“Dat is slecht voor je” zei Lars terwijl hij niet eens opkeek van het vlees op de barbecue en hardop lachte

Verhalen
Tragische arrogantie vermorzelde mijn zorgvuldig opgebouwde trots.

‘Emma, die schaal kun je beter laten staan. Daar zit salade met mayonaise in. Dat is slecht voor je,’ zei Lars, terwijl hij niet eens opkeek van het vlees dat op de barbecue lag te sissen. Daarna lachte hij hardop.

We zaten met twaalf mensen aan tafel, op de zomerveranda van ons huis. De spiesen had ik vanaf de ochtend voorbereid. De marinade was volgens een recept dat ik drie jaar lang had verfijnd. En die salade, waar hij zo achteloos over deed, had ik trouwens ook zelf gemaakt.

Al zeven jaar ging het zo. Vanaf de allereerste ontmoeting al, toen Daan hem meenam om kennis te maken. Lars nam me van top tot teen op, floot zachtjes en zei: ‘Nou, Daan, jij blijkt dus van volle vormen te houden.’ Ik glimlachte toen nog. Ik dacht dat het een grap was. Een lompe, maar toch een grap.

Daar zat ik naast.

Daan en ik trouwden acht jaar geleden. Ik was veertig, hij achtendertig. Voor ons allebei was het ons tweede huwelijk. Daan werkte als ingenieur bij een ontwerpbureau. Ik had tegen die tijd al mijn tweede vestiging van De Zoete Zaak geopend, mijn eigen banketbakkersketen. Helemaal zelf opgebouwd. Zonder leningen, zonder geld van mijn vader. Drie jaar lang stopte ik elke verdiende euro terug in het bedrijf. Toen we trouwden, had ik twee zaken. Inmiddels zijn het er vijf.

Lars was al sinds groep drie de beste vriend van Daan. Ze waren samen opgegroeid, hadden samen hun diensttijd meegemaakt en gingen nog altijd ieder jaar in oktober vissen. Voor Daan was Lars bijna familie. Dat begreep ik. Daarom slikte ik veel.

Lars had een reclamebureau: Bries Media. Logo’s, verpakkingen, online promotie, dat soort werk. Eerlijk is eerlijk, hij deed het niet slecht. Alleen wist hij één belangrijk ding niet. Zes jaar eerder had ik een bureau nodig gehad voor een volledige rebranding: een nieuwe huisstijl voor de hele keten, verpakkingen, menukaarten, gevelborden. Mijn manager, Sanne, legde drie bureaus aan me voor. Eén daarvan was Bries Media. Hun prijs was het scherpst en hun planning het best. Ik tekende het contract via de rechtspersoon, Banket-Plus B.V. Sanne werd het contactpersoon. Zes jaar lang werkte Lars dus voor mijn bedrijf, zonder enig idee te hebben dat de vrouw van zijn beste vriend zijn facturen betaalde.

Achtenveertigduizend euro per jaar. Dat was mijn jaarlijkse budget voor zijn bureau. Menukaartontwerp, seizoensacties, inrichting van nieuwe vestigingen, beheer van sociale media. Elke maand ging er keurig vierduizend euro naar hem over, alsof er een klok op gelijk stond.

Daan wist het. Ik had hem gevraagd het niet aan Lars te vertellen. Ik wilde vriendschap en zaken gescheiden houden. En Daan hield zijn mond.

Lars bleef ondertussen grappen maken.

Die avond op de veranda zette ik de laatste schaal neer, geroosterde groenten, en schoof naast Daan aan. Lars was al bezig wijn in te schenken. Sophie, zijn vrouw, zat tegenover me en keek naar haar bord. Dat deed ze altijd zodra haar man begon.

‘Emma, je had voor de zomer best een beetje kunnen afvallen,’ zei Lars terwijl hij haar een glas aanreikte. ‘Trek je eigenlijk nog een badpak aan? Of verstop je je onder zo’n omslagdoek?’

Het werd stil aan tafel. Iemand kuchte ongemakkelijk. Daan legde zijn hand op mijn knie. Dat gebaar kende ik inmiddels. Het betekende: hou nog even vol, hij bedoelt het niet kwaad.

Ik pakte mijn glas en keek Lars aan.

‘Lars, weet jij eigenlijk dat jouw bureau die lening voor het kantoor nog steeds niet heeft afgelost?’ vroeg ik kalm. Alsof ik alleen maar een feit noemde. Ik wist het omdat Sanne het eens terloops had laten vallen. Ze hadden de oplevering van ontwerpen vertraagd en dat verklaard met problemen rond hun huur.

Zijn glimlach schoot even uit de plooi. Maar slechts één seconde. Daarna lachte hij weer.

‘Hoe weet jij nou iets over mijn kantoor?’ vroeg hij, terwijl hij zijn glas tussen zijn vingers liet draaien. ‘Heeft Daan dat verteld? Nou, broer, dat valt me van je tegen.’

Daan zei niets.

Ik dronk mijn wijn op. Lars begon over iets anders: voetbal, vakanties, een nieuwe auto. Het gebruikelijke rijtje. En ik dacht: goed dan. Het is niet de eerste keer. Ik kom hier wel overheen.

Later die avond, toen iedereen vertrokken was, stond ik de vaat te doen. Daan kwam achter me staan en sloeg zijn armen om me heen.

‘Neem het hem niet kwalijk. Zo is hij nu eenmaal.’

‘Ik weet precies hoe hij is,’ zei ik. ‘Maar “zo is hij nu eenmaal” is geen excuus.’

Daan kuste me op mijn achterhoofd en ging naar bed. Ik bleef bij de gootsteen staan. Het hete water stroomde over mijn handen, maar ik voelde geen warmte. Alleen vermoeidheid. Zeven jaar dezelfde steken onder water. Zeven jaar dezelfde verontschuldigingen van Daan. Zeven jaar dezelfde stilte aan tafel.

Een maand later belde Lars. Hij nodigde ons uit voor zijn verjaardag. Hij werd tweeënveertig.

Ik bakte een taart. Misschien was dat dom. Maar ik ben nu eenmaal banketbakker. Het werd een taart van drie lagen, met chocoladeglazuur en karameldecoratie. Zes uur werk zat erin. De meringue apart, de vulling apart, de versiering apart. Bijna vier kilo woog dat ding.

Daan droeg de doos naar de auto alsof er een kind in lag.

‘Hij is prachtig,’ zei hij. ‘Lars gaat versteld staan.’

Lars stond inderdaad versteld. Alleen niet op de manier die wij verwacht hadden.

Er waren twintig mensen uitgenodigd. Het feest was in een restaurant.

Bij Wieke Thuis