‘Je zei dat ik de dozen en oude papieren moest uitzoeken.’
‘Je weet best wat ik daarmee bedoelde.’
Vroeger zou ik op dat punt onmiddellijk sorry hebben gezegd. Waarschijnlijk had ik zelfs geprobeerd haar stemming te sussen, haar te kalmeren, de scherpe rand van het gesprek af te halen.
Nu deed ik niets van dat alles. Ik bleef alleen zitten en wachtte af.
Tobias tikte met zijn vinger op het bedrag onder aan de rekening.
‘Het dak was al betaald. Waarom heb je ons dan een lening laten afsluiten?’
Karin trok langzaam haar jas uit, alsof ze daarmee tijd kon winnen, en hing hem netjes over de rugleuning van een stoel.
‘Ik had in die periode andere kosten.’
‘Welke kosten?’
Ze trok haar wenkbrauwen op.
‘Moet ik tegenwoordig tegenover mijn eigen zoon verantwoording afleggen voor elke uitgave die ik doe?’
Zijn handen lagen plat op het tafelblad. Niet gebald, niet trillend, maar stevig. Alsof hij zichzelf eraan herinnerde niet weg te kijken.
‘Wij betalen elke maand af omdat jij ons hebt verteld dat je dak met spoed gerepareerd moest worden.’
‘Ik heb jou opgevoed, Tobias. Dan mag ik toch wel verwachten dat mijn zoon zijn moeder één keer helpt.’
Hij kneep zijn ogen even dicht.
Ik kende dat moment. Meestal werd zijn stem daarna zachter. Dan schoof hij zijn boosheid opzij, gaf toe, en vroeg mij later of ik het alsjeblieft nog even wilde begrijpen.
Maar deze keer schoof hij zijn stoel naar achteren en kwam overeind.
‘Ik wilde je helpen,’ zei hij. ‘Maar je hebt me nooit verteld waar dat geld werkelijk voor nodig was. Je hebt tegen me gelogen.’
Karin keek opnieuw naar mij, alsof ik degene was die hem woorden in de mond had gelegd.
‘Sinds zij hier is, herken ik je niet meer.’
‘Zij woont hier nu zes maanden,’ antwoordde Tobias. ‘En zes maanden lang heb ik gezien hoe jij haar bevelen geeft alsof ze hier personeel is.’
Karin hapte naar adem om iets terug te zeggen, maar hij liet haar niet tussenbeide komen.
‘Elke keer als zij er iets van zei, vroeg ik haar nog even vol te houden. Nog een beetje geduld te hebben. Niet omdat zij ongelijk had, maar omdat ik geen confrontatie met jou aandurfde.’
Hij pakte een koffer bij het handvat.
‘Daar is het vandaag mee afgelopen.’
‘Jullie gaan weg om een paar vergeelde papieren?’
‘We gaan weg omdat we hier niet langer willen blijven. En wat het geld betreft: dat laten we nakijken. Daarna praten we verder.’
Bij de deur ging Karin vlak voor mij staan.
‘Hier zat je natuurlijk al die tijd op te wachten.’
Ik keek haar recht aan.
‘Ik heb erop gewacht dat je mij op een dag zou behandelen als iemand die je echt in huis wilde hebben.’
Daar had ze geen antwoord op.
Ik stapte langs haar heen.
De volgende ochtend dronken we koffie uit twee geleende mokken. Onze kleren zaten nog in koffers, de matras lag rechtstreeks op de vloer en was veel te dun.
Toch had ik die nacht dieper geslapen dan in maanden.
Tobias kwam naast me zitten.
‘Het spijt me,’ zei hij zacht. ‘Dat ik je zo lang alleen heb laten staan met alles.’
Ik hield mijn mok met beide handen vast en keek naar de damp die omhoog kringelde.
‘De volgende keer heb ik meer nodig dan alleen de belofte dat het binnenkort beter wordt.’
Hij knikte.
‘Dat weet ik.’
In de weken daarna lieten we alle papieren controleren. De kwestie rond het spaarboekje bleek niet eenvoudig; de brief van Hendrik maakte veel duidelijk, maar verving geen volledige afwikkeling van de nalatenschap.
Met het geld voor het dak lag het anders. Daar viel weinig omheen te praten.
Uiteindelijk zette Karin op papier dat ze het bedrag voor andere uitgaven had gebruikt. Met Tobias sprak ze af dat ze het in termijnen zou terugbetalen.
Een excuus kwam er niet.
Een paar maanden later belde ze. Of ik dat weekend misschien haar gordijnen kon komen afhalen en wassen.
‘Nee,’ zei ik. ‘Dit weekend heb ik al plannen.’
Ik wachtte op de bekende preek. Op de zucht, de beschuldiging, het verwijt dat familie elkaar hoorde te helpen.
Maar na een korte stilte zei ze alleen:
‘Dan moet ik iets anders regelen.’
Toen ik ophing, stond Tobias in onze eigen keuken groenten te snijden voor het avondeten.
Boven zijn bureau hing inmiddels de brief van Hendrik, in een eenvoudige lijst.
Die bewuste zaterdag had Karin geëist dat ik eindelijk de vloer van haar oude kamer vrij zou maken.
Uiteindelijk stonden onze koffers daar.
En voor het eerst was Tobias degene die ze naar buiten droeg.
