bankje bij de ingang. Henk kneep zijn ogen samen, alsof hij net een bijzonder vermakelijk rekensommetje had ontdekt. ‘Saskia, wat mankeert er eigenlijk aan jouw oude wasmachine?’

Mijn schoonmoeder bleef nors naar het scherm kijken, maar gaf toch antwoord.

‘Hij bonkt vreselijk bij het centrifugeren. Alsof er keien door de trommel rollen. Een herrie dat het maakt, niet normaal.’

Henk wreef over zijn grijze stoppels en snoof.

‘Keien, zegt ze. Mens, dat is waarschijnlijk gewoon een verstopt afvoerfilter. Er zit een muntje in, of zo’n beugeltje uit een beha. Werkje van niks: onderaan het klepje open, dop losdraaien, rommel eruit halen, doorspoelen en weer dicht. Kost hooguit een paar eurocent aan moeite. En jullie zetten hier ondertussen een complete volksverhuizing op touw.’

Er viel een stilte die zo ongemakkelijk was dat zelfs de wind hem niet durfde te verstoren. Bas kreeg rode vlekken in zijn gezicht. Zijn grootse reddingsmissie, waarbij hij zijn moeder met mijn bezit wilde bevoorraden, verschrompelde waar we bij stonden tot een armzalige klucht.

Precies op dat ogenblik kwam er met veel gerammel een smoezelige verhuisbus van een vracht-taxi voorrijden. De chauffeur, een norse man met wallen onder zijn ogen, boog zich uit het raampje.

‘Besteld? Dan opschieten met laden. Ik heb straks nog een rit en ik ga hier niet staan wachten.’

Bas bleef besluiteloos heen en weer schuifelen. Zijn blik sprong van de ingepakte koffer naar het karretje, vervolgens naar Henk, die nauwelijks moeite deed zijn grijns te verbergen, en ten slotte naar mij.

‘Nou,’ zei ik vriendelijk, terwijl ik met volle teugen van het schouwspel genoot, ‘als je ergens aan begint, moet je het ook netjes afmaken. Alleen verandert de route een beetje.’

Daarna legde ik hem glashelder uit hoe het vanaf nu zou gaan. Mijn wasmachine ging nergens heen. Bas zou uit zijn eigen portemonnee de vergeefse rit van de chauffeur betalen. Daarna zou hij het apparaat op datzelfde karretje, uiterst voorzichtig en zonder één tegel in het trappenhuis te beschadigen, weer terug de woning in rijden. Hij zou de slangen aansluiten, controleren of alles waterpas stond en ervoor zorgen dat er bij het centrifugeren niets stond te trillen.

En daarna mocht hij naar Saskia vertrekken om met zijn gouden handjes haar filter schoon te maken en meteen de boel daar fatsoenlijk op orde te brengen.

De chauffeur had inmiddels genoeg van deze gratis voorstelling en drukte geïrriteerd op de claxon.

‘Jongen, maak een keuze,’ beet hij Bas toe.

Bij Wieke Thuis