Bij die kapsalon kwam ik eigenlijk puur toevallig terecht. Mijn eigen kapster was op vakantie gegaan en mijn uitgroei was inmiddels zo zichtbaar dat nog twee weken wachten geen optie meer was. Een vriendin stuurde me een telefoonnummer door en schreef erbij: ‘Ga eens naar Sanne. Ze is betaalbaar en ze kan echt knippen en kleuren.’
Sanne bleek een praatgrage vrouw van rond de vijfenveertig, met vlugge handen en de gewoonte om werkelijk alles hardop te becommentariëren. Terwijl zij de verf mengde, zat ik op mijn telefoon te kijken en luisterde maar half. Het was van dat gewone salongepraat: wie te donker was geverfd, wie de verf te lang had laten zitten, wie per se blond wilde terwijl kastanjebruin haar veel beter stond.
Toen zei Sanne ineens:
‘O ja, daar vroeg een vaste klant van mij laatst ook om, zo’n tint. De Vries. Mooie vrouw, altijd verzorgd. Je ziet meteen dat ze werk van zichzelf maakt.’
De Vries is de achternaam van mijn man. En sinds ons huwelijk ook die van mij.

Ik bewoog nauwelijks. Volgens mij vertrok mijn gezicht ook niet. Ik stopte alleen met scrollen en keek via de spiegel naar Sanne.
‘De Vries?’ vroeg ik, zo neutraal mogelijk.
‘Ja hoor. Eva De Vries. Kent u haar?’
Eva. Niet Anna. Dus ik was het niet.
Ik heet Anna De Vries. Mijn man heet Pieter De Vries. In onze familie bestaat geen Eva. Geen zus, geen nicht, geen verre tante en ook geen collega met die naam. En De Vries is in onze stad nu ook weer niet zó zeldzaam, maar in combinatie met de details die Sanne noemde voelde het alsof iemand zachtjes tegen een glas tikte.
‘Nee,’ antwoordde ik. ‘De naam klonk me alleen bekend in de oren. Komt ze al lang bij u?’
Zoals vaak gebeurt met mensen die graag praten, begon Sanne meteen hardop in haar geheugen te zoeken. Eva kwam hier al een hele tijd, zei ze, bijna twee jaar. Soms liet ze vlak voor het weekend haar haar föhnen. Tussendoor had ze eens iets verteld over de Rivierstraat en over een wellnessabonnement dat ze van haar man had gekregen.
De Rivierstraat. Pieter en ik woonden aan de Lindelaan.
Nog veertig minuten bleef ik in die stoel zitten. Sanne werkte mijn uitgroei bij, maar in de spiegel zag ik niet mijn haar. Ik zag alleen gedachten.
Bijna twee jaar. Als Eva De Vries hier al twee jaar onder die naam kwam, dan droeg ze die achternaam dus niet pas sinds gisteren. De achternaam van mijn man.
Toen Sanne klaar was, betaalde ik, gaf haar fooi en liep naar buiten. Het was oktober en de lucht was koud. Ik ging op een bankje naast de apotheek zitten en belde niet mijn man.
Ik belde Lisa.
Lisa werkte op de administratie en wist altijd precies bij wie je moest zijn als je vragen had die je zelf niet goed durfde te stellen.
‘Lisa, ik heb een jurist nodig. Niet meteen voor een scheiding. Voorlopig wil ik alleen met iemand praten.’
Ze stelde geen enkele vraag. Drie minuten later had ik een nummer op mijn scherm.
Naar huis gaan deed ik niet meteen. Ik liep een koffiebar binnen, bestelde thee en pakte mijn telefoon weer. Ik probeerde op een rij te krijgen wat je kon controleren zonder ruzie te maken en zonder je man iets te vragen. Als eerste logde ik in met mijn DigiD.
Ons appartement was tijdens ons huwelijk gekocht en stond op naam van Pieter. De hypotheek hadden we twee jaar eerder afgelost; ik was destijds medeaanvrager geweest. Na de laatste betaling hadden we verder niets geregeld. Geen verdeling in aandelen, geen aanvullende akte, niets. Op papier stond de woning op zijn naam. Juridisch was het gemeenschappelijk huwelijksvermogen. Maar ik wist maar al te goed hoe snel dat woord “ons” kon verschuiven als je niet oplette.
De auto stond eveneens op Pieter. Het vakantiehuisje was van zijn moeder, Margriet. Ik had mijn eigen salarisrekening, hij de zijne. Een gezamenlijke rekening hadden we nooit geopend. Wel maakte Pieter iedere maand een vast bedrag naar mij over voor boodschappen en het huishouden. Wat hij met de rest deed, vroeg ik niet na. Ik keek nooit in zijn afschriften. Ik vertrouwde hem.
Op dat moment klonk het woord “vertrouwde” in mijn hoofd opeens alsof het over het leven van iemand anders ging.
De volgende dag belde ik de jurist. De vrouw, Sophie, liet me mijn verhaal doen zonder me ook maar één keer te onderbreken. Daarna stelde ze drie vragen waar ik zelf niet eens op gekomen zou zijn.
‘Anna, hebben jullie kinderen?’
‘Een dochter. Noa. Ze is elf.’
‘De woning is tijdens het huwelijk gekocht, de hypotheek is afgelost en er zijn geen eigendomsdelen apart vastgelegd?’
‘Klopt.’
‘Weet u of uw man het afgelopen jaar volmachten heeft geregeld, leningen heeft afgesloten of ergens borg voor heeft gestaan? Zijn er grote bedragen overgemaakt?’
Ik wist het niet. Eigenlijk wist ik helemaal niets over zijn geldzaken, behalve het bedrag dat hij mij elke maand stuurde. En dat bedrag was in vier jaar tijd geen enkele keer veranderd.
Sophie gaf me drie opdrachten.
Ten eerste moest ik een uittreksel bij het Kadaster opvragen, gewoon om zeker te weten dat het appartement nog steeds stond zoals ik dacht en dat er geen beslagen, hypotheken of andere beperkingen op rustten. Dat kon online of via een servicebalie van de gemeente.
Ten tweede moest ik controleren of er op mijn naam verplichtingen, borgstellingen of leningen stonden waarvan ik geen weet had. Daarvoor moest ik mijn gegevens bij het BKR opvragen.
Ten derde mocht ik niets overhaast doen. Niet schreeuwen. Niet beschuldigen. Niet vertrekken. Zolang ik geen feiten had, had ik alleen een achternaam die een kapster had genoemd. Dat was geen bewijs. Het was hooguit een waarschuwing.
Ik deed precies wat ze zei.
Diezelfde dag vroeg ik het kadastraal uittreksel aan. Mijn kredietgegevens vroeg ik op via de officiële digitale weg. Binnen vierentwintig uur kwamen beide antwoorden binnen.
Met het appartement leek alles in orde. Geen nieuwe hypotheek, geen verkoop, geen schenking, geen beslag. Ik haalde adem. Maar die opluchting duurde niet lang.
In mijn kredietoverzicht stond namelijk een raadpleging. Vier maanden eerder had een bank mijn gegevens bekeken. Ik had zelf nooit contact met die bank opgenomen.
Sophie legde uit dat zo’n raadpleging niet automatisch betekende wat ik er in mijn schrik meteen van maakte.
