“Eindelijk! Mag ik misschien weten waar jij al die tijd hebt uitgehangen?” vroeg haar ex-schoonmoeder met koffers voor de deur

Verhalen
Haar opdringerige aanwezigheid voelde onuitstaanbaar en onrechtvaardig.

Precies daarom zeg ik nee.

— Ik kan je ervoor betalen.

Dat kwam wél onverwacht.

— Betalen?

— Honderdvijftig euro.

— Voor twaalf dagen?

— Ik ga je niet vergoeden alsof dit een hotel is.

— Misschien is een hotel dan inderdaad een betere keuze.

Haar gezicht kleurde rood.

— Dit huis is elf jaar lang óók mijn thuis geweest!

Eindelijk.

Op die ene zin had ik de hele dag gewacht.

Ik duwde de deur iets verder open.

— Nee, Saskia. Dit huis is nooit uw thuis geweest.

Ze zweeg.

— Dit was het huis waar uw zoon woonde. Het was het huis van uw schoondochter. Een plek waar u altijd welkom was als gast. Maar het is nooit uw huis geweest.

— Ik had een sleutel.

— Omdat we u vertrouwden.

— Er lagen hier spullen van mij.

— Omdat u hier geregeld op bezoek kwam.

— We hebben hier kerst gevierd!

— De verjaardag van mijn collega Sophie hebben we hier ook gevierd. Dat maakte het huis nog niet van haar.

Saskia bleef me strak aankijken.

— Je bent veranderd.

— Ja.

Deze keer ging ik daar niet tegenin.

— Waarschijnlijk wel.

Er viel een stilte tussen ons, zwaar en vreemd.

Toen sprak Saskia zachter.

— Weet je wat ik het ergste vind? Ik dacht dat we na de scheiding nog gewoon normaal met elkaar konden omgaan.

Dat verbaasde me meer dan alles wat ze daarvoor had gezegd.

— Normaal?

— Ik mocht je graag.

Ik kon niet voorkomen dat er een korte glimlach over mijn gezicht trok.

— Saskia, drie weken vóór de scheiding zei u tegen mij dat Jan gelukkiger zou zijn geweest met Julia.

— Ik was boos.

— Met kerst zei u, waar iedereen bij zat, dat ik uw gezin kapot had gemaakt.

— Toen was ik óók boos.

— En op de dag dat we de scheidingspapieren ondertekenden, stuurde u mij: “Eindelijk is mijn zoon vrij.”

Saskia keek weg.

— Ik weet niet meer dat ik dat geschreven heb.

Ik pakte mijn telefoon.

— Ik heb het bericht nog.

— Dat hoeft niet.

— Precies.

Voor het eerst sinds haar komst leek ze geen antwoord meer klaar te hebben.

Haar blik zakte naar haar bagage.

— Dus je laat me echt niet binnen?

— Nee.

— Zelfs niet voor één nacht?

— Nee.

— Na elf jaar?

— Juist na elf jaar zou u moeten weten dat ik het meen wanneer ik nee zeg.

Saskia haalde haar telefoon tevoorschijn.

— Dan bel ik Jan.

— Prima.

Ik deed de deur dicht.

Twintig minuten later hoorde ik buiten een auto stoppen.

Voorzichtig schoof ik het gordijn opzij en keek naar buiten.

Het was Jan.

Hij stapte uit en maakte de kofferbak open.

Saskia begon onmiddellijk tegen hem te praten, met grote, felle gebaren.

Wat ze zeiden, kon ik niet horen, maar ik kende dit soort gesprekken te goed.

Jan probeerde kalm te blijven.

Saskia wees naar mijn huis.

Jan wees naar de auto.

Saskia wees opnieuw naar mijn huis.

Uiteindelijk tilde Jan haar koffer in de kofferbak.

Vlak voordat ze instapte, keek Saskia omhoog naar mijn ramen.

Ik deed een stap achteruit.

Ik dacht dat het daarmee eindelijk voorbij was.

Maar de volgende ochtend, om twintig over negen, kreeg ik een bericht.

Van Saskia.

“ Ik moet mijn spullen ophalen.”

Ik staarde naar het scherm.

“Welke spullen?”

Haar antwoord kwam vrijwel meteen.

“De spullen die in mijn kamer liggen.”

Mijn kamer.

Ik liep naar de logeerkamer.

Daar trok ik de kast open.

Op de bovenste plank stond een doos waar ik al maanden niet meer aan had gezeten.

Ik haalde hem naar beneden.

Er zaten een paar pantoffels in, een oude föhn, twee romans, een fles zonnebrand die al over de datum was, een toilettasje en een witte badjas.

Alles was van Saskia.

Ik stopte het in een tas.

Om elf uur stond ze opnieuw voor de deur.

Deze keer zonder koffer.

Ik bleef in de deuropening staan en gaf haar de tas aan.

Saskia keek erin.

— Is dit alles?

— Dit is alles wat ik heb gevonden.

— Ik had hier ook nog een blauwe deken.

— Die deken is van mij.

— Ik gebruikte hem altijd.

— Dat maakt hem nog niet van u.

Ze keek me zichtbaar geïrriteerd aan.

Daarna knikte ze naar binnen.

— Ik wil zelf controleren of er niets meer ligt.

— Nee.

— Emma…

— Saskia.

We keken elkaar zwijgend aan. Uiteindelijk liet haar blik zakken naar de tas die ik nog altijd vasthield.

Bij Wieke Thuis