‘Hoi, Emma! Wat fijn dat je opneemt. Zijn jullie thuis?’ De telefoon van Sanne kwam voor Emma als een verrassing. Haar schoonzus belde zelden zomaar, en die overdreven vriendelijke toon maakte haar meteen op haar hoede.
‘Hoi. Ja, ik ben thuis met de kinderen. Bas is aan het werk. Waarom vraag je dat?’
‘Och, niets bijzonders. We zijn toevallig in de buurt en dachten: misschien kunnen we even langskomen.’
‘Bij ons?’ Emma slaakte een vermoeide zucht. ‘Je broer heeft er niets over gezegd, terwijl ik hem gisteren nog aan de telefoon had.’ Die ochtend was ze bij de tandarts geweest. De verdoving was al lang uitgewerkt, maar haar kaak bonsde nog steeds, waardoor het nieuws haar niet bepaald blij maakte.
‘Mark wist er ook niets van. Ik heb het hem pas vanochtend verteld, vlak voor hij naar zijn werk ging.’

‘Dus je komt zonder je man?’
‘Ja, met de kinderen. We dachten er zelfs aan om te blijven slapen. Dan kunnen de neefjes en nichtjes weer eens samen spelen. Ze zien elkaar tenslotte zo weinig.’
‘Nou… op zich vind ik het niet erg,’ antwoordde Emma aarzelend. ‘Alleen voel ik me vandaag echt beroerd. Vanmorgen hebben ze een lastige kies getrokken, mijn tandvlees is helemaal opgezet en mijn hoofd bonkt. De pijnstillers doen bijna niets. Ik ben bang dat ik niet erg gezellig zal zijn.’
‘Maak je daar nou geen zorgen over, lieve Emma! De kinderen vermaken zichzelf wel. En over eten hoef je ook niet in te zitten. We stoppen onderweg wel even bij de supermarkt en nemen van alles mee.’
Maak je geen zorgen. Lieve Emma. We nemen wel iets mee. Zulke woorden had Sanne nog nooit tegen haar gebruikt. Normaal klonk haar schoonzus heel wat koeler, maar vandaag leek ze plotseling over te lopen van warmte en behulpzaamheid. Emma voelde direct dat er iets achter zat. Toch wilde ze haar niet meteen afwijzen. Als Sanne alleen maar de kinderen wilde laten spelen met hun neefjes en nichtjes, dan moest dat maar.
Toen Sanne later met haar kinderen voor de deur stond, werd Emma’s argwaan alleen maar sterker. Haar schoonzus stond niet bekend als iemand die graag royaal uitpakte, maar nu gedroeg ze zich opvallend gul. Ze had twee volle tassen boodschappen bij zich en alsof dat nog niet genoeg was, had ze ook pizza en sushi besteld.
‘Jeetje, dat is wel heel veel!’ riep Emma terwijl ze de tassen van haar overnam.
‘Ik zei toch dat je je nergens druk om hoefde te maken. Hoe gaat het met je? Doet je kies nog steeds pijn?’
‘Vreselijk. De tandarts zei dat het kon gebeuren en dat het vanzelf over zou gaan.’
‘Mooi,’ zei Sanne met een glimlach, waarna ze haar blik haastig afwendde. Op dat moment wist Emma het zeker: al die vriendelijkheid kwam niet uit het niets. Sanne wilde iets van haar, en Emma wachtte zwijgend af waarmee ze zou komen.
