Heel even leek het alsof iemand in de gang het geluid had uitgezet.
Mijn schoonmoeder stond recht voor me, haar mond tot een harde streep samengeknepen, en wees naar mijn rok alsof dat kledingstuk persoonlijk een belediging voor haar was. Lucas had zijn autosleutels nog in zijn hand.
Ik keek naar hem en wachtte erop dat hij, zoals hij zo vaak deed, met een luchtige opmerking de spanning uit de kamer zou halen.
Maar deze keer kwam er geen grap.
‘We gaan,’ zei hij kalm. Daarna pakte hij mijn hand en leidde me langs zijn moeder heen.

Het etentje van die avond was bedoeld om de nieuwe stap in Lucas’ loopbaan te vieren, iets waar hij bijna twee jaar naartoe had gewerkt. Hij was benoemd tot hoofd van zijn afdeling, en zijn collega’s hadden ons uitgenodigd om dat samen te vieren. Ook zijn moeder, Saskia, zou meegaan.
Lucas had haar zelf gevraagd, hoewel ze de afgelopen weken nauwelijks over iets anders had gesproken dan over zijn promotie — en dan vooral over hoe die volgens haar hoorde te verlopen.
‘Je moet vanavond wel een goede indruk maken,’ had ze aan de telefoon gezegd. ‘Doe iets fatsoenlijks aan. Mensen letten op dat soort dingen.’
Ik had er toen nog om gelachen. Mijn keuze was gevallen op een donkergroene rok tot op de knie, een crèmekleurige blouse en eenvoudige schoenen. Er was niets uitdagends aan, niets opzichtigs. Ik had het aangetrokken omdat ik me er prettig in voelde, en omdat Lucas die middag nog had gezegd dat groen me bijzonder mooi stond.
Een halfuur voordat we zouden vertrekken, stond Saskia plotseling bij ons binnen. Ze nam me van top tot teen op, langzaam en zonder enige moeite te doen haar oordeel te verbergen. Haar blik bleef hangen bij mijn rok.
‘Ga je zo mee?’ vroeg ze.
‘Ja,’ antwoordde ik. ‘Vind je hem niet mooi?’
‘Daar gaat het niet om.’ Ze deed een stap dichter naar me toe. ‘Bij zo’n diner vertegenwoordig je Lucas. Dan moet je je daar ook naar kleden.’
Op dat moment kwam Lucas uit de slaapkamer. Zijn stropdas hing nog los om zijn hals. ‘Mam, alsjeblieft. Het is een etentje, geen staatsbanket.’
Saskia deed alsof hij niets had gezegd. ‘Die rok is te kort.’
Ik keek langs mezelf naar beneden. De zoom viel net boven mijn knieën. ‘Hij is helemaal niet te kort.’
‘Dat bepaal jij niet.’
Tot dan toe had ik gedacht dat ze alleen haar gebruikelijke sneer wilde uitdelen en daarna gewoon in de auto zou stappen. Maar Saskia was duidelijk niet van plan het onderwerp los te laten. Ze sloeg haar armen over elkaar en keek naar Lucas alsof ze verwachtte dat hij mij tot rede zou brengen.
‘Zeg tegen haar dat ze zich omkleedt.’
Lucas keek eerst naar zijn moeder en daarna naar mij. Er verscheen een diepe frons op zijn voorhoofd. ‘Mam, genoeg.’
‘Ik probeer je alleen te helpen,’ zei ze. ‘Jij ziet kennelijk niet hoe dit overkomt. Een vrouw moet weten wanneer ze zich beter op de achtergrond kan houden.’
Daar was het weer, die bekende scherpe steek. Saskia had zulke opmerkingen al veel vaker gemaakt. Zodra ik met een nieuw kapsel thuiskwam, vroeg ze of ik soms ergens op uit was, alsof zelfs mijn haar een verborgen boodschap moest hebben.
