“Omdat ik hier kom wonen. Wouter is ervan op de hoogte.” zei ze koeltjes terwijl ik met mijn koffiemok sprakeloos naar de lichte kras op onze pas gelegde houten vloer staarde

Verhalen
Hartverscheurende arrogantie voelde bitter onaanvaardbaar.

Saskia had kennelijk genoeg van het gesprek meegekregen.

‘Zeg hem dat hij broodjes meeneemt,’ riep ze. ‘In dit huis is niet eens een fatsoenlijk ontbijt te vinden.’

Ik beëindigde het gesprek zonder nog iets te zeggen.

Terwijl we op Wouter wachtten, liep ze alsof ze al thuis was de woonkamer in. Ze pakte het gele kussen van de bank, hield het even voor zich uit en liet het daarna achteloos terugvallen.

‘Die kleur kan echt niet. Dat moet eruit.’

Mijn moeder had dat kussen gemaakt in de laatste weken voor haar dood. Zelfs vanaf de deuropening herkende ik de iets scheve steken.

‘Dat blijft,’ zei ik.

Saskia wees naar een doos vol boeken die nog tegen de muur stond.

‘Als jij alles maar bewaart, wordt het voor ons wel erg krap.’

‘Voor Wouter en mij is er genoeg ruimte.’

Voor het eerst hield ze haar mond.

Ons huis was bescheiden. Twee slaapkamers, een woonkamer, een smalle keuken en een tuin met een schutting die allang opnieuw geschilderd had moeten worden. In de badkamer zaten nog de oude tegels op de muur.

En toch hadden we er acht jaar voor gespaard.

Ik had ’s avonds vertaalopdrachten aangenomen. Wouter ging na zijn gewone werk nog langs bij klanten om lampen op te hangen en stopcontacten te repareren.

Om het laatste gat in ons eigen geld te dichten, had ik het kleine appartement verkocht dat mijn moeder mij had nagelaten.

Saskia had ons ook geld geleend. Niet geschonken: geleend, met een ondertekende afspraak en vaste maandelijkse aflossingen.

Sindsdien sprak ze er alleen over alsof zij in haar eentje het hele huis voor ons had betaald.

Toen Wouter de voordeur opendeed, stond zijn moeder in de keuken de inhoud van onze kastjes te inspecteren.

‘Eindelijk,’ zei ze. ‘Misschien kun jij je vrouw uitleggen hoe je met familie omgaat.’

Hij zette de tas van de bouwmarkt op de vloer.

‘Mam, meen je dit serieus? Wil je hier echt komen wonen?’

‘Ik heb je gezegd dat ik het zat ben om alleen te zijn.’

‘En ik heb gezegd dat je zondag bij ons kon komen eten.’

Ze maakte een wegwerpgebaar met haar hand.

‘Je hoeft toch niet elk woord zo letterlijk te nemen.’

Wouter keek naar mij. Ik stond daar nog steeds in mijn slaapbroek. Mijn koffie was inmiddels koud.

‘Tussen iemand uitnodigen voor de lunch en iemand laten intrekken zit nogal een verschil.’

Saskia’s gezicht trok strak.

‘Dus jij zet je eigen moeder op straat?’

‘Je hebt een woning.’

‘Die heb ik binnenkort niet meer nodig.’

Zijn wenkbrauwen gingen omlaag.

Ze haalde een paar aan elkaar geniette papieren uit haar handtas en legde ze op het aanrecht.

‘Vanaf volgende maand zitten er huurders in. Een heel nette familie. Ze betalen keurig op tijd.’

Wouter pakte de documenten op en bladerde erdoorheen.

‘Je hebt je appartement verhuurd zonder ons eerst te vragen of je hier kon wonen?’

‘Jullie hebben toch een kamer over.’

‘Waarom eis je dan onze slaapkamer op?’

‘Omdat die voor mij geschikter is. En over de meubels moeten we trouwens ook nog praten.’

Wouter lachte kort, ongelovig, alsof hij niet wist of hij haar goed had verstaan.

Meteen draaide Saskia zich naar mij toe.

‘Vroeger zou hij mij nooit zo behandeld hebben.’

Ik voelde die oude, bijna automatische neiging opkomen om alles glad te strijken.

Koffie zetten. Mijn toon verzachten. Misschien aanbieden om de logeerkamer voor een paar dagen vrij te maken.

Bij Wieke Thuis