‘Waarom staat er niets op tafel en waarom is er geen eten in huis gehaald?’ viel Emma’s man boos uit. ‘Ben je soms in staking gegaan?’
Emma stond midden in de keuken. Tussen haar vingers draaide ze langzaam de huwelijksakte heen en weer. Twee jaar. Nog maar twee jaar waren verstreken sinds de dag waarop zij en Lucas bij de ambtenaar hadden gestaan en elkaar eeuwige liefde hadden beloofd. Toen had ze geloofd dat er een heel leven voor hen openlag, vol warmte, geluk en wederzijds begrip.
‘Ik vraag je iets,’ herhaalde hij, nu scherper. ‘Waarom is er geen avondeten en waarom heb je geen boodschappen gedaan? Wat moet dit voorstellen, een protestactie?’
Lucas was, zoals gewoonlijk, rond acht uur ’s avonds thuisgekomen. Hij was tweeëndertig, lang, verzorgd, met donker haar en bruine ogen. Bij een bouwbedrijf werkte hij als verkoopmanager, en in zijn eigen beleving was hij degene die het gezin onderhield. Emma werkte echter als receptioniste in een medisch centrum, en haar salaris verschilde nauwelijks van het zijne.
‘Ja, Lucas,’ antwoordde ze kalm, terwijl ze de akte zorgvuldig in een map schoof. ‘Noem het gerust een staking. En wat mij betreft duurt die voor onbepaalde tijd.’

‘Wat is dit voor ONZIN?’ barstte hij los. Zijn aktetas smakte op de vloer. ‘Ben je niet goed bij je hoofd? Een vrouw hoort voor haar man te koken! Dat is jouw PLICHT!’
Emma keek hem aan met haar groene ogen. Ze was achtentwintig, droeg haar lichtbruine haar meestal in een paardenstaart en had geen spoortje make-up op haar gezicht. Daar had ze ook simpelweg geen tijd voor; van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat rende ze zichzelf voorbij.
‘Plicht?’ herhaalde ze, en in haar stem klonk plots iets hards. ‘En waar zijn jouw plichten dan, Lucas? Of heb jij die soms helemaal niet?’
‘Ik verdien geld!’ schreeuwde hij. ‘Ik ben de man in dit huis!’
‘O ja, de man,’ zei Emma met een bittere glimlach. ‘De man die niet eens zijn eigen bord kan afspoelen. De man die zijn kleren door het hele appartement laat slingeren. De man die vindt dat wassen, poetsen en koken uitsluitend vrouwenwerk is.’
‘Omdat dat zo is!’ hield Lucas koppig vol. ‘Mijn vader deed ook nooit iets in het huishouden. Mijn opa evenmin. Dat is nu eenmaal een taak voor vrouwen.’
‘Je vader leefde in een andere tijd,’ beet Emma hem toe. ‘En je moeder had geen baan; zij was thuis. Ik daarentegen kom meestal op hetzelfde moment thuis als jij. Soms zelfs later.’
Eigenlijk was alles een maand eerder begonnen. Emma was langsgegaan bij haar vriendin Sanne, die pas met Daan getrouwd was. Wat ze daar zag, zette haar hele beeld van het gezinsleven op zijn kop. Terwijl Sanne na haar werk even tot rust kwam, stond Daan in de keuken het avondeten te maken. Daarna dekten ze samen de tafel en ruimden ze samen weer af. Niemand commandeerde de ander, niemand voelde zich boven de ander verheven. Ze deden het gewoon met z’n tweeën.
‘Bij ons is dat vanzelf zo gegroeid,’ had Sanne uitgelegd toen Daan even de keuken uit was. ‘We werken allebei, dus we zijn allebei moe. Het zou toch belachelijk zijn om alles op één persoon af te schuiven?’
Die woorden waren in Emma blijven rondzingen. Waarom zou zij inderdaad het hele huishouden alleen moeten dragen? Zij werkte net zo goed fulltime. Zij kwam net zo uitgeput thuis. En toch begon voor haar daarna steevast een tweede dienst: koken, schoonmaken, wassen, strijken. Lucas daarentegen liet zich op de bank vallen, pakte zijn telefoon of zette de televisie aan.
Diezelfde avond had ze geprobeerd het gesprek met hem aan te gaan.
‘Lucas,’ begon ze voorzichtig, terwijl ze naast hem op de bank ging zitten. ‘Zullen we proberen de huishoudelijke taken eerlijker te verdelen? Ik snap dat je moe bent na je werk, maar dat ben ik ook. Misschien kunnen we dingen om de beurt doen?’
Lucas keek op van zijn smartphone en staarde haar aan alsof ze zojuist iets volkomen absurds had voorgesteld.
‘Emma, wat bezielt je ineens?’ vroeg hij. ‘Wat voor taken? Ik heb één taak: geld binnenbrengen. Jij zorgt dat het huis op orde is. Dat is toch logisch?’
‘Maar ik werk ook!’ protesteerde Emma.
‘En dan?’ Lucas haalde zijn schouders op. ‘Dat is jouw eigen keuze. Als je wilt werken, werk je. Als je niet wilt werken, blijf je thuis. Maar zodra het over het huishouden ging, had hij duidelijk een heel andere opvatting.’
