Ik keek haar strak aan. ‘Maria, jíj hebt besloten dat jullie hierheen zouden komen.’
‘We zijn familie.’
‘Precies.’
‘En dus?’
‘Als ik bij jou kom eten, stuur ik je toch ook niet van tevoren een lijst met gerechten die je voor mij moet klaarmaken?’
Sophie kuchte zacht, duidelijk om een lach te verbergen.
Maria wierp haar een vernietigende blik toe.
‘We hebben het nu niet over mijn huis.’
‘Nee,’ zei ik kalm. ‘We hebben het over dat van mij.’
Mark schoof ongemakkelijk op zijn stoel heen en weer.
Ik kende die uitdrukking op het gezicht van zijn moeder inmiddels veel te goed. Zo keek ze altijd vlak voordat een discussie echt uit de hand dreigde te lopen.
‘Emma,’ mompelde Mark, ‘misschien…’
Ik draaide mijn hoofd naar hem toe.
‘Misschien wat?’
Hij gaf geen antwoord.
Maria leunde achterover alsof zij de redelijke van ons tweeën was.
‘Ik begrijp niet waarom je meteen zo beledigd doet. Ik maakte alleen een opmerking. Een goede gastvrouw houdt rekening met haar gasten.’
Juist op dat moment schoot me iets te binnen. Iets wat ik al maanden probeerde weg te duwen.
Met Kerst had Maria commentaar gehad op de vis, omdat die volgens haar te droog was.
Op Marks verjaardag had ze gezegd dat de salade “wel erg eenvoudig” was.
Toen we onze trouwdag thuis vierden, vroeg ze waar iedereen bij zat waarom we geen duurdere wijn hadden gekocht.
En afgelopen zomer klaagde ze erover dat we te weinig ijsblokjes in huis hadden.
Het was nooit goed.
Nooit.
En het ergste was dat ik na elke sneer de volgende keer nóg beter mijn best deed.
Tot die ene zondag.
‘Je hebt gelijk,’ zei ik.
Maria knipperde met haar ogen.
Dat was duidelijk niet het antwoord waarop ze had gerekend.
‘Pardon?’
‘Ik zei dat je gelijk hebt.’
Er verscheen een tevreden glimlach rond haar mond.
‘Fijn dat je het eindelijk inziet.’
Ik stond op.
Mark keek onmiddellijk naar me op.
‘Emma…’
Ik pakte Maria’s bord van tafel.
Daarna nam ik haar glas weg.
Vervolgens haar bestek.
De glimlach verdween van haar gezicht.
‘Wat ben jij aan het doen?’
‘Mijn fout herstellen.’
‘Welke fout?’
Ook voor Bas haalde ik het lege bord weg.
‘Ik heb jullie niet vooraf gevraagd wat jullie graag wilden eten.’
‘Nou ja,’ zei Maria, zichtbaar geïrriteerd. ‘Daar hoef je nu ook weer geen groot drama van te maken.’
‘Dat doe ik ook niet.’
Ik bracht de borden naar de keuken.
Toen ik terugkwam, staarden ze me allemaal aan.
Rustig legde ik mijn handen op de rugleuning van mijn stoel.
‘Aangezien ik blijkbaar niets heb gemaakt wat jullie met plezier zouden eten, ga ik jullie er vanzelfsprekend niet toe dwingen.’
Maria’s ogen werden groot.
‘En wat moeten we dan eten?’
‘Wat jullie maar willen.’
‘Ga je iets anders koken?’
‘Nee.’
Mark legde langzaam zijn vork neer.
‘Emma…’
‘Er zitten hier meerdere restaurants op nog geen tien minuten afstand,’ ging ik verder. ‘Of jullie kunnen iets bestellen.’
Maria keek me aan alsof ze niet geloofde wat ze hoorde.
‘Meen je dit serieus?’
‘Volkomen.’
‘Maar jij hebt ons toch uitgenodigd voor de lunch!’
Die zin was de druppel.
‘Nee, Maria. Jij hebt jezelf en de rest uitgenodigd.’
Er viel een stilte.
Deze keer deed niemand een poging om die te doorbreken.
Maria verstijfde.
‘Wat zei je daar?’
Ik pakte mijn telefoon, opende het bericht dat zij aan Mark had gestuurd en legde het toestel midden op tafel.
‘“Zondag komen we allemaal naar jullie. Emma heeft al veel te lang geen familielunch meer georganiseerd.” Klinkt dat bekend?’
Maria’s gezicht veranderde.
Mark sloot heel even zijn ogen.
