Hij vertelde er meteen bij dat het een bijzondere fles was, eentje die je niet zomaar opent en waar je vooral waardering voor moest hebben.
Heel even vroeg ik me af of hij ook zo dacht over het eten dat al sinds vroeg in de ochtend in mijn keuken stond te pruttelen, te bakken en te garen.
De tafel zag er feestelijk uit. Een wit kleed, kleine vaasjes met bloemen, het servies van mijn grootmoeder. In de keuken stond de soep klaar, en in de oven wachtten twee vleesgerechten. Daarbij had ik aardappelen gemaakt, groente en drie soorten salade.
Iedereen ging zitten.
Ik kwam binnen met de soepterrine.
‘Voor mij graag zonder wortel.’
‘Emma, heb je ook koud water?’
‘Mag ik een andere lepel?’
‘Niet te veel vermicelli, alsjeblieft.’
Bij het vierde verzoek wist ik al niet meer wie het eerste had gedaan.
Jeroen zat ondertussen met zijn oom te praten over diens nieuwe auto.
Ik legde mijn hand even op zijn schouder.
‘Wil jij de tweede schaal even naar binnen brengen?’
‘Ja, zo meteen.’
Daarna draaide hij zich gewoon weer naar zijn oom toe.
Ik bleef nog een paar tellen staan wachten, maar uiteindelijk liep ik zelf terug naar de keuken.
Toen het hoofdgerecht eenmaal op tafel stond, leunde Suzanne tevreden achterover.
‘Daarom komen we hier zo graag. Je wordt bediend alsof je in een restaurant zit, en het is nog gezellig ook.’
Een paar mensen lachten.
Ik zette een extra bord voor haar neer, omdat ze de salade niet naast het vlees wilde hebben.
‘Dan kunnen jullie me straks misschien ook even helpen met afruimen,’ zei ik. ‘Saskia, Suzanne, tien minuten in de keuken zou al enorm schelen.’
Saskia keek me aan alsof ik haar had gevraagd de hele straat te schrobben.
‘Wat zouden we dan moeten doen?’
‘Borden naar de keuken brengen. De vaatwasser inruimen.’
Suzanne legde haar vork neer.
‘Wij zijn gewoon te gast, Emma. We komen om lekker te eten en van de avond te genieten. Niet om te werken.’
Saskia knikte instemmend.
‘Gasten laat je toch niet in de keuken staan.’
Jeroen glimlachte sussend, alsof hij een klein ongemak uit de lucht wilde halen.
‘Kom, maak er nou geen groot punt van. Dat redden we straks wel.’
Ik keek hem strak aan.
‘Wie bedoel je met “we”?’
‘Nou, wij samen.’
Op zijn bord lag inmiddels al een tweede portie. Mijn eigen bord stond nog leeg voor mijn stoel.
Hendrik pakte de broodmand.
‘Vroeger kookten vrouwen voor twintig man. Daar werd ook niet iedere keer zo’n discussie van gemaakt.’
Ik voelde hoe mijn vingers zich om de rand van de serveerschaal klemden.
Veertien mensen zaten aan mijn tafel. Ze hadden wensen, opmerkingen, voorkeuren en een uitstekende eetlust.
Niemand had gevraagd of ik zelf al iets had gegeten.
Ik zette de schaal neer.
‘Goed,’ zei ik alleen.
Suzanne pakte haar vork weer op. Voor haar was het onderwerp kennelijk afgehandeld.
Ik liep naar de keuken, maakte mijn schort los en hing het over de rugleuning van een stoel. Daarna nam ik mijn eigen bord en schepte het vol.
Toen ik naast Jeroen ging zitten, keek hij verbaasd op.
‘De saus staat er nog niet.’
‘Die staat naast het fornuis.’
‘En die andere salade dan?’
‘In de koelkast.’
Saskia stak haar hand een stukje op.
‘Emma, ik wil graag nog wat vlees.’
‘De schaal staat recht voor je.’
Ik begon te eten.
Het vlees was iets droger geworden dan ik had gewild. Normaal gesproken zou ik me daar de rest van de avond druk om hebben gemaakt.
Nu was ik vooral opgelucht dat ik eindelijk iets warms op mijn bord had.
Jeroen boog zich naar me toe.
‘Wat is er nou ineens aan de hand?’
‘Ik ben moe.’
‘Moet je dat waar iedereen bij zit laten merken?’
Ik legde mijn vork even neer.
‘Dat niemand wil helpen, werd ook gezegd waar iedereen bij zat.’
Hij schoof weer terug op zijn stoel.
De minuten daarna kwam het eten merkbaar minder soepel op gang. Er bleek water te ontbreken. Iemand had een mes nodig. Hendrik wilde weten waar de kurkentrekker lag.
Ik gaf antwoord, maar ik bleef zitten.
