‘Emma, ik maak wel een menu, en jij zorgt voor de bereiding,’ zei Maria, terwijl ze haar een lijst toestak die uit drie volle vellen bestond. ‘Ik zou het zelf doen, echt waar, maar mijn handen doen zo’n pijn. Die artritis maakt me helemaal kapot.’
Emma nam de papieren aan. Koude hapjes, warme gerechten, salades, drie verschillende nagerechten. Voor haar trouwdagjubileum met Jan had haar schoonmoeder acht gasten uitgenodigd. Zonder ook maar iets te overleggen.
‘Maria, zou het niet makkelijker zijn om iets te laten bezorgen?’ vroeg Emma, terwijl ze opkeek.
‘Bestellen?’ Maria sloeg verontwaardigd haar handen in de lucht; handen waarop van artritis geen spoor te bekennen was. ‘Wat moeten mijn vriendinnen dan wel niet denken? Dat wij geen gasten kunnen ontvangen? Nee hoor, Emma, laat jij maar eens zien wat je in huis hebt.’
Emma vouwde de lijst dubbel. Daarna nog een keer. En nog eens. Uiteindelijk lag er een klein vierkantje papier op tafel.

‘Goed,’ zei ze rustig. ‘Dan zal ik het laten zien.’
Zeven maanden eerder, direct na de plechtigheid op het stadhuis, had Jan gezegd dat ze voorlopig bij zijn moeder zouden wonen. Dat “voorlopig” bleek al snel geen einddatum te hebben. Maria, die zeven jaar geleden weduwe was geworden, woonde alleen in een driekamerappartement en leed daar zogenaamd enorm onder. Niet aan eenzaamheid, nee. Vooral aan het feit dat er gekookt en schoongemaakt moest worden.
Al op de tweede dag na de bruiloft kreeg haar schoonmoeder migraine.
‘Emma, lieverd, mijn hoofd barst uit elkaar. Ik kan niet eens opstaan. Maak jij maar iets eenvoudigs, goed?’
Emma kookte. Daarna ruimde ze op. Vervolgens deed ze de was. Tegen de avond was Maria wonderbaarlijk hersteld en vertrok ze naar de kapsalon om haar haar te laten doen. Ze kwam terug met een frisse teint, glanzende lokken en een geur van dure shampoo om zich heen.
Die migraine dook voortaan telkens op zodra er gekookt moest worden. Duizelingen verschenen vlak voor het schoonmaken. Artritis stak de kop op wanneer de afwas wachtte, maar verdween spoorloos zodra Maria tijdschriften doorbladerde of ging winkelen.
Jan merkte niets. Of hij wilde niets merken.
‘Nou en? Mam kan het niet, haar gezondheid is nu eenmaal zwak. Jij bent jong, jij redt je wel.’
En Emma redde het. Ze stond om vijf uur op, maakte ontbijt voor drie personen, ging daarna naar haar klas met eerstegroepers, kwam rond zes uur thuis en was tot elf uur ’s avonds bezig met wassen, poetsen en eten voorbereiden voor de volgende dag. Jan kwam binnen, at zijn bord leeg en ging voor de televisie liggen. Soms vroeg hij waarom ze toch “altijd zo chagrijnig” was.
Ze viel af. Donkere kringen nestelden zich onder haar ogen. Haar handen werden ruw en droog, haar nagels begonnen te splijten. In de spiegel keek een vreemde vrouw haar aan: uitgeput, ouder geworden, leeg.
Drie weken geleden had Maria de viering van de trouwdag aangekondigd.
Op de ochtend van het feest werd Emma om vijf uur wakker, maar ze ging niet naar de keuken. Ze trok een spijkerbroek en een lichte blouse aan en deed zorgvuldig make-up op. Uit de kast haalde ze een doosje met daarin een envelop: een wellnessbon voor een hele dag. Daarvoor had ze haar laatste spaargeld uitgegeven.
