“Je handen vallen er heus niet af als je even helpt met het ontvangen van de gasten!” snauwde Maria tegen haar schoondochter, waarop Sophie boos weigerde te helpen

Verhalen
Die eis voelde onredelijk, harteloos en vernederend.

voor haar schoonmoeder nodig zou hebben. Zoals gebruikelijk had Maria het lijstje rechtstreeks naar haar telefoon gestuurd, keurig opgesomd alsof het om een dringende medische noodsituatie ging.

Maar zodra Sophie de woning binnenstapte, voelde ze de woede al in haar keel branden. Het liefst had ze meteen alles eruit gegooid: alle ergernis, alle verwijten, alle woorden die ze al zo lang had ingeslikt. Toch hield ze zich in. Ze haalde diep adem en besloot eerst maar eens te kijken hoe dit toneelstuk zich verder zou ontvouwen.

In de woonkamer zat Maria namelijk helemaal niet als een zieke vrouw ineengezakt op de bank. Integendeel. Ze zat er vrolijk bij, met twee oude vriendinnen naast zich, en lachte luid terwijl ze druk iets bespraken.

‘O, daar is onze Sophie eindelijk. Goed zo, meisje! Wat heb je daar in die tas? De medicijnen? Heb je alles volgens het lijstje gehaald? Mooi, zet het maar daar op de commode,’ ratelde de zogenaamd doodzieke schoonmoeder opgewekt.

Sophie keek haar strak aan. ‘Als ik het zo zie, gaat het alweer een stuk beter met u. Dan is die injectie blijkbaar ook niet meer nodig.’

‘Ach, wat zeg je nou toch?’ wuifde Maria meteen. ‘Hoe kom je erbij? Natuurlijk gaat het niet beter! Ik ben alleen even bij mijn vriendinnen gaan zitten. Ze hebben tenslotte zoveel moeite gedaan om hierheen te komen. En mijn ziekte… die loopt niet weg. Morgen kan ik me ook nog laten behandelen.’

‘Wat een prachtige levenswijsheid,’ zei Sophie droog, terwijl haar mondhoeken strak trokken. ‘Dan wens ik u nog een gezellige avond. Ik ga weer naar huis.’

‘Naar huis?’ riep Maria verontwaardigd. ‘Waar denk je dat je naartoe gaat? Wie moet dan de tafel dekken? Wie snijdt de salades, de kaas en de worst? Kom op, ga naar de keuken en begin eraan. Rooster ook meteen wat brood voor mijn favoriete hapjes. Was de groenten en snijd ze klein. Je ziet toch dat ik bezoek heb? Ik heb daar nu geen tijd voor. Bovendien voel ik me niet goed. Sta daar niet als een zoutpilaar, schiet een beetje op!’ Haar stem klonk plotseling weer net zo bevelend als altijd.

‘Pardon?’ Sophie hapte naar adem van verontwaardiging. ‘Nee. Absoluut niet. Daar was geen sprake van. En uw bevelen mag u voor uzelf houden, want op mij hebben ze geen enkel effect. Ik ben alleen gekomen omdat ik dacht dat u werkelijk ziek was. Maar ik zie dat er niets ernstigs aan de hand is. U gedraagt zich precies zoals altijd. Dus ik vertrek. Veel plezier verder. Alleen zou ik niet te veel drinken, anders schiet uw bloeddruk straks weer omhoog.’

Zonder nog op Maria’s verontwaardigde protesten te reageren, draaide Sophie zich om. Even later trok ze de voordeur hard achter zich dicht.

Een korte stilte viel in de woonkamer. Daarna proestte een van de vriendinnen het uit.

‘Nou, Maria, wat nu? Moeten we dan zelf de tafel dekken en alles klaarmaken? Heeft je schoondochter je zomaar laten zitten? Ach, jij kunt ook zulke sterke verhalen vertellen! Wij dachten werkelijk dat ze meteen zou komen aanrennen om je op handen en voeten te bedienen. Maar Sophie heeft je mooi op je plaats gezet. En eerlijk gezegd: je had het verdiend. Niet zo hoog van de toren blazen, lieverd.’

Maria snoof beledigd. ‘Ze heeft weer eens haar ware aard laten zien. Dat kind heeft een moeilijk karakter. Heel lastig. Ik zal later nog wel met haar praten. Ik zal haar leren hoe ze respect hoort te tonen voor haar schoonmoeder.’

‘Kom, sta nou maar op,’ zei de andere vriendin lachend. ‘Genoeg gedaan alsof je half stervend bent. Voor ons hoef je dat theater niet op te voeren. We dekken de tafel zelf wel. We zijn toch niet voor niets gekomen?’

Bij Wieke Thuis