“beter niet meer kon terugkomen als ik deze zaak niet kon betalen” spottend zei de ober terwijl hij mij een rekening van €800 voorlegde

Verhalen
Schokkende arrogantie, onacceptabel en diep pijnlijk

Op een vrijdagavond ging ik eten in mijn eigen restaurant. Ik bestelde voor ongeveer €125 aan gerechten en had me ingesteld op een stille, ontspannen avond.

Maar toen de ober even later een rekening van €800 voor me neerlegde en er spottend aan toevoegde dat ik beter niet meer kon terugkomen als ik deze zaak niet kon betalen, wist ik dat er in mijn restaurant iets grondig mis was.

Ik heet Pieter De Vries, ben tweeënveertig jaar en had de afgelopen twaalf jaar bijna al mijn tijd, energie en geld gestoken in de opbouw van mijn restaurant.

Het restaurant, De Gouden Oever, bevond zich in de oude binnenstad van Leiden, in een opgeknapte villa met hoge ramen, zware tafels van donker hout en een terras vanwaar je uitkeek over de oude daken van de stad.

Toen ik het pand kocht, was het weinig meer dan een half ingestort huis. De kozijnen lekten, het pleisterwerk kwam van de muren en overal hing de geur van vocht en verwaarlozing.

De eerste meubels had ik eigenhandig opgeknapt. Samen met mijn vrouw had ik de kaart samengesteld, en maandenlang hadden we dag en nacht gewerkt om van een idee op papier een goedlopende zaak te maken.

Inmiddels had het restaurant naam gemaakt.

Zakenmensen reserveerden onze mooiste tafels, toeristen kwamen langs omdat anderen ons hadden aangeraden, en in het weekend moesten gasten vaak al dagen van tevoren boeken om nog een plek te krijgen.

Toch probeerde ik af en toe onaangekondigd binnen te lopen.

Ik wilde met eigen ogen zien hoe mijn personeel zich gedroeg tegenover gasten wanneer zij dachten dat er geen leidinggevende in de buurt was.

Die vrijdag had ik er bewust voor gekozen om er zo gewoon mogelijk uit te zien. Ik droeg een donkere spijkerbroek, een grijze trui en een oude jas.

Mijn dure horloge had ik thuisgelaten. Ik wilde niet herkend worden als eigenaar, maar het restaurant ervaren zoals iedere willekeurige gast dat zou doen.

Toen ik binnenkwam, leek niemand mij op te merken.

Achter de ontvangstbalie stond een jonge vrouw die druk bezig was met haar telefoon. Ze keek vluchtig op, nam mijn kleding in zich op en wees zonder iets te zeggen naar een lege tafel bij het raam.

‘Goedenavond,’ zei ik vriendelijk. ‘Heeft u misschien een tafel voor één persoon?’

Ze zuchtte, alsof ik haar had onderbroken bij iets buitengewoon belangrijks.

‘Daar vooraan is nog plek. Gaat u maar zitten.’

Ik bedankte haar en liep naar de tafel.

Die was nog niet fatsoenlijk schoongemaakt. Naast het servet zat een kleine vlek op het blad en op de vloer lagen broodkruimels die aan mijn schoenzool bleven plakken. Pas na een paar minuten verscheen er een jonge ober met donker haar aan mijn tafel.

Op zijn naamplaatje stond Mark.

‘Wat wilt u hebben?’ vroeg hij, zonder me echt aan te kijken.

Ik bestelde champignonsoep, gegrild rundvlees met groenten, een portie aardappelen en een glas bruiswater. Daarna vroeg ik ook nog om een klein stuk chocoladetaart.

Mark noteerde alles vluchtig.

‘Dat komt op €125,’ zei hij toen ik naar de prijs informeerde.

Ik knikte. Het bedrag klopte met wat er op de menukaart stond. De Gouden Oever was geen goedkope zaak, maar de kwaliteit van de producten en de ligging rechtvaardigden die prijzen.

Terwijl ik op mijn eten wachtte, liet ik mijn blik door de zaal gaan.

Aan een tafel verderop vierde een familie de verjaardag van hun grootmoeder. Twee kinderen zaten te giechelen, terwijl hun vader vergeefs probeerde een kaarsje op de taart aan te steken.

Aan een andere tafel zaten drie mannen in nette pakken. Mark behandelde hen met een hoffelijkheid die hij mij bij binnenkomst in elk geval niet had getoond.

Hij schoof hun stoelen aan, prees dure wijnen aan en lachte uitbundig om iedere grap die ze maakten.

Toen ik hem later om een extra servet vroeg, stak hij alleen kort zijn hand op.

‘Even wachten.’

Dus wachtte ik.

De soep smaakte uitstekend en het vlees was precies goed gebakken. Toch verdween mijn eetlust langzaam toen ik zag hoe Mark bij een ouder echtpaar de rekening bracht.

De man keek ernaar en fronste verward.

‘Neem me niet kwalijk,’ zei hij. ‘Wij hebben alleen twee hoofdgerechten en een fles water besteld. Waarom staan hier drie flessen wijn op?’

Mark boog zich naar hem toe.

‘Misschien weet u niet meer precies wat u besteld hebt.’

‘Wij drinken helemaal geen alcohol,’ antwoordde de vrouw zacht.

De ober rolde met zijn ogen.

‘Dan moet u dat maar bij de kassa regelen.’

Zonder zich te verontschuldigen draaide hij zich om en liep weg.

Ik legde mijn vork neer.

Dit was geen onschuldig foutje in de bediening. Ik kende de werkwijze van mijn eigen restaurant door en door. Elke bestelling werd in het kassasysteem ingevoerd, en extra drankjes konden niet zomaar op een rekening verschijnen zonder dat daar ergens een registratie tegenover stond.

Bij Wieke Thuis