van uw zogenaamd pedagogische ideeën.’
Willem haalde een hand door zijn onberispelijk gekamde haar. Voor het eerst in tijden raakte het werkelijk in de war.
‘Ik betaal u meer dan u ergens anders in tien jaar bij elkaar zou verdienen,’ zei hij kil. ‘Ik betaal voor zorg. Voor opvoeding. Voor manieren. Niet om mijn woonkamer te veranderen in een circusvloer.’
Met een scherpe beweging wees hij naar de rommel om hen heen.
‘Kijk toch naar uzelf. Het is beschamend. Wat zouden mensen denken als ze nu binnenkwamen? Wat zou Sophie ervan vinden als ze zag dat de vrouw aan wie wij onze kinderen hebben toevertrouwd, zich door hen laat gebruiken als klimtoestel?’
De naam van zijn overleden vrouw trof Julia als een gemene klap. Ze beet op haar lip. Haar ogen glansden, maar ze liet zich niet breken. Ze had deze baan nodig. De rekeningen van haar moeders behandelingen betaalden zichzelf niet.
Toen kroop Lucas naar haar toe. Hij greep zich vast aan haar donkerblauwe rok en begon tegen haar knie te snikken.
Iets in haar richtte zich op. Iets beschermends, fel en ontembaar.
‘Meneer,’ zei ze. Haar stem verloor de verontschuldiging en werd zacht, maar hard als staal. ‘Ze lachten. Echt. Dat hebben ze al maanden niet meer gedaan. U hebt het niet gehoord, omdat u er nooit bent. Maar ze waren gelukkig.’
‘Hysterie is geen geluk, Julia. Wanorde is geen vreugde. U verwart gebrek aan grenzen met liefde. Voor een dwaas spelletje hebt u hen in gevaar gebracht. Dat is onverantwoord.’
Willem bukte zich en peuterde Lucas’ vingers los van haar rok. De kleine jongen spartelde tegen, sloeg met zijn vuistjes op Willems dure jasje en reikte wanhopig naar de vrouw met de gele handschoenen.
Een scherpe, onverwachte steek van jaloezie schoot door Willem heen.
‘Uit mijn ogen,’ siste hij, terwijl hij Lucas optilde. ‘Ga naar uw kamer. Pak uw spullen. Wacht daar tot ik beslist heb wat er met u gebeurt. En trek die belachelijke handschoenen uit. Dit is een ernstig huis, geen clownstent.’
Langzaam kwam Julia overeind. Ze trok de gele handschoenen uit. Daaronder kwamen handen tevoorschijn die ruw waren van werk, niet zacht van gemak. Nog één keer keek ze naar de jongens. Sem staarde haar vanaf de bank aan met een betraand gezicht. Lucas huilde nog steeds in de armen van zijn vader.
‘Ik wilde alleen dat ze niet meer bang zouden zijn om te vallen,’ fluisterde ze.
‘Het enige wat zij vandaag verloren hebben, is respect,’ beet Willem haar toe. Hij draaide zich van haar weg. ‘Ga.’
Julia liep naar de personeelsdeur. Elke stap voelde als een nederlaag. Achter haar zwol het huilen van de tweeling aan. Niet langer vrolijk en vrij, maar rauw, eisend en radeloos.
Willem bleef alleen achter in zijn volmaakte kamer, met twee jongens die niet naar hem verlangden, en een overwinning die smaakte naar as.
