Hij liet zijn blik eerst naar zijn moeder gaan en keek daarna naar mij.
‘Wat heb je tegen haar gezegd, mam?’
Margriet gaf geen antwoord.
Willem bleef staan waar hij stond. Zijn stem klonk beheerst, maar er zat spanning in.
‘Mam. Wat heb je gezegd?’
Ze trok haar kin iets op.
‘Ik heb alleen gezegd dat ze best wat zou mogen afvallen.’
Willem sloot even zijn ogen en schudde langzaam zijn hoofd.
‘Waarom begin je daar toch telkens weer over?’
‘Omdat ik me zorgen om haar maak!’
‘Nee,’ zei Willem. ‘Je valt haar voortdurend aan.’
Margriet sloeg haar armen over elkaar.
‘En zij heeft míj beledigd.’
Willem draaide zich naar mij toe.
‘Wat heb jij gezegd?’
Ik aarzelde een moment. Niet omdat ik spijt had, maar omdat ik wist hoe hard het zou klinken als het nu hardop werd uitgesproken.
Toen zei ik:
‘Dat ze beter eerst haar eigen blouse kon dichtknopen.’
Willem kneep zijn lippen op elkaar, alsof hij een reactie moest inslikken.
Margriet barstte meteen weer los.
‘Zie je wel? Hoor je dat? Zó respectloos is ze dus!’
Maar dit keer koos Willem niet automatisch haar kant.
Voor het eerst niet.
‘Mam,’ zei hij kalm, ‘dat was niet respectlozer dan wat jij net tegen haar zei.’
Margriet viel stil.
Ik dacht dat daarmee het ergste voorbij was. Dat het gesprek, hoe pijnlijk ook, daar zou eindigen.
Maar zo eenvoudig was het niet.
De dagen daarna belde Margriet niet. Ook de week erna bleef het stil. Geen berichtje, geen uitnodiging, geen scherpe opmerking via Willem.
Tussen Willem en mij hing het onderwerp in de lucht, maar we raakten het nauwelijks aan. We deden alsof het gewone leven gewoon doorging.
Tot hij op een avond thuiskwam en een oude kartonnen doos op de keukentafel zette.
‘Die heb ik bij mijn moeder gevonden,’ zei hij.
Ik schoof de kleppen open.
Binnenin lagen vergeelde familiefoto’s. Beelden uit Willems jeugd. Foto’s van onze bruiloft. Momenten met Sanne, toen ze nog klein was.
Daarna vond ik een foto van mezelf.
Hij was gemaakt op onze trouwdag. Ik was slanker toen, dat zag ik meteen, en ik lachte breed naar de camera, alsof niets ter wereld mij kon raken.
Naast die foto lag er een van ongeveer een jaar later.
Ik was zwanger.
Daaronder vond ik er nog een, genomen na de geboorte van Sanne. En nog eentje van drie jaar later.
Willem pakte een van de foto’s op.
‘Mijn moeder heeft op de achterkant dingen geschreven.’
Ik draaide de foto om.
In een klein, strak handschrift stond er:
‘Ze zou echt beter voor zichzelf moeten zorgen.’
Op een andere foto las ik:
‘Willem had een andere vrouw verdiend.’
Het was alsof de lucht uit mijn longen werd gedrukt.
‘Wanneer heeft ze dit geschreven?’
‘Verspreid over jaren,’ zei Willem zacht.
Ik keek hem aan.
‘Wist jij hiervan?’
‘Nee.’
Hij haalde nog een foto uit de doos. Deze keer stond Margriet er zelf op, veel jonger. Ze was mooi, dat viel niet te ontkennen. Een vrouw met rechte schouders, een trotse blik en een glimlach die iets kwetsbaars verborg.
Maar toen Willem de foto omdraaide, raakten de woorden op de achterkant mij harder dan alles wat ik daarvoor had gelezen.
‘Ik ben te dik. Niemand zal ooit van mij houden.’
Willem las de zin. Daarna zei hij lange tijd niets.
Uiteindelijk fluisterde hij:
‘Nu begrijp ik het.’
‘Wat begrijp je?’
Hij bleef naar de foto van zijn moeder kijken.
‘Waarom ze dit bij jou doet.’
Ik nam het oude beeld in me op. En voor het eerst zag ik niet alleen de vrouw die mij jarenlang had gekwetst, vernederd en klein had gemaakt.
Ik zag ook iemand die ooit had geleerd haar eigen lichaam te haten.
Iemand die die afkeer later had doorgegeven, alsof pijn minder werd wanneer je haar op een ander legde.
Dat maakte niets goed.
Het maakte haar woorden niet minder wreed.
Maar ineens begreep ik waar ze vandaan kwamen.
De volgende dag belde Willem zijn moeder. Ik hoorde niet wat er werd gezegd. Ik zag alleen hoe hij na afloop zijn telefoon op tafel legde.
‘Ze wil met je praten.’
Twee dagen later reden we opnieuw naar Margriet.
Toen ze de deur opendeed, herkende ik haar bijna niet. Ze droeg geen make-up. Geen sieraden. Geen zorgvuldig gekozen blouse waarmee ze indruk wilde maken.
En het belangrijkste van alles: ze zei niets over hoe ik eruitzag.
We gingen naar binnen en namen plaats in de woonkamer.
