“Je eigen dingen kunnen wel wachten!” snauwde Maria en eiste dat Emma dit weekend het appartement voor de feestdagen kwam schoonmaken

Verhalen
Hartverscheurend onrecht: ouderlijke plicht boven eigenleven.

Ze sleepte zichzelf naar de slaapkamer, trok haastig iets makkelijks aan en kroop onder het dekbed. Nauwelijks had haar hoofd het kussen geraakt of de slaap trok haar omlaag, zwaar en diep.

Wat daarna kwam, was geen echte rust. Ze droomde vreemd en beklemmend, grauw als een natte novemberlucht. Jan verscheen erin, zijn moeder ook, en daarnaast vage gezichten van mensen die ze niet kende. Stemmen klonken door elkaar. Er werd geroepen, geëist, bevolen. Handen zwaaiden in de lucht, monden bewogen boos, alles liep in elkaar over. Eerst was het alleen verwarrend, maar langzaam kreeg de droom iets dreigends. Emma wist niet waar ze was of wat er gebeurde, tot er plotseling een harde klap doorheen sneed.

Een echte klap.

Met een ruk sloeg ze haar ogen open. Het was vier uur ’s nachts. Vanuit de keuken kwam lawaai: gestommel, glas dat tegen glas tikte, iets wat over tafel schoof. Emma ging rechtop zitten, nog half gevangen in haar droom, en stond toen op. Op blote voeten liep ze door de gang. Het felle licht uit de keuken deed haar knipperen toen ze de deur verder openduwde.

Aan de keukentafel lag een onbekende man languit over het blad, zijn armen wijd uitgespreid alsof hij van plan was daar tot de ochtend te blijven slapen. Naast hem zat Jan. Zijn gezicht was rood, zijn blik glazig, zijn lichaam slap van de drank. Voor hem stond het eten dat Emma zorgvuldig had bewaard om de dagen tot haar salaris door te komen. Hij zat er achteloos van te eten.

Toen hij haar zag, trok hij zijn wenkbrauwen op.

‘Wat moet jij nou?’ mompelde hij dik. ‘We hebben bezoek…’

‘Bezoek?’ Emma was ineens klaarwakker. ‘Jan, het is vier uur ’s nachts. Wat is dit voor toestand?’

Hij wilde overeind komen, maar zijn benen deden niet wat hij wilde. Hij wiebelde, greep naar de rand van de tafel en zakte weer terug op zijn stoel.

‘Doe niet zo hysterisch,’ bromde hij. ‘Het is bijna oud en nieuw… een beetje gezelligheid mag toch wel…’

‘Gezelligheid?’ Haar stem klonk laag en strak. ‘Met jou is werkelijk niets gezellig.’

Ze voelde hoe iets in haar knapte. Niet luid, niet zichtbaar, maar vanbinnen. Alsof een dun draadje, dat haar al veel te lang bij elkaar had gehouden, eindelijk doorscheurde. Zonder verder iets te zeggen liep ze naar de onbekende man toe, pakte hem bij zijn jas en trok hem van de tafel. Hij protesteerde halfslap, struikelde tegen een stoel en liet zich bijna meesleuren. Emma sleurde hem de gang in en duwde hem richting de voordeur. Even later sloeg de deur naar het trappenhuis hard dicht.

Jan schrok zichtbaar.

‘Wat doe jij nou weer?’ sputterde hij.

Emma draaide zich langzaam naar hem om.

‘Dat zul je zo merken.’

Ze stapte terug de keuken in, greep Jan bij zijn arm en trok hem overeind. Hij probeerde zich los te maken, maar veel kracht zat er niet meer in hem. Zijn benen vouwden bijna onder hem weg. Toch kreeg Emma hem de gang in. Met een laatste duw zette ze hem achter zijn vriend aan.

‘Ga maar slapen waar je wilt,’ zei ze ijzig. ‘Op de trap, bij je maat, buiten op de stoep. Het kan me niets schelen.’

‘Jij…’ begon hij, terwijl er een vloek achteraan leek te komen.

Maar de deur viel al in het slot. Emma bleef een paar tellen midden in de hal staan. Haar hand rustte nog op de deurklink. Ze kon amper bevatten dat zij dit zojuist had gedaan. Daarna liep ze terug naar de keuken, ruimde zwijgend de resten op, gooide de lege flessen weg en zette water op voor thee.

