Die betrokkenheid lijkt namelijk vooral naar voren te komen wanneer er iets van óns gebruikt kan worden om de familie te helpen.
Pieter boog zijn hoofd, kennelijk om een glimlach te verbergen.
Anna draaide zich meteen naar hem toe.
— Vind jij dit soms ook grappig?
— Nee, zei hij. Ik vind dat Emma gelijk heeft.
— Natuurlijk. Nu is iedereen opeens tegen mij.
Jan stak zijn hand uit.
— De sleutel.
Anna bleef staan waar ze stond.
— Jan.
— Mam. De sleutel.
— Ik ben je moeder.
— En dat is ons huis.
Een paar seconden lang keken ze elkaar alleen maar aan.
Toen trok Anna uiteindelijk een lade van het kastje in de hal open. Ze haalde er een sleutel uit en legde die in Jans handpalm.
— Ik hoop dat jullie nu tevreden zijn.
Jan keek haar aan.
— Nee. Ik ben teleurgesteld.
Daar had Anna geen antwoord op.
Tien minuten later vertrokken we.
De volgende ochtend belde ik een slotenmaker. Anna had de sleutel wel teruggegeven, maar niemand van ons wist of ze er ooit kopieën van had laten maken.
Rond half twaalf zat er een nieuw slot op onze voordeur.
Diezelfde middag gebeurde er iets waar ik totaal niet op had gerekend.
Sophie belde me.
— Emma, wat is er aan de hand?
— Heeft je moeder niets verteld?
— Ze zei dat jullie boos op haar zijn omdat ze ons met een woning wilde helpen.
Ik zuchtte diep.
— Sophie, je moeder is met een makelaar ons appartement binnengegaan om te laten schatten hoeveel we ervoor zouden kunnen krijgen als we het verkochten.
Aan de andere kant bleef het stil.
— Wat?
— Haar idee was dat wij iets kleiners zouden kopen en jullie dan ongeveer vijftigduizend euro zouden lenen.
— Vijftigduizend euro?
— Ja.
— Maar ik heb haar daar nooit om gevraagd.
— Dat weet ik.
Sophie zweeg even.
— Mark en ik hebben vorige week een appartement bekeken, zei ze toen. Ik heb mam alleen verteld dat ik het erg mooi vond, maar dat we liever nog zes tot acht maanden wilden wachten en verder sparen.
— Dat vermoedde ik al.
— O mijn god.
— Er is nog iets.
— Nog iets?
— Ze heeft ook gevraagd hoeveel ze voor mijn auto zouden geven.
Sophie maakte een geluid dat ergens tussen lachen en kreunen in zat.
— Dit meen je niet.
— Pieter heeft het verteld.
— Ik bel haar.
— Sophie…
— Nee, onderbrak ze me. Dit gaat mij ook aan. Ze gebruikt mijn naam om dingen goed te praten waar ik nooit om heb gevraagd.
Een uur later kreeg Jan een bericht van zijn moeder.
Er stond alleen:
“Nou, ik hoop dat jullie tevreden zijn. Sophie is nu ook boos op me.”
Jan liet me het scherm zien.
— Zal ik reageren?
— Als je dat wilt.
Hij dacht een ogenblik na. Daarna typte hij:
“Wij zijn niet tevreden. We willen alleen dat je onze keuzes en ons huis respecteert.”
Er kwam geen antwoord.
Bijna drie weken gingen voorbij voordat Anna weer bij ons langskwam.
Deze keer belde ze aan.
Ik deed open.
Eerst keek ze naar de deur. Daarna naar mij.
— Jullie hebben het slot vervangen?
— Ja.
— Terwijl ik de sleutel had teruggegeven?
— Ja.
Ze kneep haar lippen samen.
— Jullie vertrouwen me dus niet.
Ik bleef haar een paar tellen aankijken.
— Anna, het vertrouwen verdween niet op het moment dat wij het slot lieten vervangen.
Ik liet een korte stilte vallen.
— Het verdween toen u de sleutel gebruikte.
Daar zei ze niets op.
Vanuit de woonkamer riep Jan:
— Wie is het?
Anna verhief haar stem een beetje.
— Ik.
— Kom binnen, mam.
Ze bleef nog even onbeweeglijk op de drempel staan.
Ze wachtte.
Toen begreep ik waarop.
Ik stapte opzij.
— U kunt naar binnen.
Ze kwam binnen.
Misschien leek het een onbelangrijk detail.
Maar dat was het niet.
Voor het eerst in jaren moest Anna aanbellen voordat ze ons huis binnen kon. En ze moest wachten tot iemand de deur voor haar opendeed.
De week daarop hield Sanne me opnieuw tegen bij de lift.
— Emma.
Ik glimlachte al.
— Wat is er nu weer gebeurd?
Ze keek even naar onze voordeur en daarna naar mij.
— Niets.
Toen stak ze haar duim op.
— Ik wilde alleen zeggen dat je schoonmoeder hier gisteren was. Ze heeft aangebeld en netjes buiten gewacht.
Ik schoot in de lach.
— Perfect.
De liftdeuren schoven open.
Deze keer stapte ik in.
En terwijl de lift naar de begane grond zakte, dacht ik dat het soms jaren kost om een grens te trekken.
Maar soms heb je alleen een oplettende buurvrouw nodig, een beveiligingscamera en een schoonmoeder die even vergeet dat een sleutel in je hand nog niet betekent dat de deur van jou is.
