Maar in gedachten zag ik al precies hoe die paar dagen zouden verlopen.
‘Je komt hier niet wonen,’ zei ik.
‘Dat bepaalt mijn zoon wel.’
Wouter ging naast me staan, zo dicht dat onze schouders elkaar bijna raakten.
‘Dat beslissen wij samen,’ zei hij. ‘En mijn antwoord is ook nee.’
Saskia liet zich op een stoel aan de keukentafel zakken. Heel even dacht ik dat ze in tranen zou uitbarsten. Maar ze huilde niet. Ze trok haar rug recht en hief haar kin.
‘Dan wil ik mijn geld terug. Vandaag nog.’
Wouter zei niets meer.
Na de verhuizing, alle bijkomende kosten en een onverwachte reparatie aan de verwarming hadden we nauwelijks nog iets achter de hand. Dat wist Saskia donders goed.
‘We betalen volgens de afspraken die we hebben gemaakt,’ zei ik.
‘Die afspraken interesseren me op dit moment niet.’
‘Ons wel,’ antwoordde ik. ‘En daarom houden we ons eraan.’
Mijn handen begonnen te beven. Ik vouwde ze voor mijn buik in elkaar, zodat ze het niet zou merken.
Saskia pakte haar telefoon uit haar tas.
‘Ik bel je zus. Dan kan zij horen wat hier allemaal gebeurt.’
‘Doe maar,’ zei Wouter.
Juist doordat hij zo kalm bleef, raakte ze zichtbaar van haar stuk.
Twintig minuten later stond Sanne voor de deur.
Saskia had haar verteld dat ze zich verschrikkelijk voelde en dat wij haar op straat wilden zetten.
Nog voordat Sanne haar jas had uitgetrokken, legde Wouter uit wat er werkelijk aan de hand was.
Sanne keek eerst naar de koffers in de gang en daarna naar haar moeder.
‘Jij zei tegen mij dat ze je hadden gevraagd om hier te komen wonen.’
‘Moet je binnen een familie tegenwoordig alles officieel op papier aanvragen?’
‘Als je ergens wilt intrekken, lijkt het me wel normaal dat je dat eerst bespreekt.’
Saskia kwam overeind.
‘Dan neem ik wel een hotel. Misschien word ik daar tenminste met respect behandeld.’
Sanne bleef opmerkelijk rustig.
‘Wanneer komen je huurders in je huis?’
‘Volgende maand.’
‘Dan kun je vandaag gewoon terug naar huis.’
Er viel een stilte.
Door het open keukenraam drong het geluid van een grasmaaier naar binnen. De klok boven de koelkast tikte ineens veel harder dan anders, alsof hij zich met het gesprek bemoeide.
Saskia keek Wouter strak aan.
‘Ik heb jullie in mijn eentje grootgebracht. Heb jij enig idee wat ik allemaal heb opgegeven?’
Wouter schoof een stoel naar achteren en ging tegenover haar zitten.
‘Ja, mam. Dat weet ik. En ik ben je daar dankbaar voor. Maar dat geeft je niet het recht om te bepalen hoe wij moeten leven.’
‘Dus ik kan niet op je rekenen.’
‘Je kunt me bellen,’ zei hij. ‘We kunnen elkaar vaker zien. Ik wil je ook helpen om een goede oplossing voor je huis te vinden.’
Hij zweeg even en keek haar recht aan.
‘Maar je trekt niet bij ons in.’
Saskia staarde lange tijd naar het tafelblad.
Uiteindelijk pakte Sanne de kledinghoes. Wouter tilde een van de koffers op en bracht die naar de auto. De andere trok Saskia zelf achter zich aan.
Bij de voordeur bleef ze vlak voor me staan.
‘Nou, je hebt je zin.’
Ik keek haar aan.
‘Ik had gehoopt dat je zou komen, blij voor ons zou zijn en daarna weer naar huis zou gaan zonder ons pijn te doen.’
Daar gaf ze geen antwoord op.
Toen de auto uit het zicht was verdwenen, deed Wouter de deur dicht.
De klok wees elf uur aan.
Onze slaapkamer stond er nog precies bij zoals daarvoor.
Toch begon ik te huilen.
Wouter wilde zijn armen om me heen slaan. Ik liet het heel even toe, maar daarna stapte ik achteruit.
‘We moeten het over meer hebben dan alleen over vanochtend.’
Hij knikte.
