‘Drink op zolang Saskia het niet ziet,’ fluisterde ze. ‘Hier is het niet de gewoonte om je druk te maken om de mensen onderaan.’
‘Onderaan?’ vroeg ik zacht.
‘Nou ja… iedereen die niet achter de balie staat en niet in het kantoor zit.’
Ik liet mijn vingers om het warme glas sluiten. ‘En wie bepaalt eigenlijk waar iemands bovenkant begint en waar zijn onderkant eindigt?’
Anouk schrok zichtbaar, alsof ik zojuist iets had uitgesproken waarvoor hier straf stond.
‘Zeg dat maar niet te hard,’ siste ze. ‘Voor één verkeerd woord halen ze je zo van het rooster.’
‘Bij wie is dat gebeurd?’
Ze wierp een snelle blik naar de deur, alsof die kon meeluisteren.
‘Bij Eva. Ze is hier serveerster. Ze vroeg een keer waarom er op papier iets anders stond dan wat er in de keuken werd klaargemaakt. Sindsdien krijgt ze minder diensten.’
‘Wat stond er dan op papier?’
Anouk perste haar lippen op elkaar. Even leek het alsof ze spijt had dat ze überhaupt begonnen was.
‘De lunches,’ zei ze uiteindelijk. ‘In de lijst staat dat er zevenentwintig porties worden verstrekt. Maar meestal koken we er negen. Tegen de rest zeggen ze dat ze er geen recht op hebben.’
Ik draaide me niet meteen naar haar om. Het verschil was te simpel om over het hoofd te zien. Dus iemand had het gezien. Meer dan één iemand waarschijnlijk. Het stilzwijgen kwam niet voort uit onwetendheid, maar uit angst.
‘Wie zet zijn handtekening onder die lijst?’ vroeg ik.
‘Saskia. En soms komt Mark langs.’
‘Weet hij ervan?’
Anouk slikte, alsof het antwoord haar in de keel bleef steken.
‘Hij weet alles.’
Precies op dat moment ging de deur van de bijkeuken open en stapte Saskia naar binnen.
‘Anouk, straks kookt je soep nog over van al die goedheid,’ zei ze met een honingzoete stem. Daarna keek ze naar mij. ‘En u, Maria, hoeft hier niet te staan dromen. De gang dweilt zichzelf niet.’
‘Natuurlijk,’ zei ik.
‘En breng dat glas terug. Ik heb het al gezegd: tijdelijke krachten vallen niet onder de maaltijden.’
Anouk sloeg haar ogen neer. Ik pakte de doek op, nam mijn emmer mee en liep de gang in.
Rond lunchtijd kwam Mark het restaurant binnen. Ik hoorde zijn stem al voordat ik hem zag: luid, ontspannen, vol vanzelfsprekend gezag. Hij lachte met de barman, knikte naar de koks en merkte niet hoe ze onmiddellijk stiller werden zodra hij dichterbij kwam.
Saskia rechtte haar rug, streek haar gezicht glad en liep hem tegemoet alsof ze verslag moest uitbrengen aan iemand die boven haar stond.
‘Mark, alles loopt hier rustig,’ zei ze. ‘Alleen die nieuwe schoonmaakster stelt wat te veel vragen.’
‘Welke schoonmaakster?’
Zijn blik ging naar mij. Hij nam de hoofddoek op, het schort, de emmer in mijn hand, en gleed vervolgens weer verder. Geen spoor van herkenning.
‘Die daar,’ zei Saskia, met een klein knikje van haar kin in mijn richting. ‘Ze informeerde naar de lunch.’
‘Maria, toch?’ vroeg Mark.
‘Ja.’
‘Zijn de voorwaarden u uitgelegd?’
‘Er is mij verteld dat het eten niet voor mij bestemd is.’
Er trok een korte grijns over zijn gezicht.
‘Dan zijn ze duidelijk geweest. Iedereen houdt zich hier met zijn eigen werk bezig.’
‘Ook als iemand een volledige dag draait?’
‘Dan krijgt die persoon loon,’ antwoordde hij. ‘Werk is geen familiebezoek waarbij je aanschuift omdat het toevallig gezellig is.’
Saskia glimlachte alsof hij haar zojuist een compliment had gegeven.
‘Precies dat heb ik ook gezegd.’
‘Mooi,’ zei Mark, terwijl hij zich alweer half naar haar omdraaide. ‘Breng straks de map over de maaltijden naar mijn kantoor.’
Ik hief mijn hoofd iets op.
‘Over de maaltijden?’
Mark liet zijn ogen een fractie langer op mij rusten dan nodig was.
‘Dat hoeft u niet aan te gaan.’
‘Het woord kwam me alleen bekend voor.’
Saskia snoof spottend. ‘Een schoonmaakster die het woord “maaltijden” kent. Wat zijn we belezen.’
‘Saskia,’ zei Mark op zachte toon. ‘Verspil je tijd niet.’
Daarna verdween hij in het kantoor. Saskia keek hem na met bijna bewonderende aandacht, alsof zijn vertrek een kleine ceremonie was. Pas toen hij uit het zicht was, wendde ze zich weer tot mij.
‘Gezien?’ zei ze. ‘Hier wordt alles boven beslist.’
