“Je handen vallen er heus niet af als je even helpt met het ontvangen van de gasten!” snauwde Maria tegen haar schoondochter, waarop Sophie boos weigerde te helpen

Verhalen
Die eis voelde onredelijk, harteloos en vernederend.

— Je handen vallen er heus niet af als je even helpt met het ontvangen van de gasten! — snauwde Maria tegen haar schoondochter. Alleen had ze dit keer de verkeerde getroffen.

— Sophie, jij doet toch de hele dag niets. Je zit alleen maar thuis met dat kind, — herhaalde Maria, haar schoonmoeder, telkens weer. — Is het nu werkelijk zo zwaar voor een jonge, energieke vrouw om een paar simpele verzoeken van mij uit te voeren? Ik vraag echt geen onmogelijke dingen. We zijn nu familie, maar eerlijk gezegd gedraag jij je alsof ik een vreemde ben.

— Ik heb zelf ook meer dan genoeg te doen! Met een klein kind kun je geen minuut rustig zitten. Dat weet u heel goed, en toch blijft u mij maar van alles vragen, — antwoordde Sophie fel.

— Ach, dat zijn allemaal smoesjes. Je doet het gewoon, daar ga je echt niet aan onderdoor, — hield Maria koppig vol.

— Ik heb er geen tijd voor, — bleef Sophie bij haar standpunt.

’s Ochtends belde haar schoonmoeder geregeld op.

— Koop even boodschappen voor me. Ik heb je de lijst per bericht gestuurd, — zei ze, alsof Sophies bezwaren niet bestonden.

— Nee, ik ga nu met Daan naar de kinderarts, — reageerde Sophie geprikkeld.

— Nou en? Dan loop je onderweg toch even de winkel binnen. Je haalt wat nodig is en vanavond brengt Mark het wel naar mij. Zo ingewikkeld is dat niet, jij maakt er weer een drama van, — mopperde Maria. — Met mijn verkoudheid moet ik zeker zelf door de supermarkt gaan rennen!

— Een wandeling zal u niet fataal worden. Integendeel, misschien knapt u ervan op. Voor mij komt het absoluut niet uit. En ik ga zeker niet met een ziek klein kind door een supermarkt sjouwen.

— Waarom maak je hier zo’n punt van, Sophie? Het kost hooguit tien minuten! — bleef haar schoonmoeder aandringen. — Maar jij begint meteen ruzie te zoeken.

Uiteindelijk weigerde Sophie telkens opnieuw. Maria werd dan woedend en klaagde bij haar zoon over zijn “harteloze” vrouw.

Op een dag kwam Mark ermee aanzetten.

— Sophie, mama vroeg of je vandaag even bij haar langs kunt gaan. Ze heeft hulp nodig met de ramen wassen voor de feestdagen. Ga je? Dan blijf ik zolang bij Daan.

— Dat dacht ik niet! En wie wast mijn ramen dan? Jouw moeder, of komen de kaboutertjes langs? — barstte Sophie los. — Ik ben thuis nog niet eens aan de grote schoonmaak begonnen, er komt steeds iets tussen. Heb ik soms niet genoeg aan mijn hoofd? Waarom hangt jouw moeder voortdurend aan mij? Laat haar een schoonmaakbedrijf bellen. Of laat haar het zelf doen. Ze is geen gravin en ook geen honderd.

— Kom op, Sophie, ga nou alsjeblieft. Anders blijft ze mij eeuwig aan mijn hoofd zeuren, — probeerde Mark haar om te praten.

— Nee. Ik heb gezegd dat ik niet ga, en daarmee uit. — Sophie was niet te vermurwen.

De volgende keer bedacht Maria alweer een nieuw klusje.

— Sophietje, in mijn inbouwkast — je weet wel, die enorme — liggen stapels kleding. Allemaal dure spullen, merkkleding, netjes onderhouden en van goede kwaliteit. Veel ervan draag ik niet meer.

Bij Wieke Thuis