— Daan heeft me verteld dat jullie de badkamer willen laten aanpakken.
Ik keek haar verbaasd aan.
Het klopte dat we al maanden hardop droomden over nieuwe tegels en een fatsoenlijke douche, maar verder dan praten waren we niet gekomen. Er was geen aannemer gebeld, geen offerte ondertekend, niets.
— We denken er nog over na, zei ik.
— Wat gaat zoiets kosten?
— Geen idee. Dat weten we nog niet precies.
— Tienduizend euro?
— Zoiets, misschien.
Karin sloeg haar armen over elkaar.
— Dus geld hebben jullie wel.
Het duurde even voordat ik begreep waar ze naartoe wilde.
— Pardon?
— Doe niet alsof je niet snapt wat ik bedoel.
Ik legde het mes neer naast de halve citroen.
— Karin, ik weet echt niet waar u het over hebt.
Ze blies hoorbaar uit.
— Wouter en ik zitten met een probleem.
Dat trok meteen mijn aandacht.
— Wat voor probleem?
Ze wierp een snelle blik naar de gesloten deur.
— We hebben vijftienduizend euro nodig.
Ik dacht eerst dat ik haar verkeerd had verstaan.
— Vijftienduizend?
— Voor een paar maanden maar.
— Waarvoor?
— Dat doet er niet toe.
— Als u mij om vijftienduizend euro vraagt, doet dat er juist heel erg toe.
Haar mond werd een harde streep.
— Ik vraag het niet aan jou.
— Aan wie dan?
— Aan mijn zoon.
Er trok een onaangenaam gevoel door mijn buik.
— Daan heeft niet zomaar vijftienduizend euro liggen. Wat wij gespaard hebben, is van ons samen.
Karin keek me aan alsof ik iets buitengewoon doms had gezegd.
— Sanne, jij weet net zo goed als ik dat het meeste daarvan door hem is binnengebracht.
Dat was eenvoudigweg niet waar.
Daan en ik verdienden ongeveer hetzelfde. Sommige jaren had ik, door extra opdrachten bij mijn bureau, zelfs meer binnengehaald dan hij.
— Nee, zei ik. Dat geld hebben wij samen opgebouwd.
Karin boog haar hoofd iets naar me toe en sprak zachter.
— Zorg dan dat hij het mij leent.
— Als u geld nodig hebt, moet u dat met hem bespreken.
— Dat heb ik al gedaan.
Toen viel het kwartje.
— En wat zei hij?
Karin kneep haar lippen op elkaar.
— Dat hij eerst met jou moest overleggen.
Onwillekeurig verscheen er een klein glimlachje op mijn gezicht.
Dat maakte haar woedend.
— Vind je dit grappig?
— Nee. Ik vind het normaal.
— Natuurlijk. Voor jou is alles normaal.
— Wat bedoelt u daarmee?
Ze kwam een stap dichterbij.
— Sinds Daan met jou getrouwd is, heeft hij toestemming nodig om zijn eigen moeder te helpen.
Een paar tellen keek ik haar zwijgend aan.
— Karin, als jullie hulp nodig hebben, kunnen we daarover praten. Met z’n vieren. U, Wouter, Daan en ik.
— Wouter weet hier niets van.
Dat overviel me.
— Wat zegt u?
— Voorlopig hoeft hij het ook niet te weten.
— Dan hoef ik het ook niet te financieren.
Karin sloeg met haar vlakke hand op het aanrecht.
— Het is jouw geld niet!
Ik deed de keukendeur open.
— Dan verzoek ik u wat zachter te praten.
Ze greep me bij mijn onderarm.
Niet hard genoeg om pijn te doen.
Maar stevig genoeg om haar hand meteen van me af te schudden.
— Luister goed naar me, siste ze. Als jij Daan niet overtuigt, dan vertel ik iedereen daarbinnen wat jij werkelijk voor vrouw bent.
Ik bleef haar aankijken.
— En wat voor vrouw ben ik dan?
Haar glimlach was kil.
— Een vrouw die dankzij mijn zoon een heel comfortabel leventje leidt.
Ik zei niets.
Ze knikte in de richting van de eetkamer, waar mijn ouders op dat moment ergens om lachten.
— Kijk naar ze. Etentjes, reizen, feestjes… Ik neem aan dat je ergens hebt geleerd hoe je geld over de balk smijt.
Mijn wangen begonnen te branden.
— U spreekt nooit meer zo over mijn ouders.
— Zie je wel? Precies dat bedoel ik. Verwend.
Vijf minuten later zaten we weer aan tafel.
Karin wachtte tot iedereen zijn bord voor zich had staan.
Toen begon ze.
Eerst vond ze dat er veel te veel eten was gemaakt.
Daarna merkte ze op dat jonge mensen tegenwoordig geen idee meer hadden hoe je moest sparen.
Mijn oom probeerde de spanning te breken met een grap.
Karin liet zich er niet door afleiden.
— Sommige mensen geven liever tienduizend euro uit aan een nieuwe badkamer dan dat ze hun eigen familie helpen.
Daan keek op.
— Mam.
Ik hield mijn mond.
— Wat? Zeg ik soms iets wat niet waar is?
— Dit is niet het moment.
Karin glimlachte dun.
— Het is nooit het moment zodra Sanne erbij zit.
En toen schreeuwde ze het in mijn richting.
— Verwend nest!
Iedereen keek naar haar.
Mijn moeder glimlachte niet meer.
Langzaam stond ik op.
— Goed.
Mijn stem klonk tot mijn eigen verbazing kalm.
— Als u mij dan toch voor iedereen beledigt, vertel ze dan meteen ook wat u daarnet in de keuken tegen mij hebt gezegd.
Karin werd lijkbleek.
Anouk keek haar moeder aan.
— Mam?
Karin hief haar handen op, alsof zij degene was die zich moest verdedigen.
— Ik heb helemaal niets gezegd. Ik wilde alleen met mijn zoon praten over iets binnen de familie en zij begon meteen hysterisch te doen.
— Vijftienduizend euro is dus “iets binnen de familie”? vroeg ik.
Wouter draaide zich langzaam naar zijn vrouw toe.
— Welke vijftienduizend euro?
Karin verstijfde.
Aan tafel werd het doodstil.
— Karin, zei Wouter opnieuw. Welke vijftienduizend euro?
— Het is niet zoals het lijkt.
— Heb je om geld gevraagd? vroeg Daan.
— Het was alleen een mogelijkheid.
— Tegen mij had je het over tienduizend.
Ik keek naar mijn man.
— Tienduizend?
Hij knikte traag.
— Ze belde me donderdag.
Karin sloot heel even haar ogen.
— Ik wilde jullie niet ongerust maken.
Wouter schoof zijn stoel naar achteren en stond op.
— Ongerust waarover?
Ze gaf geen antwoord.
— Karin.
Mijn schoonmoeder pakte haar handtas.
— Ik ga naar huis.
Anouk stapte voor haar moeder.
— Nee.
— Ga opzij.
— Mam, jij vertelt mij al twee weken dat je vijfduizend euro voor een reparatie aan het huis nodig hebt.
