Ze had dat gedaan met Jans toestemming. Hij had alleen schouderophalend gezegd: ‘Bel wie je wilt. Vroeg of laat komt iedereen er toch achter.’
‘Mam, alsjeblieft, bespaar me je adviezen,’ zei Jan. Met trillende vingers trok hij de kurk uit de fles wijn. Hij schonk zijn glas tot de rand vol en dronk het in één teug leeg.
Anna keek hem bedroefd aan.
‘Jongen, Emma heeft gelijk. Een kind dat zij draagt en dat jullie samen opvoeden, wordt door liefde en zorg ook jouw kind.’
Toen Emma haar een paar uur eerder had opgebeld en met gebroken stem had uitgelegd wat er aan de hand was, was Anna zwaar op een stoel neergezakt. Ze had niet kunnen bevatten wat ze hoorde. Haar zoon, haar eigen jongen, zou nooit vader kunnen worden. De eerste minuten was er in haar hoofd alleen verwarring geweest, en in haar hart een bijna ondraaglijk medelijden.
Maar nadat de eerste schok was gezakt, had ze geprobeerd nuchter te denken. Emma was jong. Ze droomde van kinderen. Anna herinnerde zich maar al te goed hoe sterk zij vroeger zelf naar het moederschap had verlangd: een baby in haar armen wiegen, de eerste woordjes horen, een klein mensje stap voor stap de wereld leren kennen. Als Emma dat voorgoed moest opgeven, zou ze waarschijnlijk niet in dit huwelijk blijven. En dan zou Jan niet alleen kinderloos zijn, maar ook de vrouw verliezen van wie hij hield.
‘Prachtig,’ beet Jan hun toe. Hij zette zijn glas zo hard neer dat de wijn over het tafelkleed spatte. ‘Nu staat zelfs mijn eigen moeder aan haar kant. Zullen we er meteen een stemming over houden? En jij hebt haar alles verteld! Ga je straks ook de hele stad mijn problemen uitleggen?’
‘Jan, ik heb je gevraagd of ik mocht bellen,’ zei Emma onthutst. ‘Je zei zelf dat ik mocht doen wat ik wilde.’
‘Jan, hou op met dat hysterische gedoe!’ Emma sloeg met haar vlakke hand op tafel.
Ze had medelijden met hem, maar zijn gedrag joeg haar ook angst aan. Zo ongeremd, zo fel en bitter had ze hem nog nooit gezien.
‘Wat moet ik dan doen?’ riep hij. ‘Jullie hebben je tegen mij verenigd.’
‘We willen alleen dat je gelukkig wordt,’ zei Anna zacht, terwijl ze haar hoofd schudde.
Zij wist zeker waar het geluk van haar zoon lag: in een gezin. Maar voor Emma was een gezin zonder kind nauwelijks voorstelbaar. Als haar schoondochter het moederschap moest opgeven, zou er vroeg of laat iemand komen die haar wél kon geven waar ze naar verlangde.
‘Mijn geluk is dat niemand mij dwingt een kind van een ander groot te brengen!’ Jan sprong overeind. ‘Wil je zo graag een baby, Emma? Ga dan vreemd. Bedrieg me, geef me horens, en krijg een kind. Waarom al die ingewikkelde toestanden met donoren en ziekenhuizen?’
‘Jan!’ riep Anna geschrokken.
‘Mam, doe niet alsof je het niet begrijpt. Wat is nou het verschil? Een behandeling in het ziekenhuis of een slippertje? Het resultaat blijft hetzelfde: een kind dat niet van mij is.’
Emma werd lijkbleek en wendde haar gezicht af. Het gesprek was een afschuwelijke kant op gegaan. Ze begreep dat Jan tijd nodig had om de klap voor zijn trots te verwerken, maar zijn woorden sneden dieper dan hij misschien besefte.
‘Jan, dit is niet het moment om zo te praten. Je bent overstuur…’
‘Overstuur?’ Hij lachte schamper. ‘Nee hoor. Ik ben juist blij dat ik eindelijk weet dat ik defect ben.’
