Emma bleef roerloos staan met het blauwe badpak in haar handen. Over minder dan achtenveertig uur zouden ze vertrekken. Op het bed lag de koffer al half ingepakt.
‘Wat bedoel je met geannuleerd?’ vroeg ze, terwijl ze het badpak langzaam boven op de stapel T-shirts legde.
‘Gewoon, geannuleerd. Het geld is alweer teruggestort op de kaart. Min de annuleringskosten natuurlijk, maar dat viel mee.’
Jan stond in de deuropening van de slaapkamer, met zijn schouder tegen het kozijn. Hij droeg een oude joggingbroek waarvan de knieën waren uitgelubberd. In zijn hand hield hij een appel waar al een hap uit was. Zijn gezicht stond kalm, bijna alledaags. Geen spoor van gêne.
‘Jan, we zijn al drie jaar nergens naartoe geweest,’ zei Emma. Haar stem klonk opvallend beheerst, al trok er vanbinnen iets strak samen. ‘Vanaf maandag heb ik vakantie. Op mijn werk heb ik alles al overgedragen.’

‘Em, dit is overmacht. Bij mijn moeder is in de keuken een leiding gaan lekken. Alles stond blank, het vinyl is omhooggekomen, de onderste kastjes zijn door het water opgezwollen en uit elkaar gevallen. Ik ben gisteren na mijn werk gaan kijken. Daar moet echt grondig verbouwd worden. Muren drogen, vloer openbreken, nieuwe keuken erin. Ik heb de aannemers al een voorschot betaald. Morgen gaan we materialen halen.’
‘Van ons vakantiegeld?’
‘Waarvan anders?’ Hij nam nog een hap van zijn appel. ‘We hebben verder niets vrij liggen. Een deel staat ook al apart voor het feest. Het gaat wel om mijn moeder, Emma. Binnen een familie help je elkaar. Die zee loopt niet weg. Volgend jaar gaan we wel. Of je rust lekker uit op de tuin, ze voorspellen prachtig weer.’
Hij zei het zo achteloos, alsof het ging om een bioscoopavond die simpelweg naar een andere datum was verschoven. Emma keek naar de koffer. In het zijvak zaten de paspoorten al, samen met de uitgeprinte verzekeringspapieren en de hotelvoucher. Twee weken lang had ze hotels vergeleken, recensies gelezen, bedragen naast elkaar gezet en uitgerekend wat ze zich konden permitteren.
‘Je hebt het niet eens met mij overlegd.’
‘Wat viel er te overleggen?’ Jan haalde zijn schouders op. ‘Ik zeg toch dat er een leiding is gesprongen. Ze kan niet eens fatsoenlijk koken. Had jij dan gezegd: nee hoor, laat je moeder maar tussen de schimmel zitten, wij gaan lekker in de zon liggen? Ik heb ons alleen een nutteloze ruzie bespaard. Goed, ik ga douchen.’
Hij draaide zich om en liep de gang in. Even later hoorde Emma het slot van de badkamerdeur klikken, daarna begon het water te ruisen.
Nog een paar minuten bleef ze naast het bed staan. Toen pakte ze zwijgend de paspoorten en legde ze in de lade van de commode. Daarna begon ze de koffer weer leeg te maken. De shorts, hemdjes en T-shirts vouwde ze netjes op en legde ze terug in de kast. De lege koffer deed ze dicht en schoof hem onder het bed.
De volgende dag belde haar schoonmoeder. Johanna sprak luid; op de achtergrond ratelde een boorhamer.
‘Emma, hallo meisje. Jan heeft het je zeker al verteld? Ach, we hebben zulke goede vakmensen getroffen, ze hebben de tegels er in een mum van tijd af. Onze Jan is toch een schat, hij heeft Italiaanse tegels gekocht, nog net in de aanbieding. Jullie moeten niet boos zijn dat het zo met die vakantie is gelopen. Jullie zijn nog jong, jullie komen heus nog genoeg weg. En ik wil op mijn oude dag ook weleens in een nette keuken kunnen zitten. Jan zei dat jij er niet zo mee zat.’
‘Ja, Johanna. Ik zit er niet mee. Tot ziens.’
Emma verbrak de verbinding en legde haar telefoon op tafel. Op kantoor vroegen collega’s verbaasd waarom ze niet op weg naar het vliegveld was. Ze antwoordde kort dat de plannen waren veranderd en nam extra begrotingen aan om te controleren, alleen maar om niet thuis te hoeven zitten.
Jan deed intussen alsof alles volkomen normaal was.
