Het bord met half opgegeten borsjt werd met een doffe klap vlak voor Jan op tafel gezet, zo hard dat de bouillon over het gepolijste blad spatte. Wilhelmina maakte geen enkele beweging om het plasje weg te vegen. Haar blik bleef op haar schoondochter rusten, zwaar en onbeweeglijk van woede, alsof Emma zojuist het ouderlijk huis in brand had gestoken.
‘Gefeliciteerd,’ siste haar schoonmoeder, elk woord scherp afgebeten. ‘Heb je eindelijk je zin gekregen? Nu ben jij zeker heel wat: commercieel directeur van het filiaal in Deventer. En onze Jan blijft ondertussen gewoon chauffeur-expediteur binnen dezelfde holding? Besef je eigenlijk wel hoe je zijn mannelijke trots voor ieders ogen hebt vertrapt?’
Jan schoof zijn stoel bruusk naar achteren. Het metaal kraste over de keukentegels. Zonder zijn vrouw aan te kijken haalde hij zwijgend een pakje sigaretten uit zijn zak, hoewel hij al drie jaar niet meer rookte, en verdween naar het balkon. De deur trok hij stevig achter zich dicht. Emma bleef alleen achter met Wilhelmina.
De ruzie had niet jarenlang gesluimerd; ze was in één avond losgebarsten, zodra op het kantoor in Arnhem het besluit over Emma’s benoeming officieel was goedgekeurd. Vijf jaar lang had ze foutloos in de logistiek gewerkt: nachtdiensten, opgeofferde weekenden, eindeloze verantwoordelijkheid. En nu was daar eindelijk de stoel waar ze recht op had. Alleen paste die overwinning niet in de gezinsorde die Wilhelmina zo zorgvuldig had opgebouwd. In haar wereld hoorde een vrouw niet meer te verdienen dan haar man, laat staan hoger op de ladder te staan.
‘Mam, dit is toch iets voor ons allemaal,’ probeerde Emma de discussie terug te brengen naar redelijkheid. ‘Ons inkomen gaat omhoog. We kunnen de lening voor het appartement sneller aflossen.’

Maar haar rustige stem maakte Wilhelmina alleen maar bozer.
‘Voor ons allemaal?’ herhaalde ze met een bittere lach, terwijl ze haar armen over elkaar sloeg. ‘Mijn arme jongen. Een vrouw die de baas is, dat is geen prestatie, dat is een schande voor dit huis. Denk je nu ook thuis bevelen uit te delen? Heb je op je werk niet genoeg mensen om rond te commanderen? Jan is een man, hij hoort het hoofd van het gezin te zijn. Dat was hij ook, totdat jij je in je nieuwe kantoor nestelde.’