Drie maanden gingen voorbij. Emma sprak af met haar oudere zus Sophie in een café. Ze had dringend iemand nodig die naar haar luisterde, iemand die niet meteen in woede of stilte zou wegvluchten. Het gesprek met Jan en Anna had niets veranderd. De dagen gleden voorbij, maar hun probleem bleef even hard en koud tussen hen in liggen.
‘Hij is gewoon een koppige ezel,’ zei Emma, terwijl ze het papieren servet tussen haar vingers verkreukelde.
‘Misschien heeft hij alleen meer tijd nodig?’ vroeg Sophie voorzichtig.
Toen Emma haar over Jans diagnose had verteld, was Sophie lange tijd stil gebleven. Ze had zichtbaar gezocht naar woorden, maar geen enkel antwoord leek goed genoeg. De situatie voelde uitzichtloos.
‘Drie maanden, Sophie!’ barstte Emma uit. Haar ogen vulden zich met tranen. ‘Hij weigert er zelfs maar over te praten. Zodra ik ook maar iets probeer te zeggen, doet hij alsof ik hem beledig. Ik ben inmiddels bang om het woord kinderen alleen al te noemen.’
Sophie zuchtte en roerde langzaam in haar koffie.
‘Bel Bram,’ stelde ze toen voor. ‘Hij is Jans vriend. Misschien kan hij met hem praten.’
Ze dacht terug aan een zware ruzie die zij zelf een jaar eerder met haar man had gehad. Uiteindelijk had juist een gesprek met haar beste vriendin haar geholpen om helder te zien waar de uitweg lag.
‘Denk je echt dat dat iets uithaalt?’ vroeg Emma aarzelend.
Ze had er altijd een hekel aan gehad om gezinsproblemen buiten de deur te brengen. Wat tussen man en vrouw gebeurde, hoorde volgens haar in huis te blijven.
‘Het is het proberen waard,’ zei Sophie. ‘Misschien heeft Jan juist een gesprek met een man nodig. Bram kan hem steunen, maar hem tegelijk duidelijk maken dat jij niet zijn vijand bent.’
Emma knikte langzaam. Als Bram erin zou slagen Jan zover te krijgen dat hij instemde met een fertiliteitstraject met donorzaad, dan was iedere moeite gerechtvaardigd.
Een paar dagen later kwam Bram bij Jan langs op zijn werk. Ze gingen in een vergaderruimte zitten, waar het felle licht en de lege stoelen de sfeer nog ongemakkelijker maakten.
‘Jan, wees alsjeblieft niet kwaad op mij en ook niet op Emma,’ begon Bram. ‘Ze heeft me verteld wat er speelt. Ik begrijp dat het zwaar is. Echt. Maar je moet verder. Probeer er eens nuchter naar te kijken.’
‘Emma had geen enkel recht om jou erbij te betrekken!’ Jan draaide zich abrupt naar hem toe. ‘En laat ik meteen duidelijk zijn: ik ga geen kind van een ander opvoeden. Bram, snap het nou. Emma kan van mij niet zwanger worden. De natuur is hard voor me geweest, maar zo ligt het. Nee!’ Hij sloeg met zijn vuist op tafel. ‘Geen vreemd kind in mijn huis.’
‘Maar je houdt toch van je vrouw,’ zei Bram. ‘Denk daar dan tenminste aan.’
‘Daar valt niets over te denken. Mijn besluit staat vast.’
‘Jan, je gedraagt je als een dwaas.’
‘Begin jij nu ook al?’ Jan trok spottend zijn wenkbrauwen op. ‘Misschien moeten jullie een advertentie plaatsen: “Help ons de idioot te overtuigen.”’
‘Emma houdt van je. Ze wil een gezin.’
‘Dan wil ze dat maar. Ik wil ook van alles. Bijvoorbeeld dat iedereen me eindelijk met rust laat,’ zei Jan, omdat hij zich van alle kanten in het nauw gedreven voelde.
