“Nee hoor, lieverd,” antwoordde Sanne zacht terwijl ze verder at, haar lippen gekruld in een vreemde, ongrijpbare glimlach

Verhalen
Onrechtvaardig en pijnlijk, maar stilletjes gedragen.

Een minuut later trok hij de kledingkast open. Ook daar klopte iets niet: een hele helft was leeg. Van haar kaptafel waren de parfumflesjes weg, net als haar crèmes en zelfs dat nieuwe badpak dat ze speciaal voor de vakantie had gekocht.

Het was alsof Sanne nooit in dit huis had gewoond.

De volgende dag verscheen er een bericht op zijn telefoon:

“Vaarwel, Daan. Als jij mij geen zee kunt geven, regel ik die als mooie vrouw zelf wel. Verveel je niet te erg en drink vooral niet te veel, al ben je nuchter ook geen cadeau. Sanne.”

Daaronder stond een foto.

Sanne poseerde voor een felblauwe zee. Op haar hoofd droeg ze een brede zonnehoed, ze had een kort jurkje aan met een schaamteloos diepe halslijn en in haar hand hield ze een cocktail. Naast haar stond een lange man met een baard, gekleed in een smetteloos wit overhemd. Ze lachten allebei alsof ze zojuist de liefde van hun leven hadden gevonden.

Daan bleef naar het scherm staren. Zijn verstand weigerde te bevatten wat hij zag. Was ze nu werkelijk met een andere vent vertrokken? En wat betekenden dan hun huis, hun huwelijk, alles wat ze samen hadden opgebouwd?

Drie dagen lang kwam hij nauwelijks uit de woning. Hij dronk. Eerst bier, daarna sterke drank en uiteindelijk iets donkers uit een plastic fles waarvan hij zich niet eens meer herinnerde dat hij het had gekocht. De televisie stond uit. Alleen het klagende gemiauw van de hongerige kat brak af en toe de stilte; het beest overleefde door restjes van tafel te stelen zodra zijn baas weer eens bewusteloos op de bank lag.

Sanne was verdwenen alsof ze in rook was opgegaan.

Op de zevende dag kwam Maria terug. Ze was bruinverbrand, opvallend opgewekt, droeg een zonnebril en hield een souvenir-magneetje in de vorm van een schelp vast.

‘Zoon, ik ben er weer!’ riep ze vrolijk. ‘Je gelooft niet hoe heerlijk het daar was. De zee was prachtig schoon, het eten leek wel uit een chic restaurant. Al moet ik toegeven dat ik me aan de druiven heb overeten en daarna bijna een dag op mijn kamer heb gezeten. Maar wat een kamer! Uitzicht op het zwembad, schitterend gewoon. Trouwens, waar is Sanne?’

Daan zat in de fauteuil. Ongeschoren, opgezwollen, in alleen een onderbroek en een vaal gewassen shirt. Voor hem stonden een lege fles en een kom met koude pasta.

‘Sanne… is aan zee,’ zei hij schor. ‘Met haar minnaar. De tweede dag nadat jij vertrokken was, was zij ineens ook weg. Ze stuurde een bericht dat ze vertrokken was omdat ik haar geen zee kon bezorgen. En daarna die foto… Daar staat ze, met een cocktail in haar hand, tegen een of andere bebaarde kerel aan.’

Maria bleef staan alsof iemand haar aan de vloer had vastgespijkerd. Een volle minuut zei ze niets. Toen barstte ze los:

‘Wat is dit nu weer voor waanzin?! Wat voor schandalige onzin is dit?! En jij, slappe dweil, hoe heb jij je vrouw zomaar laten gaan?’

Bij Wieke Thuis