De sleutelbos glipte uit Emma’s hand en sloeg op de vloer met een klank alsof er ergens iets voorgoed brak. Ze stond voor de spiegel, haar haar in de war, een verkreukt T-shirt om haar lijf. Ze waren net terug van de speeltuin; Lucas zat van top tot teen onder het zand.
— Schiet nou op! Ze zitten op ons te wachten! — riep Jan vanuit de kamer.
Emma bukte, raapte de sleutels op en stak ze in het slot. Haar vingers trilden. Jan kwam de gang in gestormd, al helemaal aangekleed, zijn telefoon in zijn hand geklemd, zijn gezicht strak van ergernis.
— Waarom treuzel je zo? We zouden naar mijn familie in het winkelcentrum gaan, dat heb ik toch gezegd!
— Dat heb je niet gezegd.

— Jawel. Jij luistert gewoon nooit.
Emma antwoordde niet. Tegen hem ingaan had geen enkele zin. Zwijgend liep ze naar Lucas om hem om te kleden, snel en zonder omhaal. Jan bleef vlak achter haar staan, alsof zijn aanwezigheid haar moest voortduwen. Even later haastten ze zich naar de lift. Jan drukte ongeduldig meerdere keren op de knop.
— Doe die deur sneller open, ze wachten op ons!
— Dan wachten ze maar even, — zei Emma automatisch.
Hij draaide zich naar haar om. Zijn gezicht veranderde op slag; het werd hard, koud, bijna dat van een vreemde.
— Wie denk jij eigenlijk dat je bent, dat zij op jou zouden moeten wachten?
Emma verstijfde.
— Wat zeg je?
— Met welk recht praat jij zo over mijn familie? Je kleineert ze!
— Ik zei alleen maar…
— Jij bent niemand! Begrijp je dat? Niemand om zo over hen te spreken!
De lift arriveerde. De deuren schoven open. Lucas trok angstig aan Emma’s hand en keek met grote ogen naar zijn vader. Ze stapte naar binnen en trok het kind dicht tegen zich aan. Jan kwam achter hen aan en ging gewoon door:
— Ik laat niet toe dat jij hen beledigt. Anna heeft mij grootgebracht, Sophie is mijn eigen bloed. En jij? Wat ben jij dan?
Emma’s keel trok dicht. Toch kwamen er geen tranen. Er was alleen een vreemde, scherpe helderheid: dit hoorde ze niet voor het eerst. Eerder had hij het anders verpakt, zachter, netter. Nu had hij het alleen zonder omwegen uitgesproken.
Buiten liep Jan voorop. Emma volgde met Lucas aan haar hand. Bij de auto bleef ze staan.
— Ik ga niet mee.
Jan keek om.
— Wat?
— Als ik niemand ben, hoef ik daar ook niet bij te zijn.
— Begin niet met drama. Stap onmiddellijk in.
Emma draaide zich om en liep terug naar de ingang. Hij riep haar na, maar ze keek niet om. Lucas begon te huilen. Ze balde haar vuisten, maar bleef lopen.
In het appartement ging ze naar de badkamer en zakte op de koude vloer neer, met haar rug tegen de muur. Tien minuten later sloeg de voordeur dicht: Jan had Lucas meegenomen en was vertrokken.
Emma bleef in het donker zitten en dacht niet aan deze ene ruzie, maar aan alle jaren die eraan vooraf waren gegaan.