Van slaperigheid was niets meer over. Ze ging aan tafel zitten met een dampende mok tussen haar handen en keek naar buiten. De straat lag onder een witte laag sneeuw. Alles wat overdag vuil en grauw was geweest, werd nu toegedekt door dat stille wit. Pas toen de lucht aan de rand van de huizen lichter begon te worden, besefte ze dat de ochtend alweer was aangebroken. Ze moest zich klaarmaken voor haar werk.

Toen Emma later de deur achter zich dichttrok, was Jan nergens meer te bekennen. Voor het eerst in haar leven maakte het haar niets uit waar hij was gebleven. Ze voelde geen paniek, geen schuld, zelfs geen behoefte om hem te bellen.

De vrijdag ging sneller voorbij dan ze had verwacht. Emma werkte geconcentreerd, bijna verbeten. Ze wilde alles af hebben, niets laten liggen, geen reden hebben om na werktijd te blijven. Tegen het einde van de dag werd de hele afdeling bij elkaar geroepen. Een van de leidinggevenden keek de groep rond en zei:

‘Namens het management: bedankt voor jullie inzet dit jaar. Voor de feestdagen krijgt iedereen een bonus.’

Toen het bedrag even later op haar rekening verscheen, staarde Emma naar haar scherm. Ze knipperde een paar keer, omdat ze dacht dat ze verkeerd keek. Het was bijna twee keer zoveel als ze had durven hopen. Haar hand vloog naar haar mond. Tranen prikten achter haar ogen, niet alleen van blijdschap, maar vooral van opluchting.

Op datzelfde moment trilde haar telefoon. Sanne.

Emma had haar al twee jaar niet gezien. Zeven jaar eerder was Sanne voor haar werk naar een andere stad gegaan, had daar een man ontmoet en was uiteindelijk gebleven. Niemand had destijds gedacht dat het blijvend zou zijn. Maar ze trouwde, kreeg een zoon en bouwde ergens anders een leven op. Toch was ze Emma nooit vergeten.

‘Emma!’ klonk haar stem opgewekt. ‘Ik ben in de stad. Maar drie dagen. Zullen we elkaar zien?’

Emma glimlachte zonder erover na te denken.

‘Kom vanavond naar mij.’

Toen Jan die avond eindelijk besloot naar huis te komen, had hij zich duidelijk voorbereid op een ander tafereel. Waarschijnlijk verwachtte hij Emma in tranen, verontschuldigend, smekend misschien. Hij had zijn strenge gezicht al opgezet nog voordat hij de deur opende.

Maar wat hij aantrof, paste niet in dat beeld.

In de keuken zaten Emma en Sanne tegenover elkaar. Er stonden twee glazen wijn op tafel en ze lachten om iets wat alleen zij begrepen.

Jans gezicht liep rood aan.

‘Wat is dit?’ bulderde hij meteen. ‘Waar ben jij mee bezig? Hoe vaak heb ik gezegd dat ik geen vreemde mensen in mijn huis wil? Wat heb je hier aangericht?’

Sanne verstijfde met haar glas in haar hand. Ze keek van Jan naar Emma, duidelijk niet begrijpend wat er gebeurde. Emma ademde diep in, zette haar glas rustig neer en keek haar man aan.

‘Jan,’ zei ze langzaam, ‘ik ben je zo ontzettend zat. Echt. Jou. En je moeder net zo goed.’

Ze week geen moment uit voor zijn blik.

‘Ze zeggen weleens: nieuw jaar, nieuw begin.’ Ze liet een korte stilte vallen. ‘Ik ga bij je weg, Jan. Pak je spullen en verdwijn uit mijn woning.’

Hij knipperde, alsof de woorden niet tot hem doordrongen.

‘Waar heb jij het in vredesnaam over?’ Daarna verscheen er een spottende grijns op zijn gezicht. ‘Prima. Dan pak ik wel in. Maar jij krijgt hier nog spijt van. En je dochter dan? Hoe moet zij opgroeien zonder vader? Heb je daar ook over nagedacht?’

Emma lachte kort, maar er zat geen vrolijkheid in.

‘Mijn dochter? Denk je nu ineens aan Sophie? Nou, beter laat dan nooit.’

Ze stond op en maakte een gebaar naar de deur.

‘Maak je om haar maar geen zorgen. Sophie komt dit wel te boven.’

Bij Wieke Thuis