en ook de kleine klusjes in huis.
Gaandeweg kwam bijna alles op mijn bord terecht.
Ondertussen belde Maria haar zoon iedere dag.
‘Jan, heb je wel gegeten?’
‘Jan, kom na je werk even bij mij langs.’
‘Jan, ik heb je lievelingseten gemaakt.’
En zodra Jan thuiskwam, duurde het meestal niet lang voordat ik weer zo’n opmerking te horen kreeg.
‘Mama vindt dat je wat vaker zou moeten koken.’
Ik glimlachte dan alleen maar.
‘Natuurlijk.’
Maar vanbinnen raakte ik steeds verder uitgeput.
Op een avond kwam ik rond zeven uur thuis van mijn werk. De dag was verschrikkelijk geweest. Alles had tegengezeten en ik voelde me leeg, alsof iemand alle energie uit mijn lichaam had getrokken.
Jan lag languit op de bank en keek naar zijn telefoon.
‘Hoi,’ zei hij, zonder zijn blik van het scherm te halen.
Ik trok mijn jas uit.
‘Heb je al gegeten?’
‘Nee.’
‘Heb je honger?’
‘Enorm.’
Ik zette mijn tas neer en haalde diep adem.
‘Dan bestellen we iets.’
Hij keek eindelijk op, alsof ik had voorgesteld om het huis in brand te steken.
‘Bestellen?’
‘Ja, gewoon eten laten bezorgen.’
Zijn gezicht vertrok.
‘Mijn moeder zegt dat een vrouw het huishouden op orde moet kunnen houden.’
Langzaam draaide ik me naar hem toe.
‘Jouw moeder zegt nogal veel.’
‘Begin daar nou niet weer over.’
Ik liep naar de keuken en trok de koelkast open. Er lag bijna niets meer in. Dat was vreemd, want twee dagen eerder had ik nog boodschappen gedaan. Toen herinnerde ik me dat Jan een flink deel van alles naar zijn moeder had gebracht, omdat Maria had gezegd dat zij het nodig had.
Ik pakte mijn telefoon.
‘Ik bestel pizza.’
‘Nee.’
Ik keek hem aan.
‘Waarom niet?’
‘Mama komt morgen.’
‘En wat dan nog?’
‘Ze wil dat het hier netjes is.’
Ik staarde hem aan.
‘Jan, ik kom net uit mijn werk.’
‘Ik help je wel.’
‘Echt?’
‘Ja.’
Hij kwam overeind, liep naar de kast, pakte twee glazen en zette die op tafel.
‘Zo. Klaar.’
Een paar seconden bleef ik hem zwijgend aankijken. Daarna begon ik te lachen. Niet omdat het grappig was. Integendeel. Ik lachte omdat ik op dat moment niet meer wist wat ik anders moest doen. Mijn grenzen waren bereikt.
‘Je hebt gelijk,’ zei ik uiteindelijk.
Hij fronste.
‘Waarmee?’
‘Dat dit zo niet langer kan.’
Jan ging weer zitten.
‘Eindelijk zie je het zelf ook in.’
Nog diezelfde avond zei ik hem zonder omwegen dat de kosten én het huishouden eerlijk verdeeld moesten worden. Niet een beetje hulp wanneer het hem uitkwam, maar echte verantwoordelijkheid. Hij knikte, keek ernstig en beloofde dat hij zou veranderen.
Een paar dagen leek het zelfs alsof hij het meende. Hij ruimde soms iets op, vroeg of hij boodschappen moest meenemen en deed alsof hij eindelijk begreep hoe zwaar alles voor mij was geworden.
Toen kwam Maria langs.
Ze liep door de keuken alsof ze een inspectie uitvoerde. Daarna keek ze naar de wasmand. Vervolgens nam ze de woonkamer in zich op. Ten slotte zuchtte ze diep en zei:
‘Jan, jij moet eens goed met je vrouw praten.’
Ik stond nog geen meter van haar vandaan.
‘U kunt ook rechtstreeks tegen mij praten.’
Maria glimlachte dunnetjes.
‘Ik wil geen ruzie maken.’
‘Dat wil ik ook niet.’
‘Dan moet je begrijpen dat mijn zoon een vrouw nodig heeft die voor hem zorgt.’
Ik keek haar strak aan.
‘Uw zoon is een volwassen man.’
Even zei ze niets. Maar toen mengde Jan zich in het gesprek.
‘Op één punt heeft mama wel gelijk.’
Ik draaide me naar hem toe.
‘En welk punt is dat?’
‘Ik werk de hele dag.’
‘Ik ook.’
‘Ja, maar jij kunt het huishouden beter regelen.’
Die woorden deden meer pijn dan hij waarschijnlijk ooit zou begrijpen. Niet omdat ze luid waren uitgesproken, maar omdat ze lieten zien hoe weinig hij werkelijk zag.
Ik zweeg.
En ik ging door.
Maand na maand.
Toen brak mijn verjaardag aan. Ik verlangde maar naar één ding van Jan: een rustige avond, alleen met ons tweeën, zonder commentaar, zonder verwachtingen, zonder Maria op de achtergrond.
Maar zelfs dat kreeg ik niet.
In plaats daarvan kwam hij thuis met gezelschap.
