— Mijn dikke vrouwtje staat thuis zeker weer gehaktballen te draaien, — lachte Mark, terwijl hij zijn arm om de smalle taille van een slanke brunette legde. — Kun je je dat voorstellen, Sophie? Elke avond hetzelfde liedje: soep, gehaktballen, pasta. Ik leef daar net in een bedrijfskantine, eerlijk waar.
— Ach, arme jij, — kirde het meisje, terwijl ze zijn stropdas recht trok. — Bij mij krijg je tenminste een echt culinair feestje. Weet je nog, dat Franse restaurant?
— Alsof ik dát zou vergeten! — Mark drukte een kus op haar wang. — Daar voel je je tenminste weer een man van de wereld, en niet de echtgenoot van een uitgebluste huisvrouw.
— Wat kan ze eigenlijk nog meer dan gehaktballen maken? — giechelde Sophie, terwijl ze zich dichter tegen hem aan vleide.
Ik stond bij de ingang van het café, mijn telefoon krampachtig in mijn hand geklemd. Ik was gekomen om de taart op te halen die ik voor zijn verjaardag had besteld. Morgen zou hij vijfenveertig worden. Ik had er zelfs speciaal op laten zetten: “Voor mijn lieve man.” Wat was ik toch een idioot.

Twintig jaar geleden droeg Mark me letterlijk op handen. Op onze eerste afspraak had ik mijn enkel verzwikt, en hij had me helemaal naar huis gedragen, vier trappen omhoog. Daarna kwam hij elke dag met bloemen langs, tot ik weer normaal kon lopen.
— Emma, jij bent mijn prinses, — fluisterde hij toen. — Ik zal je mijn hele leven blijven dragen.
Na de geboorte van onze zoon kwam ik aan. Eerst tien kilo, daarna vijftien. Mark zei nog dat ik me geen zorgen moest maken; het belangrijkste was dat de baby gezond was. Later werd onze dochter geboren. Daar kwamen nog eens tien kilo bij.
— Em, zou je je niet eens kunnen inschrijven bij een sportschool? — begon hij een jaar of drie geleden.
— Mark, na mijn werk sleep ik me amper nog naar huis. En daarna zijn er de kinderen, huiswerk, koken…
— Probeer het in elk geval. Je doet het toch voor jezelf.
Ik had het geprobeerd. Echt waar. Maar na twee diensten in de winkel had ik nog net genoeg energie om thuis te komen en mijn gezin te eten te geven. Mark bleef intussen steeds vaker langer weg. Borrel op kantoor, afspraken, besprekingen — er was altijd wel iets.
Ik draaide me om en liep het café uit. De taart liet ik staan. Ze mochten hem houden. Thuis haalde ik gehakt uit de vriezer. Als hij gehaktballen wilde belachelijk maken, dan kreeg hij gehaktballen.
Mark kwam pas tegen middernacht thuis. Dronken.
— Eeemmaaa! — brulde hij al vanaf de drempel. — Waar zijn mijn pantoffels? Jij gooit ook altijd alles ergens neer!
Zonder iets te zeggen zette ik een bord gehaktballen voor hem op tafel.
— Alweer gehaktballen? — Zijn gezicht vertrok van afkeer. — Hoe lang moet dit nog doorgaan? Kun je nou echt nooit eens iets anders klaarmaken?
