“Jij kunt hem wel even inwerken, toch? Jij kent de afdeling beter dan wie dan ook” zei Hendrik terwijl hij haar opdroeg de nieuwe senior tendermanager in te werken

Verhalen
Onmisbaar genoemd, tenslotte pijnlijk en onrechtvaardig weggedrukt.

Hij wierp daarbij een blik op het slimme horloge om zijn pols.

‘We hebben KPI’s nodig, dashboards, een visuele weergave van de salesfunnel. Ik heb alvast een sjabloon gemaakt.’

Dat sjabloon bleek een Excelbestand te zijn met gekleurde grafieken en tien kolommen, waarvan de helft elkaar gewoon herhaalde. Mijn eigen contractenoverzicht, dat ik al dertien jaar gebruikte, zag er eenvoudiger uit. Minder mooi ook. Maar het werkte. Eén contract per regel, en binnen drie seconden zag ik alles: looptijd, volumes, status, contactpersoon. Mark begreep dat niet. Voor hem woog een fraai plaatje zwaarder dan een instrument waar je echt mee kon werken.

Binnen elf dagen gebeurden er vier dingen.

Het eerste: Mark nam een telefoontje aan van DeltaBouw. De inkoopdirecteur, Erik, was sinds 2016 mijn vaste contactpersoon. Hij belde om de voorwaarden voor de voorjaarslevering door te nemen. Mark beloofde hem doodleuk twaalf procent korting. Wij gaven nooit meer dan zeven. Toen ik het hoorde, sloeg de hitte me naar de borst, alsof iemand kokend water over me heen gooide. Ik belde Erik persoonlijk terug en was twee uur bezig om de schade te beperken. Gratis. Na werktijd. Uiteindelijk zei Erik: ‘Anna, wat speelt er bij jullie? Als jij weggaat, zeg het dan meteen.’

Het tweede: Mark had de prioriteiten “opnieuw ingedeeld” en de levering voor RandstadTransLogistiek twee weken verschoven. Zonder overleg. De levering liep mis. Boeteclausule: 1.200 euro. Ik ontdekte het pas op vrijdagavond, toen de officiële klacht in mijn mailbox viel. Ik zat er tot tien uur ’s avonds aan vast.

Het derde: Mark vroeg of ik mijn tabellen kon omzetten naar “het nieuwe format”. Met andere woorden: ik moest een systeem dat functioneerde uit elkaar trekken en alles in zijn kleurige grafieken persen. In twee weken tijd kostte me dat zestien uur. Zestien overuren, niet betaald, niet gecompenseerd, alleen maar om mijn eigen werkwijze kapot te maken.

Het vierde: tijdens het werkoverleg zei Mark: ‘We moeten ons klantenbestand opschalen. Negen contracten is gewoon weinig voor een organisatie van ons niveau.’

Negen contracten ter waarde van 410.000 euro. Contracten die ik jaar na jaar had opgebouwd. En dat noemde hij “weinig”. Mijn collega’s keken naar beneden. Iris van logistiek schoot even met haar blik naar mij, snel en vragend. Ik bewoog niet.

Hendrik zag het allemaal vanuit zijn kantoor gebeuren. En hij zweeg. Nee, dat klopt niet. Hij zei wel iets tegen mij.

‘Anna, jij zit er toch naast. Vang het een beetje op. Die jongen moet het nog leren.’

Vang het op. Dertien jaar foutloos werk, en nu moest ik een jongen “opvangen” die in twee weken meer problemen had veroorzaakt dan de hele afdeling in een jaar. Ik stond bij zijn deur en wilde zeggen: Weet je, Hendrik, ik ben geen kinderoppas. Ik ben de specialist die jou vier ton binnenbrengt. Maar ik zei niets. Ik knikte alleen en liep terug naar mijn plek.

Omdat ik al wist dat praten niets zou opleveren. Twee keer had ik het aangekaart. Twee keer had ik gehoord: “We kijken ernaar.” En dat betekende in de praktijk altijd hetzelfde: er gebeurde niets.

Ik zat achter mijn bureau en staarde naar het scherm. Naar de misgelopen levering. Naar de klacht van RandstadTransLogistiek. Naar zestien uur van mijn leven die ik had weggegooid. De airco bromde boven mijn hoofd en blies die droge kantoorlicht in de ruimte, waar ik tegen de avond altijd hoofdpijn van kreeg. Buiten werd het donker. December, half vijf.

Mijn handen lagen op het toetsenbord. Ineens merkte ik dat ik niet typte. Ik zat alleen maar te zitten. Mijn vinger tikte automatisch op de spatiebalk. Eén keer. Nog een keer. Dertien jaar. Vierhonderdtienduizend euro. Vier beloftes. Nul.

Op dat moment belde Erik. Niet naar kantoor, maar op mijn privételefoon.

‘Anna, wees eerlijk. Blijft die nieuwe jongen?’

‘Daar lijkt het wel op.’

‘Luister. Ik ga niet met hem werken. Al tien jaar krijg ik steeds een andere manager toegewezen, dan raak ik eraan gewend en halen ze die weer weg. Ik ben er klaar mee. Jij bent mijn manager. Als jij vertrekt, zet ik het contract stil.’

Ik bleef zwijgend luisteren. Achter de muur hoorde ik Mark tegen iemand aan de telefoon praten over “procesoptimalisatie”.

‘Dank je, Erik,’ zei ik. ‘Ik blijf bereikbaar. Zoals altijd.’

Ik hing op. Klapte mijn laptop open. En voor het eerst in dertien jaar werkte ik mijn cv bij.

Mijn vingers gingen snel over de toetsen, zonder aarzeling. “Ervaring met tenderbegeleiding: 23 jaar. Beheer van lopende contractportefeuille: tot 9 contracten gelijktijdig. Jaarlijkse contractwaarde: vanaf 350.000 euro.” Op papier zag ik er indrukwekkend uit. Op papier was ik veel waard. Hier was ik iemand die “het een beetje moest opvangen”.

Op mijn bureau lag Marks sjabloon met de vrolijke grafiekjes. Ik schoof het naar de rand. Daarna pakte ik mijn eigen map uit de lade. Een gewone kartonnen map, zonder stickers, zonder kleurcodes. Ik begon er kopieën in te leggen: contracten, afstemmingsrapporten, tabellen met mijn aantekeningen. Niet alles. Alleen wat van mij was. Wat ik zelf had opgebouwd. Wat overeind bleef door mijn naam en mijn relaties.

Waarom ik dat deed, wist ik nog niet precies.

Voor het geval dat.

Het maandelijkse overleg werd op woensdag gepland. Mark zou zijn eerste presentatie geven over het kwartaalplan. De dag ervoor zag ik de conceptversie op de gezamenlijke schijf staan en opende het bestand. Ik scande de pagina’s vluchtig. Bij de retouren stond een fout. Hij had het percentage van vorig jaar gebruikt, maar geen rekening gehouden met de grote partij die PromInvest in oktober had teruggestuurd. Het verschil liep op tot bijna 8.000 euro.

Ik liep naar hem toe.

‘Mark, er zit een afwijking in de retourcijfers. Dat moet opnieuw worden doorgerekend.’

Bij Wieke Thuis