— Dat is toch onzin! Wat moet je daar in je eentje in een hotel gaan doen?
Emma glimlachte flauwtjes en liet zich achterover op het bed in haar hotelkamer zakken.
— Precies hetzelfde als ik met mijn man zou doen. Zwemmen in zee, in de zon liggen, lezen en uitslapen tot de middag.
— En mijn moeder dan? En ik?
— Jouw moeder is jouw moeder, Jan. Zorg jij maar voor haar. En jij redt jezelf vast ook wel.
— Emma, je gedraagt je kinderachtig.
— Nee. Ik gedraag me als een vrouw die haar huwelijksreis met haar man wilde doorbrengen. In plaats daarvan kreeg ik een ultimatum van haar schoonmoeder.
Aan de andere kant bleef het even stil. Alleen gedempt verkeerslawaai drong door de lijn.
— Goed dan. Misschien kom ik overmorgen alsnog. Als mijn moeder wat opknapt.
— Laat maar. Er is één plaats geboekt en de hotelkamer is nu ook voor één persoon.
Ze verbrak de verbinding en zette haar telefoon uit. De volgende ochtend zou er iets nieuws beginnen. Hoe dat er precies uit zou zien, wist Emma nog niet. Maar één ding stond vast: ze was klaar met eindeloos toegeven aan verlangens die niet de hare waren.
Om vijf uur werd ze wakker. In het restaurant van het hotel dronk ze koffie, daarna liep ze naar het station en stapte in de vroege trein. Alles verliep op tijd. Achter het raam gleden de eerste velden en stille perrons voorbij, terwijl Utrecht met zijn problemen, verwijten en opgelegde verwachtingen steeds verder van haar af raakte.
In Scheveningen wachtte haar warmte en zon. Onder de ramen van het hotel rolde de zee tegen het strand, en in de lucht hing een mengsel van zout, zonnebrandcrème en dennengeur. Emma nam haar kamer in, trok een lichte zomerjurk aan en stapte het balkon op.
Voor het eerst in maanden voelde ze rust. Niemand belde om te klagen. Niemand eiste dat ze onmiddellijk een oplossing vond. Niemand noemde haar egoïstisch omdat ze ook aan zichzelf dacht.
Jan belde om de dag. Hun gesprekken waren kort en voorspelbaar.
— Hoe is het daar? vroeg hij.
— Heerlijk. Gisteren heb ik een dagtocht naar Vaals gemaakt.
— Mijn moeder is er echt slecht aan toe. Koorts, zwakte. De huisarts zegt dat ze voortdurend in de gaten gehouden moet worden.
— Dan moet je bij haar blijven.
— Emma, als je terugkomt, moeten wij serieus praten.
— Natuurlijk praten we dan.
Op de vijfde dag raakte Emma in het hotel aan de praat met een stel. Man en vrouw waren ergens in de veertig en hadden twee tieners bij zich. Die avond zaten ze aan de tafel naast haar te eten.
— Ben je alleen op vakantie? vroeg de vrouw vriendelijk.
— Op huwelijksreis, antwoordde Emma met een glimlach.
— En waar is je man dan?
— Hij verzorgt zijn zieke moeder.
Het echtpaar wisselde een blik. De man schudde langzaam zijn hoofd.
— Mijn moeder was na een operatie ook hulpbehoevend, zei hij. Maar een huwelijksreis is niet zomaar iets. Wij hebben toen voor een week een verzorgende geregeld.
— Mijn man heeft een andere keuze gemaakt, zei Emma en haalde haar schouders op.
— Dan heb jij er goed aan gedaan om toch te gaan, merkte de vrouw op. Zulke momenten laten meteen zien wie er echt naast je staat.
Emma knikte. Ze hoefde er niet lang over na te denken. Er was inderdaad veel duidelijk geworden.
De resterende dagen gleden kalm voorbij. Ze wandelde over de boulevard, las boeken op het strand en at ’s avonds in kleine restaurants waar niemand haar haastte. Haar telefoon bleef meestal stil.
Op de laatste dag van haar vakantie stuurde Jan een bericht: “Mijn moeder voelt zich beter. Ik kan je niet van het station halen, vanwege mijn werk.”
