Margriet stapte de drempel over, maar Mark liet de deur nog niet meteen dichtvallen.
‘En de sleutel graag,’ zei hij er rustig achteraan.
Ze draaide zich langzaam om, alsof ze niet zeker wist of ze hem goed had verstaan.
‘Dat meen je niet.’
Mark keek haar aan en knikte alleen.
Een paar tellen bleef ze staan. Haar vingers verdwenen in haar tas, kwamen er weer uit, en uiteindelijk legde ze de sleutel met een harde tik op het kastje in de gang.
Daarna vertrok ze.
Pas toen de deur in het slot viel en het stil werd, hoorde ik Bram huilen.
Ik wilde overeind komen, maar Mark legde zijn hand zacht op mijn schouder.
‘Ik ga wel. Jij blijft zitten.’
Voor het eerst die dag deed ik zonder protest precies wat ik nodig had.
Terwijl ik onze zoon voedde, begon Mark de tafel leeg te ruimen. Het geluid van borden en bestek, dat eerder die middag nog als lawaai had gevoeld, klonk nu bijna geruststellend.
Even later kwam hij terug met een kom soep. Ik had die voor de bevalling in porties ingevroren, voor dagen waarop koken onmogelijk zou zijn.
‘Pas op, hij is heet.’
Ik nam een lepel. Pas toen ik slikte, merkte ik hoe leeg mijn maag was.
Mark ging naast me zitten.
‘Ik had het eerder moeten doorhebben,’ zei hij zacht.
‘Vandaag had je het door.’
‘Ik bedoel niet alleen vandaag. Ik bedoel de afgelopen jaren.’
Ik keek naar de soep in mijn kom.
‘Ik heb ook steeds gezegd dat het wel ging.’
‘En ik heb dat maar al te graag aangenomen.’
Een tijdlang zeiden we niets. Bram zakte langzaam tegen mijn schouder in slaap.
Uiteindelijk pakte Mark mijn lege kom aan.
‘Vanaf nu overleggen we allebei eerst voordat we iemand laten langskomen.’
De volgende ochtend kreeg ik een bericht van Julia. Ze wilde eten brengen en vroeg of ze het gewoon voor de deur mocht zetten.
Geen vraag om foto’s van Bram. Geen opmerking dat ze maar heel even binnen zou komen. Alleen een aanbod, met ruimte om nee te zeggen.
Een uur later stonden er twee tassen op de mat. Er zat brood in, fruit, en verschillende bakjes met briefjes erop geplakt.
Bovenop lag een klein kaartje: Jullie hoeven niets terug te brengen. Laat maar weten als jullie weer iets nodig hebben.
Ik las het twee keer.
Margriet liet pas na een paar dagen weer iets van zich horen. Mark sprak met haar af dat ze zaterdag kort kon komen, en besprak dat eerst met mij.
Ze kwam alleen.
In haar tas zaten boodschappen en een pan soep. Toen ze in de woonkamer stond, bleef ze even onzeker bij de deur hangen.
‘Ik heb jullie die dag overvallen,’ zei ze uiteindelijk.
Ik antwoordde niet meteen.
‘En ik had nooit mogen verwachten dat jij voor iedereen zou koken.’
‘Je had tegen de anderen gezegd dat ik ze had uitgenodigd,’ zei ik.
Ze sloeg haar ogen neer.
‘Ja.’
Het was de eerste keer dat ze niet langs het ongemakkelijke stuk van een gesprek heen probeerde te glippen.
‘Dat mag niet nog een keer gebeuren,’ zei ik.
‘Dat gebeurt niet meer.’
Ik wist niet of ik daar al op durfde te vertrouwen. Toch wees ik naar de lege stoel.
Toen Bram wakker werd, vroeg ze eerst of ze hem mocht vasthouden.
Later bracht ze uit zichzelf de kopjes naar de keuken. Na een half uur stond ze op en nam afscheid.
Ons huis was daarna nog steeds een puinhoop.
Op de bank lagen spuugdoekjes, naast het bed groeide de stapel luiers, en geen van ons beiden had enig idee hoeveel slaap de nacht ons zou gunnen.
Mark warmde de soep op die Margriet had meegebracht.
‘Wil je nog wat?’ vroeg hij toen mijn kom leeg was.
Ik stak hem naar hem uit.
‘Ja, graag.’
Deze keer bleef ik zitten.
