‘Doe open, zeg ik je! Anders bel ik de brandweer en laten ze die sloten er zonder pardon afhalen!’ Met volle kracht ramde ik met mijn vuist tegen de met kunstleer beklede voordeur.
Aan de andere kant draaide de sleutel een halve slag en bleef toen dof steken. Daarna hoorde ik het schuiven van een grendel — een grendel die ik zelf nooit gebruikte.
De deur ging tergend langzaam naar binnen open. In de opening stond Anna, mijn jongere zus. Over haar schouders hing mijn lievelingskimono: smaragdgroene zijde, gekocht van mijn bonus bij De Bijenkorf. De zoom sleepte over de vieze vloer.
‘O, Emma, waarom beuk je zo?’ Anna gaapte en legde een hand op haar bolle buik. ‘Wij sliepen nog, hoor.’
Ik stapte naar binnen en zette mijn voet boven op een paar afgetrapte sportschoenen met kapotte neuzen. Op het kastje in de hal lagen stapels reclamefolders, smerige sleutels en een leeg sigarettenpakje.

In de pot van mijn geliefde ficus stak een peuk. Een grauwe streep as lag over de verzorgde groene bladeren. Mijn nagels boorden zich pijnlijk in mijn handpalmen.
‘Anna, trek onmiddellijk die kimono uit, pak je spullen en verdwijn. Jullie krijgen precies tien minuten.’
‘Zo, mevrouw de jurist is ook wakker,’ klonk er loom vanuit de keuken.
Jan, de man van mijn zus, verscheen in de deuropening. Hij droeg alleen een grijze joggingonderbroek en hield een beslagen fles bier vast. Op zijn schouder liep een verse kras.
‘Waarom zo’n kabaal?’ Hij grijnsde en nam een slok rechtstreeks uit de fles. ‘Wij zitten hier gewoon legaal. Weleens van de wet gehoord? Daar weet jij toch alles van?’
‘Jan, hou je mond voordat ik je gebit rechtzet,’ zei ik, terwijl ik vlak voor hem ging staan. ‘Mijn huis uit. Nu.’
‘Dat mag je helemaal niet, Emmaatje,’ jammerde Anna, die zich achter de brede rug van haar man verschool. ‘Jan zegt dat jouw driekamerwoning enorm is. Jij zit hier toch maar alleen te vereenzamen, en ik moet binnenkort bevallen. Familie hoort elkaar fatsoenlijke omstandigheden te gunnen.’
‘We hebben een papiertje,’ voegde Jan eraan toe. ‘Dus adem maar rustig uit, eigenaresse. Wij blijven hier voorlopig.’
Ik liep mijn slaapkamer in en draaide de deur op slot, pal voor Jans vloekende gezicht. Mijn hart bonsde zo hoog dat het bijna in mijn keel zat.
Met trillende vingers klapte ik mijn laptop open, logde in via DigiD op MijnOverheid en wachtte. Het laadicoontje bleef eindeloos draaien, alsof het expres mijn zenuwen uit elkaar trok. Eindelijk flitste het scherm.
Bij het onderdeel ‘Mijn woning’ stond een nieuwe melding van de gemeente klaar over mijn driekamerappartement.
