“Jij kijkt altijd alsof ik iets verschrikkelijks heb misdaan!” riep Jan verdedigend terwijl Emma in de e-mail de bijbetaling zag

Verhalen
Een egoïstische leugen die alles op scherp zet.

— Tim redt zich heus wel, hij kan de zomer prima in het huisje doorbrengen!

Jan propte geërgerd zijn zwembroek in de reistas en trok met een ruk aan de rits. Die bleef precies in de bocht haken. Vloekend gaf hij er nog een haal aan, zo hard dat het lipje bijna losschoot, en wierp ondertussen een snelle blik op zijn vrouw.

Emma vouwde zwijgend de T-shirts van hun zoon op.

— Emma, waarom zeg je nou niets?

Jan kwam overeind en zette zijn handen in zijn zij.

— Ik leg het je toch gewoon uit. Mam heeft last van haar gewrichten. De dokter heeft gezegd dat ze zeelucht nodig heeft. Die vakantie is belachelijk duur, met z’n vieren hadden we dat nooit kunnen betalen. Ik heb me al genoeg in de schulden gestoken.

— Ik heb je gehoord, Jan.

Emma streek zorgvuldig een kreukel glad uit het kleine shirt met een dinosaurus erop.

— Ze heeft me gehoord, hoor.

Rusteloos liep hij door de kamer. Hij struikelde over een autootje dat Tim had laten liggen en schopte het met zijn voet aan de kant.

— Jij kijkt altijd alsof ik iets verschrikkelijks heb misdaan! Ik beloof mijn moeder al twee jaar dat ze naar zee mag. Zij heeft ons grootgebracht, heeft zij dan geen recht op rust? En die kleine is pas zeven. Van zo’n vakantie in Zeeland herinnert hij zich later toch niets meer. Je moeder kan op hem letten bij het huisje. Frisse lucht, bessen, ruimte genoeg. Wat wil zo’n kind nog meer?

Pas toen keek Emma haar man aan.

Drie weken eerder had ze toevallig de mail op de laptop in de woonkamer geopend. Jan was gehaast naar zijn werk vertrokken en had vergeten uit te loggen. Bovenaan stond meteen een bericht van de reisorganisatie: “Wijziging van reiziger in de boeking bevestigd.”

Ze had toen geen scène gemaakt. Geen geschreeuw, geen verwijten. Ze had alleen op de bijgevoegde factuur geklikt. Daar stond zwart op wit een flinke bijbetaling vermeld, betaald uit hun gezamenlijke spaarpot. Het geld dat bedoeld was voor de opknapbeurt van de hal. Een toeslag om hun eigen zoon uit de reservering te schrappen en Maria in zijn plaats te zetten.

Emma had het tabblad gesloten. Daarna had ze koffie gezet. Ze was op het krukje bij het raam gaan zitten en had lange tijd gekeken hoe beneden op de stoep een man bladeren bijeenveegde. Vervolgens had ze haar eigen betaalpas uit haar portemonnee gehaald.

— Jan, we hadden dit samen afgesproken.

Haar stem klonk vlak, zonder trilling.

— We hebben een heel jaar voor deze vakantie gespaard. Tim telde de dagen af. Op school heeft hij iedereen gek gemaakt met verhalen dat hij naar de zee zou gaan.

— Nou en, daar komt hij wel overheen!

Vanuit de gang kwam Maria statig de kamer binnen. In een bonte katoenen blouse, met felgestifte lippen en een zware ring om haar wijsvinger zag ze er allesbehalve ziek uit. Eerder alsof ze klaarstond voor de aanval.

— Jan heeft gewoon gelijk.

Zijn moeder kneep haar lippen samen op die bekende, belerende manier.

— Ach, Emma, maak er toch geen drama van. Kinderen van die leeftijd doen niets anders dan zeuren. Dan moet dat petje af, dan hebben ze dorst, dan moeten ze naar de wc.

Bij Wieke Thuis