Daan bracht haar tot aan de voordeur.
Toen hij terugkwam, stonden mijn ouders al bij de tafel, alsof ook zij voelden dat het tijd was om te gaan.
— Wij gaan naar huis, zei mijn moeder zacht.
Ik liep meteen naar haar toe.
— Het spijt me.
Ze pakte mijn hand en kneep er even in.
— Waarvoor? Jij hebt niets verkeerd gedaan.
Mijn vader trok een scheve glimlach.
— Bovendien weten we nu tenminste zeker dat we de juiste keuze hebben gemaakt.
Ik keek hem vragend aan.
— Hoe bedoel je?
— Nou, als we dat geld nog een paar maanden op onze rekening hadden laten staan, had iemand anders blijkbaar al besloten waar het aan uitgegeven moest worden.
Ondanks alles schoot ik in de lach.
Daan niet.
Nadat mijn ouders waren vertrokken, bleven we samen achter in de keuken. De stilte voelde zwaar en ongemakkelijk.
— Waarom heb je me dit niet eerder verteld? vroeg ik.
Hij zakte op een stoel.
— Omdat ik geen ruzie wilde veroorzaken.
— En je dacht dat er géén ruzie zou komen als jouw moeder alvast plannen maakte met dertigduizend euro van mijn ouders?
Hij zei niets.
Ik bleef naar hem kijken.
— Was je het met haar eens?
— Nee.
— Waarom heb je dan niet gewoon tegen haar gezegd dat het niet kon?
Het duurde even voor hij antwoord gaf.
— Ze zei dat Anouk misschien nooit meer zo’n kans zou krijgen om een eigen woning te kopen.
Ik knikte langzaam.
— En mijn ouders dan? Krijgen die nog een tweede kans om hun leven te leven?
Hij keek op.
Dit keer had hij geen antwoord.
Twee weken later kregen mijn ouders de sleutels van hun appartement. Ik ging met hen mee op de dag dat ze er voor het eerst echt binnenstapten.
De kamers waren nog bijna leeg.
In de woonkamer stonden alleen een klein inklaptafeltje, vier stoelen en twee kartonnen dozen.
Maar mijn moeder opende de balkondeur met een glimlach die ik nooit meer zal vergeten.
Buiten klonk het geschreeuw van meeuwen.
En in de verte, precies tussen twee gebouwen door, zag je een strook zee.
Mijn vader sloeg een arm om haar schouders.
— Nou? vroeg hij. — Weggegooid geld?
Mijn moeder lachte hardop.
— Absoluut. Helemaal weggegooid.
Drie maanden later brachten ze daar hun eerste zomer door.
En toen gebeurde er iets behoorlijk ironisch.
Anouk vond uiteindelijk zelf een appartement.
Het was kleiner dan het huis waar ze eerst van had gedroomd, maar het paste wel bij wat ze zich werkelijk kon veroorloven.
Ze kreeg een hypotheek.
Saskia droeg bij aan een deel van de eigen inleg.
En Daan leende haar een bescheiden bedrag uit zijn eigen spaargeld, nadat hij dat eerst met mij had besproken.
Niemand had de dertigduizend euro van mijn ouders nodig gehad.
Op een zondag waren we allemaal bij mijn ouders aan zee. Zelfs Saskia was meegekomen.
Na de lunch stapte ze het balkon op en bleef een tijdje naar het uitzicht kijken.
— Misschien was het toch niet zo’n slecht idee om hier iets te kopen, zei ze uiteindelijk.
Mijn moeder en ik wisselden een blik.
Daarna glimlachte mijn moeder.
— Nee. Dat was het inderdaad niet.
Saskia knikte langzaam.
— En later blijft het appartement in elk geval binnen de familie.
De glimlach verdween van mijn moeders gezicht.
Ik hield bijna mijn adem in.
Maar mijn moeder bleef volkomen kalm.
— Misschien, zei ze.
Saskia draaide zich naar haar toe.
— Wat bedoelt u met misschien?
Mijn moeder tilde rustig haar koffiekopje op.
— Wij hebben ons hele leven gewerkt. En in al die jaren hebben we iets belangrijks geleerd: zolang wij leven, is wat van ons is nog niemands erfenis.
Deze keer glimlachte zelfs Daan.
En ik ook.
Want eindelijk was het duidelijk.
Mijn ouders hadden niet zomaar een appartement gekocht.
Ze hadden zichzelf eindelijk iets gegeven wat ze veel te lang hadden uitgesteld:
het recht om van hun eigen leven te genieten, zonder daarvoor aan wie dan ook toestemming te hoeven vragen.
