Vreemd genoeg voelde die zekerheid lichter dan de drie jaren waarin alles in het midden had gehangen.
‘Ik begrijp het,’ zei ze kalm. ‘Ga maar naar je moeder, Mark.’
Hij knipperde met zijn ogen.
‘Wat zeg je?’
‘Precies wat je hoort. Ga. Je spullen kun je morgen ophalen, als je weer wat bedaard bent. De sleutels leg ik bij de buurvrouw neer.’
Mark bleef haar aankijken alsof hij verwachtte dat ze elk moment zou gaan lachen, of dat ze haar woorden haastig zou inslikken. Maar Emma lachte niet. Ze bleef staan waar ze stond.
‘Je hebt geen idee wat je aan het doen bent,’ zei hij uiteindelijk, bijna fluisterend.
‘Jawel,’ antwoordde ze. ‘Dat weet ik juist heel goed.’
Vanuit de gang liet Saskia met hoorbare voldoening weten dat ze altijd al had geweten dat die vrouw geen greintje verstand en geen spoor van gevoel bezat. Tobias mompelde iets instemmends. Mark bleef nog even roerloos staan, alsof hij wachtte op een laatste opening die niet meer kwam. Toen pakte hij zijn jas en ging naar buiten.
Emma deed de deur achter hem dicht. Het nieuwe slot klikte helder in het kozijn.
Daarna liep ze naar de keuken, vulde de waterkoker en ging bij het raam zitten. Buiten was de avond inmiddels helemaal gevallen.
Mark haalde zijn spullen twee dagen later op. Hij kwam vroeg in de ochtend, op een moment dat Emma al op haar werk was. Uit de kasten verdwenen zijn kleren, zijn laptop en een deel van zijn papieren. De nieuwe sleutels, die zij voor hem bij de buurvrouw had achtergelaten, liet hij achter op de keukentafel. Ernaast lag een kort briefje. Hij schreef dat hij tijd nodig had om na te denken.
Emma las de regels één keer, vouwde het papier dubbel en legde het in een lade.
Tijd had zij ook. Alleen was haar nadenken al begonnen. Niet haastig, niet hysterisch, niet met rode ogen en trillende handen, maar met die nuchtere helderheid die soms pas verschijnt wanneer een besluit dat jarenlang is uitgesteld eindelijk is genomen.
Een week later maakte ze een afspraak met een jurist. Niet omdat ze hals over kop iets wilde forceren, maar omdat ze precies wilde weten waar ze stond en hoe de procedure eruitzag. De vrouw die haar ontving was niet jong meer, had een kaarsrechte houding en sprak alsof elk overbodig woord haar tijd kostte. Emma vertelde wat er was gebeurd. De jurist luisterde zonder haar te onderbreken, noteerde af en toe iets en vroeg daarna of er bewijsstukken waren van de oorspronkelijke inleg en van de hypotheekbetalingen.
Die waren er.
Emma had alles bewaard: bankafschriften, betalingsbewijzen, het koopcontract, hypotheekoverzichten, correspondentie met de bank. Vier jaar werken op de administratie van een bouwbedrijf hadden haar geleerd dat papierwerk zelden nutteloos is.
De jurist bladerde door de map, legde een paar documenten apart, keek op en zei:
‘Uw positie is sterk.’
Vanaf dat moment kwam alles in beweging, langzaam maar onvermijdelijk. Er waren brieven, termijnen, overlegmomenten, een rechtszitting en de gebruikelijke pogingen van Mark om “in goed overleg” tot een oplossing te komen, zolang dat overleg maar op zijn voorwaarden gebeurde. Emma verscheen waar ze moest verschijnen, luisterde aandachtig en antwoordde kort. Ze liet zich niet meeslepen, niet provoceren en ook niet terugduwen naar het oude patroon.
Saskia belde één keer. Ze kondigde aan dat Emma hier nog spijt van zou krijgen en dat karma een verschrikkelijk iets was. Emma zei beleefd dat ze die mening zou noteren, wenste haar een fijne dag en beëindigde het gesprek.
De rechtbank boog zich drie maanden over de zaak. Emma leverde een volledig dossier aan: het koopcontract, stukken waaruit de herkomst van haar eigen spaargeld bleek, en een overzicht van de hypotheeklasten waarin duidelijk te zien was dat het grootste deel van de betalingen door haar was gedaan. Mark probeerde de verdeling van de woning aan te vechten, maar zijn advocaat moest werken met wat er lag. En dat was weinig.
Uiteindelijk bepaalde de rechter dat twee derde van het appartement aan Emma toekwam. Mark kreeg een financiële vergoeding die aansloot bij wat hij daadwerkelijk had bijgedragen. Saskia kreeg niets. Niet uit wraak, niet uit strengheid, maar eenvoudigweg omdat ze nooit enig recht op de woning had gehad. Alleen had niemand eerder de moeite genomen haar daaraan te herinneren.
Emma hoorde de uitspraak op een doordeweekse werkdag, tijdens haar lunchpauze. Ze las het bericht van haar jurist, legde haar telefoon weg en at haar soep op.
Een maand nadat alles officieel was afgerond, kocht ze een nieuwe pot voor de ficus. Een ruime, zware keramieken pot in warme terracottakleur. Ze haalde de plant voorzichtig uit de oude pot, maakte de wortels los, gaf hem verse aarde en zette hem weer op zijn vertrouwde plek bij het raam.
De eerste dagen hing de ficus wat slap, zoals planten dat kunnen doen nadat ze zijn verplaatst. Maar daarna richtten de bladeren zich langzaam op, werd de stam steviger en groeide hij opnieuw naar het licht.
’s Ochtends bleef Emma er soms even naar kijken, met een kop koffie in haar handen. Dan dacht ze dat hij waarschijnlijk al veel eerder meer ruimte nodig had gehad.
Alleen had niemand hem ooit verpot.
