“Nee hoor, lieverd,” antwoordde Sanne zacht terwijl ze verder at, haar lippen gekruld in een vreemde, ongrijpbare glimlach

Verhalen
Onrechtvaardig en pijnlijk, maar stilletjes gedragen.

‘Ben jij nou een man of niet? En wie is die bebaarde vent eigenlijk? Waar was jij terwijl zij haar koffers pakte?’

‘Aan het drinken.’

‘Natuurlijk,’ snauwde Maria. ‘Waarom vraag ik het nog? Jij zat te zuipen, en zij heeft intussen haar spullen gepakt en is met haar minnaar naar de zon vertrokken. Geen greintje geweten heeft ze. En jij zit erbij als een natte krant. Bah! Sta op. Nu meteen. Ga haar achterna. Zoek haar op.’

Daan trok zijn mond scheef in iets wat op een glimlach moest lijken.

‘Waarvoor, mam? Ze heeft toch duidelijk geschreven: “Vaarwel.” Duidelijker kan bijna niet. En trouwens… ze heeft nu alles. Geld, een paspoort en waarschijnlijk ook geluk.’

‘Ach, Daan toch…’ Maria zakte zwaar neer op de kruk bij de keukentafel en staarde naar de vloer. ‘Wat ben jij toch een dwaas. En ik ben nog erger, een oude stomkop. Ik heb alles kapotgemaakt. Ik had die reis voor jou en Sanne moeten betalen, niet voor mezelf.’

Er ging een maand voorbij. Sanne kwam niet terug.

Via foto’s op sociale media ontdekte Maria dat Sanne helemaal niet in Turkije zat, maar op Cyprus. Daarna dook ze op in Rome. Vervolgens in Parijs. Op elk beeld straalde ze. Ze lachte, poseerde, keek recht de camera in, op één foto zelfs voor de Eiffeltoren in een jurk met de kleur van gerookte zalm. De man met de baard heette Mark: gescheiden, ondernemer, woonachtig ergens in Europa.

Onder een van de foto’s had Sanne geschreven: ‘Wanneer een vrouw ophoudt een wonder van haar man te verwachten, vindt ze dat wonder zelf.’

Niet lang daarna vielen de scheidingspapieren op de mat. Daan las ze niet eens. Hij zette zijn handtekening alsof hij een machine was en bracht de envelop zwijgend terug naar het postkantoor.

Maria zat in de keuken. In die paar weken leek haar haar grijzer geworden, haar gezicht ouder. Met een gebroken stem mompelde ze:

‘Ik wilde alleen dat mijn zoon het goed zou hebben… En nu zit hij alleen. Ik wilde zo graag naar zee, en kijk wat ervan gekomen is: eenzaamheid en schaamte.’

Nog twee weken verstreken. Op een dag ging de bel.

Daan sjokte naar de deur en deed open. Op de drempel stond Sanne. Mooi, verzorgd, in een stijlvolle blouse, met een zachte mediterrane tint op haar huid. Hij knipperde met zijn ogen, alsof hij zeker wilde weten dat hij niet droomde.

‘Hoi, Daan,’ zei ze luchtig, terwijl ze naar binnen stapte alsof ze nooit was weggeweest. ‘Ik moet wat spullen ophalen. Oude foto’s, papieren. Vind je dat goed?’

Hij knikte zonder iets te zeggen. Een tijdje bleef hij roerloos staan. Toen vroeg hij toch:

‘Ben je… ben je gelukkig met die Mark?’

‘Ja,’ antwoordde ze rustig. ‘Heel gelukkig zelfs. Maar het belangrijkste is dat hij mij respecteert. Jij hebt dat nooit gedaan.’

‘Omdat ik toen die reis voor mijn moeder kocht en niet voor jou?’

‘Nee, Daan.’

Bij Wieke Thuis