‘Zoiets eten wij helemaal niet! Een goede gastvrouw vraagt haar gasten van tevoren wat ze graag op tafel zouden zien.’
Mijn schoonmoeder, Maria, sprak die woorden uit terwijl ze naar de gedekte tafel keek alsof ik haar zojuist een vuilnisemmer had voorgezet.
Een paar tellen bleef het doodstil. Ik stond nog naast de tafel, met de hete ovenschaal in mijn handen.
Bijna de hele ochtend had ik in de keuken doorgebracht.
Ik had kruidige gebraden kip gemaakt, aardappels die goudbruin uit de oven waren gekomen, groenten, een grote schaal salade, vers brood dat ik diezelfde ochtend nog had gehaald, en op het aanrecht stond een appeltaart af te koelen.

Het was geen diner uit een chic restaurant.
Dat had ik ook nooit willen maken.
Het was gewoon een familiemaaltijd.
Bij ons thuis.
En juist dat kleine detail deed ertoe.
Maria leek dat namelijk telkens te vergeten zodra ze onze drempel overstapte.
Mijn man, Mark, keek op van zijn bord.
‘Mam…’
‘Wat nou?’ beet ze hem meteen toe. ‘Ik zeg alleen maar hoe het is.’
Naast haar sloeg mijn schoonzus Sophie haar ogen neer.
Haar man, Bas, deed plotseling alsof zijn glas water het boeiendste voorwerp ter wereld was.
Ook de twee tienerzonen van Sophie hielden op met praten.
We zaten met negen mensen aan tafel en ineens kon ik zelfs het zachte gezoem van de koelkast in de keuken horen.
Voorzichtig zette ik de gloeiend hete schaal neer.
‘Wat eten jullie dan precies niet?’ vroeg ik.
Maria wees met haar vork naar de kip.
‘Dat.’
Daarna tikte ze in de richting van de groenten.
‘En dat ook niet.’
‘Mam, jij eet gewoon kip,’ merkte Mark op.
‘Niet als die zo is klaargemaakt.’
Ik moest mezelf inhouden om niet te glimlachen.
De week ervoor hadden we nog bij Maria gegeten.
Ze had kip uit de oven gemaakt.
Met aardappels erbij.
Toch besloot ik mijn mond te houden.
Voorlopig.
‘Bovendien,’ ging ze verder, ‘probeert Sophie de laatste tijd minder koolhydraten te eten. Bas houdt niet van geroosterde groenten. De kinderen hebben liever iets anders. En ik vermijd tegenwoordig sterk gekruid eten.’
Ik keek naar Sophie.
‘Klopt dat?’
Mijn schoonzus kreeg een kleur.
‘Nou… ik…’
Maria gaf antwoord in haar plaats.
‘Natuurlijk klopt dat.’
‘Ik vroeg het aan Sophie.’
Mijn stem klonk dit keer anders.
Maria kneep haar lippen op elkaar.
Sophie zuchtte zacht.
‘Voor mij is dit eten prima, Emma.’
Maria draaide zich abrupt naar haar dochter.
‘Je hoeft dat niet uit beleefdheid te zeggen.’
‘Mam, ik zeg net dat het voor mij prima is.’
Het gezicht van mijn schoonmoeder verstarde.
Uiteindelijk ging ik naast Mark zitten.
Er was iets wat Maria niet wist.
Deze lunch was niet eens mijn idee geweest.
Drie dagen eerder had Mark een bericht van zijn moeder gekregen:
“Zondag komen we allemaal naar jullie. Emma heeft al veel te lang geen familielunch meer georganiseerd.”
Ze had niet eens gevraagd of het ons uitkwam.
Ze had het gewoon besloten.
Ik had de hele week gewerkt.
Op zaterdag had ik boodschappen gedaan.
Op zondag was ik om halfacht opgestaan om te beginnen met koken.
Mark had wel geholpen, al had hij zich vooral beziggehouden met het schoonmaken van het terras en het klaarzetten van de stoelen.
En nu zat Maria in míjn huis kritiek te leveren op een maaltijd, terwijl ze me niet eens had gevraagd of ik eigenlijk wel zin had om voor negen mensen te koken.
‘Je had het van tevoren kunnen zeggen,’ zei ze.
‘Waarover?’
‘Over wat je van plan was op tafel te zetten.’
